In Groot-Brittannië worden op 20 februari 2001 20 gevallen van
mond- en klauwzeer ontdekt bij varkens in een slachthuis in Essex.
Het is voor het eerst in 20 jaar dat mond- en klauwzeer in het land
wordt vastgesteld. Alle 300 varkens op de twee boerderijen waar de
zieke dieren vandaan komen (in het graafschap Buckinghamshire en op
het eiland Wight), worden vernietigd.
Op 21 februari verbiedt de Europese Commissie de invoer van varkens,
schapen en geiten uit Groot-Brittannië, net als die van producten
die van deze dieren zijn gemaakt. Het Verenigd Koninkrijk stelt zelf
een exportverbod in op varkens, schapen, geiten en hun producten.
Voor Britse runderen gold wegens bse al een uitvoerverbod.
Veemarkten afgelast
De Britse regering roept alle burgers op zoveel mogelijk het platteland
te mijden om de verspreiding van de ziekte te voorkomen. Vooral langeafstandswandelaars
wordt gevraagd weg te blijven, gezien de ziekte via kleding kan worden
overgedragen. Verder worden in heel Engeland het jagen op dieren verboden
en zijn veemarkten afgelast.
Dezelfde
dag wordt een tweede abattoir in het zuiden van Engeland afgegrendeld,
nadat inspecteurs daar een zieke koe vonden. Geen dier mag binnen
vijf mijl van het abattoir komen om eventuele besmetting met mond-
en klauwzeer te voorkomen. Daarnaast worden de quarantaine-zones rond
de boerderijen en het slachthuis waar de ziekte uitgebroken is, vergroot.
Bron ontdekt
Op 23 februari wordt de mogelijke bron van de mond- en klauwzeerbesmetting
ontdekt. Het is een varkenshouderij in Northumberland in het noorden
van Engeland. Het bedrijf heeft varkens geleverd aan de slachterij
in Essex, waar de mond- en klauwzeer werd ontdekt. Volgens het Britse
ministerie van Landbouw is het bedrijf al een tijd besmet. Ook het
gebied rond dit bedrijf wordt hermetisch afgesloten. |
|
|