De situatie tot 1991
In het verleden werd in de Europese Unie de hele veestapel tegen mkz
ingeënt. Toen in 1991 de ziekte binnen Europa uitgeroeid was, stapte
de Unie over op een non-vaccinatiebeleid. Het verbod op vaccineren
tegen mkz werd vastgelegd in het besluit 'sera en entstoffen', gebaseerd
op artikel 3 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Toen
al snapte de EU dat het economisch veel voordeliger was om niet te
enten.
Gevolgen
vaccineren
Als de veestapel gevaccineerd is tegen mkz, mogen dieren en dierproducten
voor lange tijd niet geëxporteerd worden. Dat komt doordat de antilichamen
die dieren door het vaccin aanmaken, niet onderscheiden kunnen worden
van de antilichamen die tegen de ziekte aangemaakt worden. Je kunt
dus niet merken of een dier besmet is of alleen maar gevaccineerd
is. Daarom vertrouwen andere landen de importen uit een vaccinerend
land niet meer en houden ze ermee op.
Als er toch geënt zou worden, zouden landen als de Verenigde
Staten geen vlees meer importeren, wat voor de economie rampzalig
zou zijn. Uit cijfers van het CBS blijkt dat de mond- en klauwzeercrisis
van het afgelopen voorjaar, ondanks het non-vaccinatiebeleid, remmend
heeft gewerkt op de groei van de economie. De groei is in het tweede
kwartaal uitgekomen op anderhalf procent. Zonder de mkz-crisis, zo
heeft het CBS berekend, zou dat 0,3 procent meer zijn geweest.
De
situatie tijdens de crisis
Om een verdere verspreiding van mond- en klauwzeer in Nederland tegen
te gaan, wilde minister van Landbouw Brinkhorst alle evenhoevigen
inenten. Brinkhorst kreeg echter bar weinig steun van zijn EU-collega's
of de Europese Commissie. Alleen noodvaccinaties mochten onder strikte
voorwaarden worden uitgevoerd: enkel wanneer de ziekte zich verder
zou verspreiden en de vernietigingscapaciteit tekortschiet.
Op drie april besluit minister Brinkhorst dat alle mkz-gevoelige dieren
tussen de IJssel en de Veluwe moeten worden gevaccineerd. Een dag
later mogen EU-lidstaten onder voorwaarden beschermde diersoorten
in dierentuinen vaccineren.
De situatie na de crisis
Begin
juli wil minister Brinkhorst een mond- en klauwzeertest verplicht
invoeren: er zou elke maand een dierenarts bij bedrijven moeten langsgaan
om te kijken of de dieren niet met mkz besmet zijn. Bovendien zouden
ook bloedmonsters moeten worden genomen van schapen als ze vervoerd
worden naar een ander bedrijf. Boeren omschrijven het plan van Brinkhorst
als "onuitvoerbaar, onnodig en inefficiënt."
Enkele dagen later besluit minister Brinkhorst in overleg met LTO
Nederland dat een eenmalige mkz-test voor de hele veestapel genoeg
is. Schapen en geiten hoeven niet elke maand op mkz te worden gecontroleerd,
kalveren vooralsnog wel. |
|
|