|
De geschiedenis van de eu(ro) in vogelvlucht
|
|
Aan
de invoering van de euro is heel wat jaren gewerkt. Het Verdrag van
Rome van 1957 vormde de basis voor de totstandkoming van een gemeenschappelijke
Europese markt. Een samenvatting van de belangrijkste beslissingen
binnen de Europese Unie, die ertoe geleid hebben dat er nu in twaalf
Europese landen met één munt kan worden betaald:
Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal
In de naoorlogse jaren bestaat er behoefte aan samenwerking op het
gebied van de zware industrie. Men zoekt een basis voor vrede en economische
samenwerking. In 1952 wordt daarom de Europese Gemeenschap voor Kolen
en Staal (EGKS) opgericht. De Benelux-landen, West-Duitsland, Frankrijk
en Italië dragen hun soevereiniteit met betrekking tot deze industrie-takken
over aan het Europese orgaan.
Europese Economische Gemeenschap
In 1957 wordt de Europese Economische Gemeenschap (EEG) opgericht.
De deelnemende landen streven naar één douane-unie, een gemeenschappelijk
landbouwbeleid en vrij grensverkeer van personen, kapitaal, diensten
en vervoer. In 1967 worden de EGKS, de EEG en Euratom (een samenwerkingsverband
op het gebied van kernenergie) samengevoegd tot de Europese Gemeenschap
(EG) en de Europese Commissie wordt gevormd.
Europees Monetair Stelsel
In 1979 wordt het Europese Monetaire Stelsel opgericht, een eerste
stap naar een economische en monetaire unie. In 1991 worden er in
het verdrag van Maastricht door de regeringsleiders afspraken gemaakt
over de oprichting van de Economische en Monetaire Unie (EMU).
Europese
akte
De Europese Akte tot wijziging van het Verdrag van Rome versoepelt
in 1986 de besluitvorming van de Raad van Ministers. Ook wordt de
inspraak van het Europarlement uitgebreid.
Europese Unie
In 1993 wordt de Europese Unie (EU) opgericht. Hiermee geven de lidstaten
aan dat de verbondenheid verder gaat dan een economische samenwerking.
Ook buitenlands beleid, het asiel- en immigratiebeleid en drugsbestrijding
zijn belangrijke gezamenlijke aandachtspunten.
Toetredingen
De zes landen die oorspronkelijk de EGKS vormden, te weten de Benelux-landen,
West-Duitsland, Frankrijk en Italië, krijgen pas in 1973 versterking
wanneer Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk toetreden.
In 1981 doet Griekenland zijn intrede en in 1986 treden Spanje en
Portugal toe. Een voorlopig einde aan de uitbreiding van de Europese
Unie komt er in 1995 met de toetreding van Finland, Oostenrijk en
Zweden. Inmiddels zijn er vijftien lidstaten.
In 1997 beginnen de toetredingsonderhandelingen met Estland, Hongarije,
Polen, Tsjechië en Cyprus. In 2000 starten de toetredingsgesprekken
met Letland, Slowakije, Litouwen, Bulgarije, Roemenië en Malta. Turkije
verwierf vorig jaar de status van kandidaat-lidstaat. Daar moet echter
nog flink aan de mensenrechten worden gesleuteld, voordat er daadwerkelijk
over toetreding kan worden onderhandeld.
Gemeenschappelijk
monetair beleid
De derde fase van de EMU begint op 1 januari 1999, als de onderlinge
wisselkoersen van de deelnemende valuta's worden vastgelegd. De lidstaten
van het eurogebied gaan dan een gemeenschappelijk monetair beleid
voeren. De euro wordt geïntroduceerd als wettig betaalmiddel.
Op 1 januari 2001 wordt ook Griekenland lid, zodat er nu twaalf lidstaten
zijn die op 1 januari 2002 overgaan op de nieuwe eurobankbiljetten
en euromunten.
De Europese Centrale Bank
De Europese Centrale Bank (ECB) wordt opgericht op 1 juni 1998. De
bank zetelt in Frankfurt am Main in Duitsland. Hoofddoel is het handhaven
van prijsstabiliteit en het voeren van een gemeenschappelijk monetair
beleid voor het hele eurogebied. De ECB is verantwoordelijk voor de
ontwikkeling en de invoering van de euro. De ECB en de nationale centrale
banken van het eurogebied samen staan bekend als het Eurosysteem.

De dagelijkse leiding is in handen van de ECB-directie, die onder
leiding staat van de Nederlander Wim Duisenberg. Duisenberg is formeel
voor acht jaar benoemd, maar gaat waarschijnlijk eerder met pensioen,
om plaats te maken voor de Fransman Trichet.
De koers
De omwisselkoers van de euro wordt vastgesteld op 1 januari 1999,
via een ingewikkelde weging van de valuta van de deelnemende landen.
De koers voor de gulden is: 1 euro = 2,20371 gulden. Omrekening van
gulden naar euro (en andersom) wordt gedaan met een nauwkeurigheid
van 5 cijfers achter de komma. Daarna wordt afgerond tot op twee cijfers
achter de komma. Op 1 januari 2002 geldt de euro als officieel betaalmiddel
in alle deelnemende landen. |
|
|