|
Het vredesakkoord van Ohrid
|
|
De Macedonische regering en de Albanese
rebellen sluiten op 13 augustus 2001 uiteindelijk een vredesakkoord.
Ze doen dat in bijzijn van secretaris-generaal Robertson van de Europese
Unie en buitenlandcoördinator Solana van de Europese Unie in
de stad Ohrid.
Het
akkoord bepaalt dat het Albanees de tweede taal wordt in gebieden
waar meer dan 20 procent van de bevolking etnisch-Albanees is. Verder
staat er in dat de Macedonische overheid geld zal vrijmaken voor hoger
onderwijs in het Albanees, en dat de Albanezen een proportioneel deel
gaan uitmaken van de politie.
Belangrijk is verder dat de inleiding van de grondwet moet worden
gewijzigd. De formulering dat Macedonië "de nationale staat
is van het Macedonische volk" wordt geschrapt. In plaats daarvan
komt er te staan dat Macedonië een gemeenschap van al haar etnische
groeperingen is.
Buitenlandse pers geweerd
Het is de bedoeling dat de Macedonische president Trajkovski een grote
groep rebellen niet zal vervolgen. Het gaat om rebellen die wel aan
gevechten hebben meegedaan, maar niet schuldig zijn aan oorlogsmisdaden.
Na de amnestieverlening moet de Albanese rebellengroep UCK binnen
45 dagen de wapens inleveren.
Het
parlement van Macedonië moet het vredesakkoord binnen 45 dagen
ratificeren, pas daarna treedt het in werking. Het is nog onzeker
of het dat ook zal doen, omdat veel nationalistische afgevaardigden
niets voelen voor vrede met de Albanezen.
Om deze nationalisten niet te provoceren heeft de Macedonische regering
publiciteit rond de ondertekening van het akkoord zoveel mogelijk
beperkt. De buitenlandse pers werd geweerd, en de plechtigheid werd
niet rechtstreeks op televisie uitgezonden.
'Licht aan het eind van de tunnel'
De Albanese rebellen van het UCK accepteren het akkoord. Zij beloven
binnen twee weken hun gevechtseenheden te ontbinden, op voorwaarde
dat eerst de rechten van de Albanese minderheid verbeteren, zoals
in het akkoord is overeengekomen.
"We
zien licht aan het eind van een heel donkere tunnel", zegt Navo-topman
Robertson na de ondertekeningsplechtigheid. "Het land wendt zich
af van de rand van de burgeroorlog." Hij wijst er wel op dat
het akkoord snel moet worden uitgevoerd om het geweld ook echt te
stoppen.
Het akkoord staat direct na de ondertekening alweer onder druk. Er
zijn verschillende berichten over gevechten, maar het is onduidelijk
hoe ernstig die zijn. Bij de grens met Macedonië in Kosovo arresteren
Kfor-militairen 16 Albanezen. Ook wordt een hoeveelheid munitie in
beslag genomen. Op 16 augustus doden Albanese rebellen een Macedonische
politieman.
Kort voor de vergadering op 21 augustus waarin de Navo zal beslissen
over de operatie Essential Harvest is er weer een gewelddadig incident:
een historisch belangrijk Macedonisch klooster wordt door beschieting
grotendeels verwoest. De regering in Skopje spreekt van een provocatie
van de Albanese rebellen, maar het is niet zeker of zij de schuldigen
zijn.
Lees verder: de
volledige tekst van het akkoord
|
|
|