|
Formatie mislukt door gebrek aan vertrouwen |
|
Het is voorbij. Na 77 dagen moeizaam onderhandelen is de poging van
het CDA en de PvdA om tot een gezamelijk meerderheidskabinet te komen
mislukt. De nekslag was de onenigheid over het toekomstige financieel
beleid, maar de werkelijke oorzaak lag op een ander vlak: "De
chemie was onvoldoende. Er was onvoldoende vertrouwen om de maatregelen
te nemen die nodig waren'', zei CDA-leider Balkenende.
Financieel
akkoord
Op 10 april barstte de bom. Het CDA legde een nieuw bezuinigingsplan
op tafel dat voor de PvdA volstrekt onaanvaardbaar was. In dat plan
was sprake onder meer sprake van 2,5 miljard euro bezuinigingen op
de sociale zekerheid, een miljard op de AWBZ en een half miljard op
het grotestedenbeleid.
Een week eerder hadden Balkenende en Bos nog vol trots een financieel
akkoord gepresenteerd. Ze kwamen overeen dat ongeveer 20 miljard euro
zou worden omgebogen. Daarvan gold 14,5 miljard euro als harde bezuiniging,
bestemd om het overheidstekort weg te werken, zoals het CDA wilde.
De rest van het geld werd ingeboekt als lastenverzwaringen om daarmee
investeringen voor de zorg, het onderwijs en de veiligheid te bekostigen.
Hiermee werd tegemoet gekomen aan de PvdA.
Het overeengekomen financieel akkoord moest alleen nog wel even worden
doorgerekend door het Centraal Planbureau. En dat kwam tot de conclusie
dat de voorgenomen bezuinigingen en lastenverzwaringen zouden leiden
tot een stijgende werkloosheid en inflatie. CDA en PvdA moesten opnieuw
om de tafel gaan zitten en kwamen er niet meer uit.
Oorlog tegen Irak
Het bezuinigingspakket was niet het enige onderwerp waar Bos en Balkenende
niet uitkwamen, ook wat betreft de oorlog tegen Irak bleven de standpunten
ver uit elkaar liggen. "We hebben besloten om het verschil van mening
verder te laten rusten, oftewel: agree to disagree", aldus PvdA-leider
Bos.
CDA-leider Balkenende was boos over de uitleg die Bos gaf aan de moeizame
overeenstemming die de twee partijen op 24 maart wel degelijk leken
te hebben bereikt. Toen kwamen de twee partijen met het gezamelijke
standpunt naar buiten dat Nederland zich "in de ontstane situatie"
achter de geallieerde coalitie moest scharen en dat ook de PvdA VN-resolutie
1441 als "feitelijke grondslag" voor de oorlog accepteerde.
Eerder had Bos steeds gezegd dat de oorlog niet gerechtvaardigd was,
omdat er geen nieuwe VN-resolutie aan ten grondslag lag. Op de PvdA-site
liet Bos blijken dat de PvdA niet van mening was veranderd over de
resolutie, maar er niet meer moeilijk over wilde doen. "Nu de oorlog
een feit is, is het weinig productief om dat geschil verder uit te
vechten."
Jong en onervaren
Van het begin af aan was duidelijk dat tot een gezamenlijk beleid
komen voor de twee jonge, onervaren fractieleiders een hels karwei
zou zijn. Oud-staatssecretaris van Financiën Bos is pas vijf
maanden fractieleider van de PvdA en zat voor zijn staatssecretariaat
nog geen twee jaar in de Kamer. Balkenende had er drie jaar als Kamerlid
opzitten voor hij fractievoorzitter werd en nog geen half jaar later
was hij al premier.
Bovendien
wilde het CDA veel liever met de VVD regeren. De verkiezingsinzet
van het CDA was een coalitie met de VVD. Balkenende achtte de kans
op een kabinet met de PvdA zeer klein. Hij noemde die partij "weliswaar
sociaal, maar niet solide". De kiezer wilde het echter anders.
VVD en CDA kregen samen geen meerderheid en dus moest het CDA met
de B-keuze in zee.
Gewerkt werd volgens de tactiek van het 'puntzakmodel', de onderhandelaars
handelden een lijst met een breed scala aan onderwerpen af, waar steeds
meer van kon worden afgestreept. Zo moest het vertrouwen tussen Bos
en Balkenende langzaam groeien. Maar hoe dieper in de puntzak, hoe
lastiger de onderwerpen werden. En onderin de punt lagen de financiën
te wachten waar de formatie uiteindelijk op stukliep. |
|
|