Nu zijn er allerlei verschillende
besluitvormingsprocedures in de EU. De wetsvoorstellen komen altijd
van de Commissie, maar soms neemt de Raad van Ministers het definitieve
besluit alleen en soms doen het Parlement en de Raad het samen.
Het
Parlement wil dat samen beslissen in het vervolg de vaste procedure
wordt voor alle beleidsterreinen. Zo krijgt het Parlement veel meer
macht. Parlement en Raad moeten samen gaan beslissen over elke herziening
van Europese Verdragen, het merendeel van de internationale overeenkomsten
en alle besluiten op het gebied van de begroting.
Besluiten van de Raad van Ministers, ook wel de Raad van de Europese
Unie genoemd, worden nu al vaak met gekwalificeerde meerderheid genomen.
Maar nog zo'n twintig procent van de besluiten wordt unaniem genomen.
Hoe meer landen in de EU opgenomen worden, hoe moeilijker het is om
een unaniem te beslissen.
Nu kan één land bijvoorbeeld nog de gemeenschappelijke
buitenlandse politiek en het defensiebeleid tegenhouden. Het Parlement
wil een Raad van ministers van Defensie instellen, die zich met problemen
op dit gebied gaat bezig houden. Ook moet de Commissie bij de aanpak
van crises een sleutelrol gaan spelen.
Het Parlement pleit er vooral voor dat de Raad al zijn besluiten neemt
met een meerderheid van stemmen. En dan geen gewone meerderheid, maar
een dubbele meerderheid. Dat wil zeggen het grootste deel van de lidstaten
plus de meerderheid van het Parlement. Volgens het Parlement is dit
veel democratischer, omdat er meer evenwicht is tussen grote en kleine
landen.
|
|
|