Voorzitter
van het Volkscongres Amien Rais heeft zich ontwikkeld als een luis
in de pels van ex-president Wahid. Hij valt hem in zijn ambtsperiode
keer op keer hard aan. Hij verwijt Wahid vooral de economische crisis
niet onder controle te hebben.
In 2001 krijgen de aanvallen van Rais een politiek vervolg. Tijdens
Wahids corruptieschandaal stuurt de voorzitter aan op een afzettingsprocedure
tegen de president. Daarmee komt het aftreden van Wahid, de wens van
Rais, dichtbij.
In een interview met Time Magazine zegt Rais pas in 2004, na de nieuwe
verkiezingen, president te willen worden.
Aanhang
Rais
vindt zijn aanhang voornamelijk onder de stedelijke moslims. Deze
aanhang is veelal rechtser dan de islamitische aanhang van zijn politieke
rivaal Wahid. De stedelijke moslims voelen zich in de tijd van Soeharto
economisch en politiek onderdrukt. Als hoofd van de Muhammadiyah,
een moslimorganisatie, krijgt Rais de steun van de ontevreden moslims.
Een grote rol speelde Rais in de oprichting van de Associatie van
de Indonesische Moslim Intelectuelen (ICMI), een organisatie goedgekeurd
door Soeharto. Leider van de organistatie, Habibie, volgde Soeharto
op na zijn aftreden als president van Indonesië.
Hoogleraar
De voorzitter van het Volkscongres heeft een hoge universitaire opleiding
genoten en is in de Midden-Javaanse stad Yogyakarta benoemd tot hoogleraar
aan de plaatselijke universiteit. |
|
|