|
Mond-
en klauwzeer (mkz) is een uiterst besmettelijke, ernstige veeziekte
die voorkomt bij evenhoevige dieren als runderen, varkens, schapen
en geiten. Ook wilde zwijnen en sommige dierentuindieren (herten
en antilopen) kunnen besmet raken. De incubatietijd is drie weken.
Dieren
met mond- en klauwzeer krijgen blaren in hun mond en bij de hoeven.
Die springen na een paar dagen open. Daardoor ontstaan vochtige,
pijnlijke rode plekken. De zieke dieren eten niet, en kwijlen en
smakken overmatig.
Verder krijgen ze hoge koorts en worden ze kreupel. Koeien met de
ziekte geven minder melk. Volwassen dieren kunnen mond- en klauwzeer
overleven, jonge dieren gaan er meestal aan dood.
Besmettelijker dan varkenspest
Het mkz-virus verspreidt zich via besmette dieren of dierlijke producten
(vlees, vleeswaren, melk) en zelfs gewoon via de lucht. Met name
varkens zorgen voor veel virusdeeltjes in de lucht.
De
mens is niet gevoelig voor het virus, maar kan wel gedurende enkele
etmalen drager zijn. Ook in het wild levende dieren als egels, vogels
en ratten kunnen mond- en klauwzeer overdragen.
De
ziekte is ernstiger dan varkenspest: hij is besmettelijker en treft
meer dierensoorten. Het aantal dieren dat vernietigd moet worden
als de ziekte in Nederland uitbreekt kan vele malen groter zijn
dan bij de uitbraak van varkenspest in 1997. Toen is totaal 581
miljoen kilo aan dieren vernietigd.
Menselijke
variant
Het
gebeurt hoogst zelden, maar ook een mens kan mond- en klauwzeer
krijgen. In 1966 heeft zich in Groot-Brittannië een geval voorgedaan.
En in 1834 liepen drie veeartsen de ziekte op toen zij met opzet
rauwe melk van besmette koeien hadden gedronken. Er zijn geen meldingen
dat mensen door het drinken van gepasteuriseerde melk de ziekte
kunnen krijgen.
Bij mensen zijn de symptomen niet zo erg. Zij krijgen blaren op
de handen, voeten, in de mond en op de tong. Daarnaast krijgen ze
keelpijn en koorts. Na het ontstaan van de laatste blaar, genezen
patiënten meestal binnen een week. Britse deskundigen gaan met deze
theorie in tegen de heersende opvatting dat mensen de ziekte niet
kunnen krijgen. Maar volgens die deskundigen gebeurt het zeer zelden.
Onder welke omstandigheden mensen het precies oplopen, staat niet
vast. Maar in alle gemelde gevallen is er nauw contact geweest tussen
besmette dieren en de mens.
|