George W. Bush en het Midden-Oosten  
 
De Amerikaanse president Bush op het topoverleg in het Jordaanse Aqaba op 4 juni 2003Aan het begin van zijn presidentschap leek George W. Bush niet van zins veel tijd en moeite te steken in een oplossing van het conflict in het Midden-Oosten. Na de eindeloze pogingen van president Clinton om de Israëliërs en de Palestijnen tot een vergelijk te laten komen, huldigde Bush ogenschijnlijk het standpunt dat het conflict in het Midden-Oosten simpelweg onoplosbaar was.

Bush wilde er in ieder geval niet zijn handen aan branden. Bovendien, zo leek het, was hij de beste vriendjes met de ideologisch verwante Israëlische havikpremier Sharon. Die zou Bsh nooit onder druk zetten om een Palestijnse staat te accepteren.

Hoe dingen kunnen veranderen! De ontmoeting van Bush in juni 2003 met Sharon en de eerste Palestijnse premier Abbas luidt het begin in van de uitvoering van de routekaart die moet leiden tot de stichting van een onafhankelijke, levensvatbare Palestijnse staat en definitieve vrede voor de staat Israël. De vraag is hoe het mogelijk is dat de Amerikaanse president sinds zijn verkiezing in 2000 zo'n enorme draai heeft gemaakt ten aanzien van het Israëlisch-Palestijnse conflict.

Natuurlijk veranderde 11 september 2001 alles in Bush' gedachten over het Midden-Oosten en de Israëlisch-Palestijnse conflict. De Verenigde Staten waren aangevallen door een negentien terroristen uit die regio. En hoewel Bush de aanslagen voor de buitenwereld uitlegde als aanvallen op de vrijheid en democratie van de beschaafde wereld, kan het haast niet anders dan dat op zijn minst een deel van de commentaren, dat de gruwelijke aanslagen iets te maken hadden gehad met de Amerikaanse onvoorwaardelijke steun voor Israël, is doorgedrongen in het Witte Huis.

Strijd tegen terreur

In de 'Strijd tegen terreur' die op de aanslagen volgde, werd ook de Palestijnse leider Arafat, als zijnde terrorist, tot persona non grata erklaard. Maar Amerikaanse functionarissen hebben in The Washington Post gezegd dat Bush al vóór '11/9' had geconcludeerd dat met Arafat als leider van de Palestijnen geen vrede zou worden bereikt in het Midden-Oosten. Volgens de medewerkers beschouwt Bush Arafat zelfs als een leugenaar en een zwak leider.

Bush tijdens zijn toespraak van 24 juni 2002 Mede daarom riep de Amerikaanse president in een toespraak in juni 2002 op tot nieuw Palestijns leiderschap. Hij doelde daarmee vooral op het terzijde schuiven van Arafat. Nieuw leiderschap in Ramallah zou in de ogen van Bush in Israël voldoende draagvlak scheppen voor aanvaarding van een Palestijnse staat. Zou een Israëlische regering zo'n nieuwe buur niet accepteren, dan zou die vanzelf vervangen worden door eentje die dat wel zou doen, zo redeneerde Bush volgens de functionarissen.

Daardoor is Bush' steun aan Sharon minder onvoorwaardelijk dan velen wellicht denken. De persoonlijke relatie tussen Bush en de Israëlische premier is op z'n minst complex, stellen Amerikaanse functionarissen. Zo betwijfelt de president of Sharon daadwerkelijk vrede wil bereiken. Bush zou de Israëlische leider in ieder geval nooit over een vredesvisie hebben gehoord.

Anderzijds heeft het Witte Huis tijdens de ontwikkeling van de eigen vredesplannen voor het Midden-Oosten werden ontwikkeld na de aanslagen van 11 september ervoor gewaakt Sharon uitvoerig te raadplegen. Sharons uitspraken over de "diepe vriendschap en de speciale band" tussen de VS en Israël, die hij deed tijdens zijn herverkiezingscampagne van begin 2003, werden in het Witte Huis dan ook met gefronste wenkbrauwen aangehoord.

'Man van vrede'

Weliswaar noemde Bush in 2002 Sharon nog 'een man van vrede'. Maar die boodschap was vooral bedoeld voor de buitenwereld. Toen de Israëlische leider er in een privé-gesprek aan toevoegde dat hij naast een man van vrede er ook één van veiligheid was, onderbrak Bush hem geïrriteerd. "Ik weet dat je een man van veiligheid bent", zo antwoordde Bush, "maar ik wil dat je harder werkt aan dat vredesdeel". Tijdens het gesprek maakte Bush Sharon ook duidelijk dat zijn 'man van vrede'-uitspraak hem op een woedende lawine uit de Arabische wereld was komen te staan.

Onduidelijk is wanneer bovenstaand gesprek precies heeft plaatsgevonden, maar de Israëlische premier heeft sindsdien een aantal opmerkelijke uitspraken gedaan. Zo waarschuwde hij in de herfst van 2002 dat Israël 'pijnlijke concessies' te wachten staan. In mei en juni van het jaar daarop nam hij voor het eerst het woord 'bezetting' in de mond om de Israëlische militaire aanwezigheid in de Palestijnse gebieden aan te duiden. Dat was in het politieke jargon van rechts Israël altijd taboe geweest.

Ook zei hij dat de 'onderdrukking' van het Palestijnse volk niet goed is voor Israël. Ten slotte kondigde Sharon zelfs de ontmanteling aan van een aantal, vooralsnog illegale, nederzettingen. Dat laatste moet voor Sharon zelf pijnlijk zijn geweest. Als minister van Huisvesting heeft hij in de jaren zeventig immers het nederzettingenbeleid opgezet.

Het moet nog worden afgewacht of al deze uitspraken zijsprongen zijn om het vredesproces te vertragen of echte stappen voorwaarts. Zou de grote cynicus, die zich nooit iets aantrok van wat de wereld van hem dacht, echt vrede willen? Sharons medewerkers hebben in het voorjaar van 2003 in ieder geval gezegd dat hun chef in de geschiedenisboeken wil worden opgenomen. Duidelijk is dat Sharon onder invloed van Bush is gaan schuiven.

Herverkiezing

Blijft over de vraag waarom Bush zijn eigen herverkiezing in november 2004 op het spel zet door zich zo aan de Israëlisch-Palestijnse conflict te binden. Hij heeft vooral veel te verliezen. Christelijk-rechts, een wezenlijk deel van zijn aanhang, is al een lobby in Washington gestart om de routekaart te saboteren. De joodse kiezers in Florida, ook in 2004 één van de key states, staan evenmin te juichen bij het idee van een Palestijnse staat naast Israël.

En juist tijdens de campagne van volgend jaar staan de belangrijkste kwesties op de agenda: de grenzen van de Palestijnse staat, de status van Jeruzalem, de Palestijnse vluchtelingen en de nederzettingen. Als het dan misgaat, kan Bush, net als zijn vader, vrede in het Midden-Oosten niet presenteren aan het Amerikaanse volk.

Inhoud dossier Israël

Nieuwsoverzicht
archief 2003
archief 2002
archief 2001

Routekaart: een nieuwe weg naar vrede?

De belangrijkste strijdpunten

De tweede Intifadah

Geschiedenis van het conflict

Israël en de Palestijnen
van A t/m Z


Portretten
Bush
Sharon
Arafat
Qurei
Abbas


Documenten

Site tips