|
In
de eerste maanden na de uitzending van de 1100 mariniers naar Irak
leken de Nederlanders weinig te vrezen te hebben. In de woestijnachtige
provincie Al-Muthanna waar de mariniers zijn gestationeerd, wonen
vrijwel geen mensen. Maar in november bleek ook het zuiden van Irak
niet vrij van geweld. Een groep Italiaanse veiligheidsagenten in
de buurt van de Nederlanders kwam om bij een aanslag, maar ondanks
dat is de Nederlandse missie verlengd met zes maanden.
Een delegatie uit de Tweede Kamer stelde begin november nog vast
dat de veiligheid van de troepen niet in gevaar was. Maar enkele
dagen na het bezoek, op 12 november, ging het toch mis in Zuid-Irak.
Met een autobom werd het hoofdkwartier van de Italiaanse carabinieri
in Nasriye verwoest.
Alarmfase
Nasriye ligt niet ver van Al-Muthanna, reden voor luitenant-generaal
Swijgman om een hogere alarmfase aan te kondigen. Twee weken later
werden ook de Spanjaarden in Najaf, ten noorden van het Nederlandse
hoofdkwartier, getroffen door een raketaanval. Tijdens een rit in
de buurt van Bagdad kwamen zeven veiligheidsagenten om.
Na de aanslag op de Italianen stelde de ministerraad de beslissing
over de verlenging van de Nederlandse missie een week uit om meer
informatie in te winnen over de veiligheidssituatie. Behalve zorg
over de recente aanslagen bestond er in de Tweede kamer ook onzekerheid
over de informatievoorziening van de Britten en Amerikanen. In augustus
bleek de balatjonscommandant een missie in de woestijn geweigerd
te hebben omdat de Nederlanders in eerste instantie geen inlichtingen
van de Britten hadden gekregen.
Op 28 november besloot het kabinet de Nederlandse aanwezigheid toch
te handhaven, maar uit voorzorg zijn aan het Nederlandse contingent
zeventig commando's toegevoegd. Die moeten informatie verzamelen
over mogelijke terroristen in het gebied. "De aanslagen zijn
een grote zorg, maar dat betekent niet dat we onze verantwoordelijkheid
niet moeten nemen", stelde premier Balkenende.
Luchtsteun
Het kabinet vond het niet nodig om Orion-verkenningsvliegtuigen
of F-16's naar Irak te sturen. Mochten de Nederlanders in de problemen
komen, dan kunnen de Amerikanen volgens minister Kamp (Defensie)
binnen een kwartier luchtsteun geven.
De Britten kunnen volgens de bewindsman vanuit Basra binnen twaalf
uur met zwaar militair materieel in Al-Muthanna aanwezig zijn. Toch
is een honderd procent veiligheidsgarantie onmogelijk, waarschuwde
minister De Hoop Scheffer van Buitenlandse Zaken. "De Irakezen lezen
geen VN-resoluties", zei De Hoop Scheffer.
Met die uitspraak doelde de bewindsman op het feit dat de Irakezen
waarschijnlijk weinig onderscheid maken tussen troepen van de Stabilisatiemacht,
die het land moeten helpen opbouwen, en de Amerikanen en Britten.
SFIR
De zending van 1100 militairen naar de Zuid-Iraakse provincie Al-Muthanna
vindt plaats onder de vlag van de SFIR, de Stabilisation Force
Iraq, op grond van VN-resolutie 1483 die de wederopbouw regelt
van Irak na de verdrijving van het regime van Saddam Hussein. De
meerderheid van de Tweede Kamer stemde eind juni in met het de missie,
op de SP, GroenLinks en enkele PvdA'ers na.
Van de 1100 militairen is veertig procent al eens op buitenlandse
missie geweest. De overige zestig procent is nog nooit uitgezonden
geweest. Tien procent van de militairen komt rechtstreeks van de
mariniersopleiding. De missie staat onder leiding van luitenant-kolonel
Swijgman.
Het militaire hoofdcommando berust bij de Britten. Hun hoofdkwartier
ligt in de Zuid-Iraakse stad Basra. Begin april worden de mariniers
afgelost door twee compagnieën van de Limburgse Jagers uit
het Duitse Seedorf en één compagnie van de Luchtmobiele
Brigade uit Schaarsbergen.
|