|
Een
historisch moment was het. In de nacht van 28 op 29 juni 2001 landde
een helikopter met Slobodan Milosevic om kwart over één 's nachts
op de binnenplaats van de Scheveningse gevangenis. Nog geen jaar
eerder, bij de verkiezingen van 24 september 2000, is Milosevic
president. De ontwikkelingen in de tussentijd zijn dan ook stormachtig.
Val van de president
Op zondag 24 september gingen de inwoners van Joegoslavië naar
de stembus voor de presidents- en parlementsverkiezingen. De verkiezingen
verliepen chaotisch. Zowel president Milosevic als oppositiekandidaat
Kostunica eisten de overwinning op.
Milosevic, die van fraude met stembiljetten werd beschuldigd, schreef
een tweede verkiezingsronde uit voor zondag 8 oktober. De oppositie
weigerde echter daar aan mee te doen en riep de bevolking op het
land lam te leggen en Milosevic te dwingen te vertrekken.
Bij de grootste steenkolenmijn van Servië in Kolubara legden vierduizend
werknemers het werk neer. Zelfs de staatsmedia sloten zich bij de
opstand aan. In de Servische hoofdstad Belgrado liep op 5 oktober
een massabetoging uit de hand. Demonstranten bezetten het parlement,
de nationale televiesiezender en politiebureaus.
De
politie en het leger traden 's avonds niet langer op. Als oppositieleider
Kostunica zichzelf uitroept tot president van Joegoslavië lijkt
de machtswisseling een feit. Op zaterdag 7 oktober werd Kostunica
tijdens de eerste zitting van het nieuwgekozen parlement beëdigd
tot president. Daarmee kwam formeel een eind aan 13 jaar heerschappij
van Milosevic.
Gevangenis
In het volgende voorjaar, april 2001, horen de inwoners van Belgrado
dat Milosevic is opgepakt en vanuit zijn villa naar een gevangenis
is gebracht. Daar gingen dertig uren van zenuwslopende onderhandelingen
aan vooraf. De politie had zich rond de villa opgesteld, Milosevic
had zich binnen verschanst. De oud-president zou hebben gedreigd
zelfmoord te plegen en zijn gezin om te brengen. Uiteindelijk liet
hij zich naar zijn cel brengen.
Minister
van Justitie Batic haast zich te verklaren dat de arrestatie van
Milosevic niets met het Joegoslavië-tribunaal te maken heeft.
De regering lijkt hem koste wat kost in eigen land te willen berechten.
Maar Carla del Ponte, aanklaagster van het tribunaal, voorspelt
doodleuk dat Milosevic voor het eind van het jaar naar Den Haag
overgebracht zal worden.
En Del Ponte krijgt gelijk. Premier Djindjic wil de relatie met
het Westen aanhalen en zoekt samenwerking met het strafhof. Hij
gaat daarmee recht tegen de wens van president Kostunica in, maar
bereikt wat hij wil: op 29 juni 2001 zit Milosevic in het Scheveningse
cellenblok van het Joegoslavië-tribunaal. Op 12 februari 2002
is zijn proces begonnen.
Als
beloning voor de uitlevering krijgt Joegoslavië van de internationale
gemeenschap (Europese Unie, Verenigde Staten en Wereldbank) een
bedrag van 1,28 miljard dollar, om de verwoeste infrastructuur in
het land te herstellen.
|