|
Mahmoud Abbas, gematigd pragmaticus |
|
Mahmoud
Abbas, de eerste Palestijnse premier, was aanvankelijk tamelijk onbekend
in de internationale politiek. Toch is hij achter Yasser Arafat al
jaren de tweede man van de Palestijnen. De als gematigd bekendstaande
Abbas, alias Abu Mazen, speelt een grote rol in het conflict tussen
Israël en de Palestijnen.
Zo is hij begin jaren negentig één van de Palestijnse
architecten van de Oslo-vredesakkoorden. Dat juist Abbas, anders dan
Arafat, geheime besprekingen met linkse Israëliërs leidt,
is niet verbazingwekkend.
Abbas pleit al in de jaren zeventig voor een dialoog met de Israëliërs.
Over die periode heeft Abbas eens gezegd: "Ik begon na te denken
over hoe we moesten omgaan met een volk dat we niet kenden. Ik begon
voorzichtige hengeltjes uit te gooien".
Toewijding
De PLO is in die tijd nog lang niet rijp voor de ideeën van Abbas.
De Palestijnen beschouwen Israël nog als een 'zionistische entiteit'
die middels kapingen en ontvoeringen 'de zee in moet worden gedreven'.
Abbas staat met zijn vredesideeën tamelijk alleen. Toch is zijn
toewijding aan de Palestijnse zaak groot. Hij volgt Yasser Arafat
naar Tunis als deze in 1982 door het Israëlische leger Libanon
wordt uitgeschopt. Ze verblijven jarenlang in Tunis.
Geboren in 1935 in het Noord-Israëlische Safed vlucht Abbas met zijn
familie in 1948 naar Syrië als de staat Israël wordt opgericht. In
Damascus studeert hij rechten en later in Moskou geschiedenis.
Abbas richt eind jaren vijftig met Arafat de Palestijnse bevrijdingsbeweging
al Fatah op. In de jaren zestig en zeventig ontwikkelt Abbas zich
tot 'het brein van de PLO' met een uitgebreid netwerk van internationale
contacten. Dit stelt hem in staat veel fondsen voor de PLO te werven.
Oslo-akkoorden
Maar al het geld brengt de vrede uiteindelijk niet dichterbij. Dat
doen wel de geheime gesprekken die Abbas voert met linkse Israëliërs
na de mislukte vredesconferentie over het Midden-Oosten in 1991 in
Madrid. Na vele onderhandelingen in het Noorse Oslo tekent Abbas uiteindelijk
samen met Arafat het historische vredesakkoord van 1993 in de tuin
van het Witte Huis.
Toch loopt het daarna niet goed met de door Abbas bereikte overeenkomst.
De uitvoering van de Oslo-akkoorden raakt halverwege de jaren negentig
in het slop door onder meer de moord op Rabin, een regeringswisseling
in Israël en geweld van zowel Israëlische als Palestijnse zijde.
In de zomer van 2000 voert Abbas samen met Arafat in het Amerikaanse
Camp David de onderhandelingen over de laatste fase van de Oslo-akkoorden
met de Israëlische premier Barak. Er lijkt een akkoord op handen,
maar de onderhandelingen mislukken uiteindelijk, omdat Abbas en Arafat
niet kunnen instemmen met de concessies die Barak doet.
In een interview voor de Palestijnse satelliettelevisie, vlak voor
de definitieve mislukking van het overleg, verwijt Abbas Israël zich
niet te houden aan resoluties van de Verenigde Naties. "Als Israël
instemt met VN-resoluties zijn wij graag bereid een akkoord te tekenen.
(…) We zijn niet bereid de toekomst van ons volk te verkwanselen,
onze soevereiniteit over Jeruzalem en het recht op terugkeer voor
vluchtelingen. We zijn niet bereid de Israëlische aanwezigheid op
ons land te accepteren, of de aanwezigheid van nederzettingen."
Tweede
Intifadah
Ruim een week later barst in Jeruzalem de bom. Een omstreden bezoek
van Sharon aan de Tempelberg ontketent een golf van geweld die al
snel de tweede Intifadah wordt genoemd. Na ruim twee jaar komt Abbas
tot de conclusie dat de gewapende opstand en de zelfmoordaanslagen
de Palestijnen niets hebben opgeleverd.
Eind 2002 stelt hij: "De militarisering van de tweede Intifadah heeft
geleid tot een totale verwoesting van de Palestijnse infrastructuur
en instituties".
Hij roept de Palestijnen op terug te grijpen op het veel vreedzamere
verzet van de eerste Intifadah. Enkele weken later gaat hij een stap
verder. Hij wil een bestand gedurende een periode van één jaar om
de dialoog met de Israëliërs weer een kans te geven.
In die tijd, begin 2003, is zijn grote kompaan Arafat allang door
de Israëlische premier Sharon "irrelevant" verklaard. En ook de Amerikaanse
president Bush heeft dan allang de oprichting van een Palestijnse
staat gekoppeld aan het overdragen van de macht door Yasser Arafat
aan een premier met vergaande bevoegdheden.
Ontslag
In maart 2003 is Mahmoud Abbas de eerste Palestijnse premier, zij
het niet met de macht die hij zou wensen. Want het is nog altijd Yasser
Arafat die de belangrijkste beslissingen neemt inzake veiligheidszaken
en de vredesonderhandelingen met Israël.
De spanning over aanpak van de militante groeperingen en de bevoegdheden
van de premier loopt begin september hoog op. Abbas dreigt op te stappen
als hij de steun van het Palestijnse parlement voor zijn beleid niet
krijgt. De premier wacht het oordeel van het parlement echter niet
af. Nog voor de vertrouwensvraag in stemming kan worden gebracht,
dient hij op 6 september zijn ontslag in bij Arafat. |
|
|