Veiligheid
Sinds de oprichting in 1948 heeft Israël vele oorlogen gevoerd tegen
zijn Arabische buurlanden om zijn bestaan veilig te stellen. Voor
een definitieve vredesregeling in het Midden-Oosten eist Israël absolute
veiligheid. Ook wil Israël dat de Arabische landen en de Palestijnen
de staat Israël officieel erkennen. Israël sloot alleen met Egypte
en Jordanië akkoorden waarin de staat Israël werd erkend.
De andere Arabische landen hebben zich altijd zeer ambivalent uitgelaten
over Israël. Landen als Marokko, Tunesië en Saudi-Arabië erkennen
Israël in een soort de-facto-status, landen als Irak en Syrië willen
het liefst dat Israël van de kaart verdwijnt.
Grenzen
Nauw verbonden met het veiligheidsvraagstuk is de kwestie van de grenzen
van de staat Israël. Wat zijn die precies? De enige officieel erkende
grenzen liggen vast in het VN-verdelingsplan uit 1948. Maar sinds
de onafhankelijkheidsoorlog van dat jaar is Israël feitelijk groter.
VN-resolutie 242 roept Israël op zich terug te trekken van de Westelijke
Jordaanoever en de Gazastrook.
Na de Oslo-akkoorden van 1993 zijn bepaalde gebieden op de Westelijke
Jordaanoever en de hele Gazastrook daadwerkelijk in Palestijnse handen
gekomen. Maar sinds het begin van de tweede intifadah is het Israëlische
leger regelmatig nadrukkelijk aanwezig op de Westelijke Jordaanoever
en op de Gazastrook. Hierdoor kan van een feitelijke terugtrekking
van Israël niet worden gesproken.
Jeruzalem
Sinds 1967 beschouwt Israël Jeruzalem als 'eeuwige en ondeelbare hoofdstad
van Israël'. De Palestijnen claimen Arabisch Oost-Jeruzalem als hoofdstad
van een toekomstige Palestijnse staat. In de loop van de geschiedenis
zijn er vele voorstellen gedaan voor de toekomst van de Heilige Stad.
In veel van die plannen krijgt Jeruzalem een internationale status
onder toezicht van de Verenigde Naties.
Het conflict over Jeruzalem heeft een sterk religieuze component.
De Tempelberg in de oude stad is voor zowel joden als moslims een
heilige plaats. Hierdoor is de strijd om Jeruzalem één van de kernproblemen
van het conflict in het Midden-Oosten.
Vluchtelingen
Verslag
NOS-Journaal
De oorlogen in 1948 en 1967 brengen grote Palestijnse vluchtelingenstromen
op gang naar Jordanië, Libanon, Syrië en andere landen in de Arabische
wereld. Volgens de Verenigde Naties leven er nu zeker 3,8 miljoen
Palestijnen in vaak slechte omstandigheden in vluchtelingenkampen.
De Palestijnen eisen de terugkeer van deze vluchtelingen.
Israël weigert dat, enerzijds omdat terugkeer van de vluchtelingen
het joodse karakter van de staat zou bedreigen, anderzijds omdat er
simpelweg geen ruimte is om alle vluchtelingen op te vangen. Bovendien
heeft Israël de beperkte ruimte nodig om joden van over de hele wereld
naar Israël te laten immigreren.
Nederzettingen
Na de Zesdaagse Oorlog van 1967 begint Israel met de bouw van nederzettingen
in bezet gebied. Sindsdien hebben zich er bijna 200.000 veelal religieuze
joden gevestigd. In de vredesplannen die door de jaren heen zijn gepresenteerd,
wordt Israël opgeroepen de bouw van nieuwe nederzettingen te staken.
Israël geeft hier geen gehoor aan, omdat het de nederzettingen zegt
nodig te hebben voor zijn veiligheid.
In 2002 steeg het aantal kolonisten in de bezette gebieden nog met
zes procent. De nederzettingen zijn de Palestijnen een doorn in het
oog. Ze zijn bang dat de nederzettingen en de wegen daartussen hun
toekomstige staat zullen reduceren tot een soort eilandenrijk.
|
|
|