|
Schandaal nekt president Indonesië
|
|
De
eerste democratisch gekozen president van Indonesië, Abdurrahman
Wahid, wordt op 23 juli 2001 afgezet, na een ambtsperiode van 21 maanden.
Het Raadgevend Volkscongres heeft geen vertrouwen in hem. Wahid is
er niet in geslaagd een einde te maken aan etnische en religieuze
geweldsuitbarstingen. Ook de economische crisis duurt onverminderd
voort.
Negen miljoen verdwenen
Een groot financieel schandaal maakt de situatie er niet beter op.
Begin 2001 wordt bekend dat circa 9 miljoen gulden is verdwenen bij
Bulog, het pensioenfonds van het nationale distributieorgaan voor
rijst. Vice-voorzitter Sapuan van het fonds blijkt het geld te hebben
overhandigd aan de masseur van de president. Die zou het geld in opdracht
van Wahid hebben gevraagd voor de ontwikkeling van de provincie Atjeh.
Vanaf het begin zijn er vragen over het verhaal. Waarom zou Sapuan
zoveel geld aan de masseur van de president overhandigen, als hij
niet zeker weet of Wahid er achter zit? En wat is er waar van de geruchten
dat de secretaris van staat en de minister van Buitenlandse Zaken
meer van de zaak weten?
Kroongetuige spoorloos
De masseur, oftewel de kroongetuige, is sinds het uitlekken van het
schandaal spoorloos. Wahid ontslaat Sapuan als vice-voorzitter van
Bulog en stelt hem in staat van beschuldiging. Hij heeft onthuld dat
het geld via de masseur is overgemaakt naar de rekeningen van vijf
personen, waarvan minstens twee nauwe banden onderhouden met de secretaris
van staat, Gunawan.
Gunawan is de rechterhand en een goede vriend van Wahid. Hij neemt
meteen na het uitlekken van de affaire ontslag. Hij claimt onschuldig
te zijn en zich uitsluitend terug te trekken om de president niet
tot last te zijn.
Kalla,
de directeur van Bulog ten tijde van de uitbetaling van het geld,
beweert dat de minister van Buitenlandse Zaken hem ooit heeft gepolst
over de fondsen. Maar Shihab zelf zegt van niets te weten. Hij noemt
zich "zo schoon als een wit blad papier".
Parlementaire enquête
Het verdwenen geld is inmiddels merendeels getraceerd en naar de politie
gebracht. Maar de vragen blijven. Om die te beantwoorden stelt het
parlement een enquête in. Daaruit blijkt dat Wahid schuldig
is. Dankzij steun van zijn eigen partij (PDK) en de twee grootste
partijen (de nationalistische PDI-P van vice-president Megawati en
Golkar) leidt de parlementaire enquête niet tot een afzettingsprocedure.
De president krijgt, op 1 februari, wel een berisping.
Wahid geeft toe dat hij met Sapuan heeft gesproken over de fondsen,
maar dat hij besloot af te zien van verdere actie vanwege de bureaucratische
rompslomp. In plaats daarvan zou hij een gift hebben gebruikt van
2 miljoen Amerikaanse dollars van de sultan van Brunei. Hij benadrukt
dat het geld alleen is gebruikt voor de ontwikkeling van Atjeh, en
dat hij geen cent voor zichzelf heeft gehouden. Volgens Wahid grijpt
het volkscongres de beschuldigingen alleen aan om zijn presidentschap
te ondermijnen.
Het volkscongres vindt het excuus van Wahid niet overtuigend en geeft
hem op 30 april een tweede reprimande. Die legt hij echter naast zich
neer. De roep om zijn afzetting wordt dan steeds sterker. De president
zet alle zeilen bij om zijn lot te ontlopen. Om te beginnen draagt
hij een een groot deel van zijn verantwoordelijkheden over aan vice-premier
Megawati.
Steeds
dieper in de problemen
Verder dreigt Wahid voortdurend met het uitroepen van de noodtoestand
in Indonesië, als het congres de afzettingsprocedure doorzet,
zodat hij het parlement kan ontslaan en vervroegde verkiezingen kan
uitschrijven. Als de chef van politie, Bimantoro, weigert daaraan
mee te werken, ontslaat hij hem. Ook een aantal ministers wordt de
laan uitgestuurd: Yudhoyono van Veiligheidzaken, Ksusumaatmadja van
Maritieme Aangelegenheden en Sudarijanto van Economische Hervormingen.
Zijn actie brengt de president alleen maar dieper in de problemen.
De politie, het leger en het parlement scharen zich achter politiechef
Bimantoro, die weigert op te stappen. Op 23 juli besluit het congres
in een speciale zitting Wahid af te zetten. Het wijst vice-president
Megawati aan als zijn opvolger.
|
|
|