|
1957
Nederland
België
Luxemburg
West-Duitsland
Frankrijk
Italië
1973
Denemarken
Ierland
Groot-Brittannië
1995
Finland
Oostenrijk
Zweden
2004
Cyprus
Estland
Hongarije
Letland
Litouwen
Malta
Polen
Slowakije
Slovenië
Tsjechië
Klik op een jaartal
Elk jaartal geeft de toetreding van nieuwe lidstaten
in de Europese Unie weer.
|
|
De
toetreding van tien nieuwe lidstaten in 2004 is het voorlopige hoogtepunt
in de geschiedenis van de Europese Unie, die in 1952 begon als poging
om het continent voor altijd te vrijwaren van oorlog. Een chronologisch
overzicht.
1952: Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal
In de naoorlogse jaren bestaat er behoefte aan samenwerking op het
gebied van de zware industrie. Europa zoekt een basis voor vrede
en economische samenwerking. In 1952 wordt daarom de Europese Gemeenschap
voor Kolen en Staal (EGKS) opgericht. De Benelux-landen, West-Duitsland,
Frankrijk en Italië dragen hun soevereiniteit met betrekking tot
deze industrie-takken over aan het Europese orgaan.
1957: Europese Economische Gemeenschap
In 1957 wordt het Verdrag van Rome getekend. Daarmee is de oprichting
van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) een feit. De deelnemende
landen streven naar één douane-unie, een gemeenschappelijk landbouwbeleid
en vrij grensverkeer van personen, kapitaal en diensten. Daarnaast
beginnen de deelnemende landen een samenwerkingsverband op het gebied
van kernenergie (Euratom).
1967: Europese gemeenschap
In 1967 worden de EGKS, de EEG en Euratom samengevoegd tot de Europese
Gemeenschap (EG). Ook worden de Europese Commissie en de Europese
Raad gevormd.
1973: Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk
De zes landen die oorspronkelijk de EGKS vormden, te weten de Benelux-landen,
West-Duitsland, Frankrijk en Italië, krijgen pas in 1973 versterking
wanneer Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk toetreden.
1979: Europees Monetair Stelsel
In 1979 wordt het Europese Monetaire Stelsel opgericht, een eerste
stap naar een economische en monetaire unie. In 1991 worden er in
het verdrag van Maastricht door de regeringsleiders afspraken gemaakt
over de oprichting van de Economische en Monetaire Unie (EMU).
1981: Griekenland
In 1981 doet Griekenland zijn intrede.
1986: Europese akte
De Europese Akte tot wijziging van het Verdrag van Rome versoepelt
in 1986 de besluitvorming van de Raad van Ministers. Ook wordt de
inspraak van het Europarlement uitgebreid.
1986: Spanje en Portugal
In 1986 treden Spanje en Portugal toe tot de Europese Gemeenschap.
1992: Maastricht
In het Verdrag van Maastricht wordt de grondslag gelegd voor een
economische en monetaire unie, wat uiteindelijk zal leiden tot de
invoering van de gezamelijke munt, de euro. Ook wordt hier besloten
tot een gezamelijk buitenlands, juridisch en veiligheidsbeleid.
1993: Europese Unie
In 1993 wordt de Europese Unie (EU) opgericht. Hiermee geven de
lidstaten aan dat de verbondenheid verder gaat dan een economische
samenwerking. Ook buitenlands beleid, het asiel- en immigratiebeleid
en drugsbestrijding zijn belangrijke gezamenlijke aandachtspunten.
Op de Europese top in Kopenhagen wordt ook de deur geopend voor
onderhandelingen met de landen uit Midden- en Oost-Europa.
1995: Finland, Oostenrijk en Zweden
Een voorlopig einde aan de uitbreiding van de Europese Unie komt
er in 1995 met de toetreding van Finland, Oostenrijk en Zweden.
Daarmee komt het aantal lidstaten op vijftien.
1997: Verdrag van Amsterdam
Hierin wordt de grondslag gelegd voor de toekomstige uitbreiding
van de Unie op economisch en monetair gebied.
1997: Onderhandelingen met Oost-Europese landen
In 1997 beginnen de toetredingsonderhandelingen met Estland, Hongarije,
Polen, Tsjechië, Slovenië en Cyprus.
1998: De Europese Centrale Bank
De Europese Centrale Bank (ECB) wordt opgericht. De bank zetelt
in Frankfurt am Main in Duitsland. Hoofddoel is het handhaven van
prijsstabiliteit en het voeren van een gemeenschappelijk monetair
beleid voor het hele eurogebied. De ECB is verantwoordelijk voor
de ontwikkeling en de invoering van de euro. De ECB en de nationale
centrale banken van het eurogebied samen staan bekend als het Eurosysteem.
1999: Gemeenschappelijk monetair beleid
De derde fase van de EMU begint op 1 januari 1999, als de onderlinge
wisselkoersen van de deelnemende valuta's worden vastgelegd. De
lidstaten van het eurogebied gaan dan een gemeenschappelijk monetair
beleid voeren. De euro wordt geïntroduceerd als wettig betaalmiddel.
Elf lidstaten voldoen aan de eisen die zijn gesteld voor deelname
aan een gezamelijke euromunt.
2000: Verdrag van Nice
Hierin wordt de reorganisatie van de Europese instituten geregeld,
zodat een grotere EU met 25 lidstaten ook werkbaar blijft. Zo is
bijvoorbeeld het vetorecht beperkt.
2000: Meer toetredingsgesprekken
In 2000 starten de toetredingsgesprekken met Letland, Slowakije,
Litouwen, Bulgarije, Roemenië en Malta. Ook Turkije verwierf de
status van kandidaat-lidstaat. Maar daar moet nog flink aan de mensenrechten
worden gesleuteld, voordat er daadwerkelijk over toetreding kan
worden onderhandeld.
2001: Griekenland doet mee aan euro
Op 1 januari 2001 treedt ook Griekenland toe tot de eurozone, zodat
er nu twaalf lidstaten zijn die op 1 januari 2002 overgaan op de
nieuwe eurobankbiljetten en euromunten.
2002: De euro wordt ingevoerd
Op 1 januari 2002 gaan twaalf leden van de Europese Unie over op
een gezamenlijke munt, de euro. In Duitsland, Ierland, Nederland,
Griekenland, Frankrijk, Luxemburg, Oostenrijk, Finland, België,
Italië, Portugal en Spanje kan voortaan met deze Europese munteenheid
betaald worden. Drie leden van de EU, Groot-Brittannië, Denemarken
en Zweden, doen niet mee aan de euro.
2002: Akkoord over toetreding van tien landen tot de Unie
Op 13 december besluit de Europese Commissie dat tien kandidaatlanden
op 1 mei 2004 mogen toetreden tot de Europese Unie. Het gaat om
Estland, Letland, Litouwen, Tsjechië, Hongarije, Slowakije,
Polen, Slovenië, Cyprus en Malta. Bulgarije en Roemenië kunnen
in 2007 toetreden, mits ze aan alle voorwaarden voldoen. Met Turkije
beginnen de onderhandelingen als dit land in december 2004 heeft
voldaan aan de voorwaarden op het gebied van mensenrechten en democratie.
2003: Kandidaatleden stemmen voor toetreding tot de EU
maart: Malta en Slovenië stemmen bij een referendum voor toetreding
april: Hongarije stemt bij een referendum voor toetreding
mei: Slowakije en Litouwen stemmen in een referendum voor toetreding
juni: Polen en Tsjechië stemmen in een referendum voor toetreding
juli: Het parlement van Cyprus stemt voor lidmaatschap van de EU
september: Estland en Letland stemmen in een referendum voor toetreding
2003: Europese Conventie presenteert concept-grondwet
Na zestien maanden van vaak verhitte debatten wordt de Europese
Conventie het in juni eens over een nieuwe grondwet. De constitutie,
die ervoor moet zorgen dat de EU ook na de uitbreiding met tien
landen in 2004 bestuurbaar blijft, wordt op de Europese top in het
Griekse Thessaloniki gepresenteerd aan de Europese leiders. Aan
hen is het laatste woord.
|