|
Yasser Arafat, strijdend en brabbelend overlever |
|
Yasser Arafat kan zonder overdrijven een kat met negen levens worden
genoemd. Van alle hoofdrolspelers in het conflict in het Midden-Oosten
is de Palestijnse leider het vaakst verdreven, uitgeschakeld of irrelevant
was verklaard. Maar telkens wist hij weer terug te keren in het brandpunt
van de wereldpolitiek.
Arafat, met altijd de typerende sjaal om in de vorm van het land dat
hij vertegenwoordigt, begint zijn leven aan de zijlijn van het Israëlisch-Palestijnse
conflict. Hoewel hij zelf volhoudt in Jeruzalem te zijn geboren stond
zijn wieg in 1929 niet in het toenmalige Britse mandaatgebied Palestina,
maar in Egypte. Van zijn ouders is weinig bekend.
In zijn jonge jaren studeert Arafat techniek, maar hij raakt als snel
in de ban van het conflict tussen de in 1948 opgerichte staat Israël
en de Arabieren. Eind jaren vijftig zet hij in Koeweit met vrienden,
onder wie zijn latere tweede man Mahmoud Abbas, al-Fatah (de Overwinning,
omgekeerd ook de afkorting van Beweging voor de Bevrijding van Palestina)
op.
De bevrijding van Palestina moet gewapenderhand tot stand komen, vinden
Arafat en zijn companen. De seculiere Al-Fatah doet voor het eerst
duidelijk van zich spreken in 1968, een jaar na de voor de Arabieren
dramatisch verlopen Zesdaagse Oorlog. Fatah brengt ten oosten van
de rivier de Jordaan bij een veldslag het Israëlische leger tot staan.
Een jaar later wordt Arafat benoemd tot voorzitter van de Palestijnse
Bevrijdingsorganisatie PLO, een koepel van diverse Palestijnse groeperingen.
Olijftak
en geweer
Arafat heeft eind jaren zestig redelijk wat succes. Hij heeft trouwe
schare strijders om zich heen verzameld, is de absolute leider van
de PLO, die hij met strakke hand leidt, en hij heeft de Palestijnse
kwestie op de internationale politieke agenda weten te krijgen. Hij
zelf is het gezicht van de Palestijnse strijd geworden.
Maar in 1970 volgt de eerste tegenslag. Na een bloedige veldslag,
die de geschiedenis in gaat als Zwarte September, worden Arafat en
zijn aanhang door koning Hussein Jordanië uitgezet en naar Beiroet
verbannen. De PLO had in de voorgaande jaren zo'n macht opgebouwd
in Jordanië dat de koning vreesde voor de eenheid van het land, waarvan
de bewoners overigens voor het grootste deel Palestijns is.
Vanuit Libanon zet Arafat de gewapende strijd aanvankelijk voort,
maar in de loop van de jaren zeventig slaat de Palestijnse leider
het diplomatieke pad in. Dat besluit levert hem de nodige internationale
krediet op. In 1974 spreekt Arafat de Algemene Vergadering van de
Verenigde Naties toe, "met het geweer in de ene en een olijftak in
de hand". De Arabische Liga erkent de PLO als "enige en legitieme
vertegenwoordiger van het Palestijnse volk"
Arafat komt opnieuw in moeilijkheden als Israël in 1982 onder leiding
van minister Sharon van Defensie Libanon binnenvalt. Sharon wil hem
verdrijven. Hoewel Arafats legertje in de Libanese burgeroorlog een
factor van betekenis is, is het dat niet voor de georganiseerde Israëlische
troepen. Arafat wijkt uit naar Tunis. Daar leeft hij vele jaren in
ballingschap, geïsoleerd van het Palestijnse volk.
Inschattingsfouten
Mede daardoor onderschat hij in december 1987 een incident in de Gazastrook,
waarbij jongeren stenen gooien naar Israëlische soldaten. Hij doet
het voorval af als een 'intifadah', een opstootje, een nietsbetekenend
relletje. Het blijkt een misvatting, want de rellen slaan over naar
de Westelijke Jordaanoever. Al snel is er sprake van een algehele
volksopstand.
In 1990 maakt Arafat opnieuw een inschattingsfout. Hij kiest de zijde
van de Iraakse leider Saddam Hussein, die Koeweit is binnengevallen.
De keuze komt de PLO letterlijk duur te staan, want de geldstromen
uit de Arabische Golfstaten, die Saddam juist vrezen, drogen op. Na
de eerste Golfoorlog blijft Arafat aan de zijlijn staan, want hij
mag niet naar de internationale vredesconferentie in Madrid.
Maar daar wordt weer eens duidelijk dat Israël niet om Yasser Arafat
heen kan, hoe graag het dat ook zou willen. Ondanks zijn isolement
in Tunis is Arafat nog altijd de grote leider van de Palestijnen,
zonder wiens toestemming niets gebeurt. Het is daarom niemand minder
dan Arafat die in 1993 triomfantelijk de hand schudt van de later
vermoorde premier Rabin bij de ondertekening van de Oslo-akkoorden
in de tuin van het Witte Huis.
Terugkeer
Een jaar later wordt Arafat juichend verwelkomd in de Gazastrook.
Hij wordt tot voorzitter gekozen van de Palestijnse Autoriteit. President
mag hij niet heten, want dat suggereert het bestaan van een onafhankelijke
Palestijnse staat, en daarover moet nog worden onderhandeld, zo is
in de Oslo-akkoorden afgesproken. Maar de gesprekken lopen vast, mede
omdat de inmiddels sterk opgekomen islamitische Hamas-beweging voortdurend
zelfmoordaanslagen in Israël pleegt.
Duidelijk is dat Arafat de Hamas en de Islamitische Jihad niet in
de hand heeft. Maar er is meer waarin de Palestijnse leider faalt.
In de gebieden onder zijn controle zijn de bureaucratie, de rechtspraak,
de politie in meer of mindere mate corrupt of op zijn minst weinig
effectief. Arafat komt als regeringsleider een stuk minder goed uit
de verf dan als strijder voor de goede zaak.
'Irrelevant'
Pas in 2000 komen er nieuwe kansen op vrede tijdens de Camp Davidgesprekken.
De onderhandelingen mislukken echter, volgens president Clinton omdat
Arafat geen concessies wil doen. Kort daarna breekt de tweede Intifadah
uit die veel bloediger zal verlopen dan de eerste. Israël beschuldigt
Arafat ervan achter de nieuwe opstand te zitten.
Als op 11 september 2001 de terroristen hun gekaapte vliegtuigen laten
neerstorten in de Verenigde Staten, staat Arafat bloed af voor de
Amerikaanse slachtoffers. Maar de symbolische daad mag niet baten.
Zowel president Bush als de Israëlische premier Sharon zeggen een
jaar later dat Arafat is "besmet met terrorisme". Ze verklaren hem
"irrelevant".
In die periode is Arafats hoofdkwartier in Ramallah al enige weken
omsingeld door het Israëlische leger. President Bush wil dat
Arafat afstand doet van de macht in de Palestijnse gebieden. Na zware
druk stemt Arafat, die na dertig jaar in de internationale politiek
nog altijd steenkolenengels brabbelt, in met de komst van een eerste
Palestijnse premier. Het wordt Mahmoud Abbas. Maar die stapt al snel
weer op. Verdere onenigheid over de opvolging toont opnieuw aan dat
Arafat de politieke touwtjes nog altijd strak in handen heeft. |
|
|