|
Aanhoudende kritiek op het studiehuis |
|
Vorig
jaar legde de eerste lichting vwo'ers het eindexamen nieuwe stijl
af. Volgens het Cito, dat de examenvragen opstelt en evalueert, verschillen
de resultaten van leerlingen die het vwo-nieuwe stijl volgden niet
dramatisch van die van de oude stijl-scholieren. Maar de kritiek op
het studiehuis neemt niet af. Zowel leerlingen als leerkrachten klagen
over de invoering van het nieuwe systeem en over de zwaardere werkdruk
die daarmee gepaard gaat.
Eindexamens
Het Cito-onderzoek naar de examenvragen van vorig jaar toont dat de
examens vwo-nieuwe stijl iets makkelijker waren dan de vragen-oude
stijl. Bij de vragen die ook al in het oude examen werden gesteld,
scoorden de leerlingen oude stijl voor de meeste vakken iets hoger.
Maar volgens het Cito zijn de verschillen niet verontrustend, omdat
ook andere factoren meespeelden. Zo kampten veel scholieren nog met
de kinderziektes van het studiehuis. Ook was de studielast in de nieuwe
stijl zwaarder.
Een jaar eerder bleken de resultaten van de eerste examens havo nieuwe
stijl vergelijkbaar zijn met die van voorgaande jaren. Het ministerie
van Onderwijs meldt dat in 1999-2000 ongeveer 90 procent het diploma
haalde, ongeveer evenveel als in de voorafgaande jaren.
Studiedruk
Het ministerie geeft toe dat de werkdruk een probleem blijft.
Veel leerlingen ondervinden deze werkdruk aan den lijve en zijn ondanks
de verlichtende maatregelen niet te spreken over het nieuwe onderwijssysteem.
Een peiling van onderzoeksbureau Centerdata bevestigt dat: tweederde
van de ondervraagde leerlingen uit havo- en vwo-scholen noemt de studiedruk
in het studiehuis te hoog. Ook meldt de helft van de scholieren dat
hun docenten niet weten hoe ze zelfstandig leren kunnen begeleiden.
Invoering en kritiek
Het studiehuis is eind jaren negentig ingevoerd. De Tweede Fase, de
hoogste klassen van de havo en het vwo, moest zwaarder worden en leerlingen
moesten zelfstandiger leren werken. De invoering van het studiehuis
verliep echter niet zonder slag of stoot. Zowel leerlingen als leerkrachten
klagen over de invoering van het nieuwe systeem en over de zwaardere
werkdruk die daarmee gepaard gaat.
In 1998, een jaar na de invoering van het studiehuis in honderd proefscholen,
kwamen deze scholen met kritiek: het studiehuis zou chaotisch zijn.
Staatssecretaris Adelmund, die toen net twee maanden in dienst was,
verlichtte hierop de exameneisen.
In 1999 werd het nieuwe systeem op alle scholen ingevoerd. Maar de
kritiek hield aan en de leerlingen, die vonden dat ze veel te hard
moesten werken, staakten massaal. Ook toen handelde Adelmund meteen:
in januari 2000 gaf ze scholen de mogelijkheid het onderwijsprogramma
te veranderen. Scholen mochten hun leerlingen minder werkstukken laten
maken en vreemde talen schrappen zodat er meer tijd was voor andere
vakken.
Adelmund weet de hoge werkdruk vooral aan de startproblemen van het
studiehuis. Daarom golden de verlichtingsmaatregelen in eerste instantie
slechts voor drie jaar. Inmiddels heeft Adelmund al laten weten dat
de tijdelijke maatregelen zullen worden verlengd, in ieder geval tot
augustus 2005. Dan zal het Studiehuis grondig worden aangepast.
Geschiedenis
Het idee voor het studiehuis gaat terug naar het einde van de jaren
tachtig. De universiteiten zaten vol en net afgestudeerde academici
konden geen banen vinden. Selectie aan de poort leek de oplossing
voor de overbevolking van de universiteiten, hoewel dit weer op de
achtergrond raakte toen het beter ging met de economie.
Wel bleef men bij het idee om het onderwijs in de hoogste klassen
van havo en vwo te verzwaren. Leerlingen moesten een uitgebreider
vakkenpakket krijgen. Bovendien mochten ze hun pakketten niet meer
volledig zelf samenstellen. Scholieren kiezen nu uit de profielen
natuur en gezondheid, natuur en techniek, cultuur en maatschappij
of economie en maatschappij.
Een ander onderdeel van de vernieuwing was het studiehuis. Dit houdt
in dat de leerlingen zelfstandiger moeten gaan werken, dus opdrachten
op eigen houtje of in groepsverband uitvoeren. |
| |