|
Julie
Lejeune en Mélissa Russo
An Marchal en Eefje Lambrecks
Sabine Dardenne en Laetitia Delhez
Julie, Mélissa, An, Eefje, Sabine en Laetitia. Zes meisjes,
kinderen nog, die ten prooi vielen aan de verschrikkelijke praktijken
van Marc Dutroux. Ze werden opgesloten in een kleine kooi, waar
ze regelmatig werden verkracht en geestelijk mishandeld. Vier van
hen kwamen om, alleen Sabine en Laetitia wisten het drama te overleven.
De ouders van de vermoorde meisjes, die evengoed slachtoffer zijn,
krijgen aanvankelijk minder rechten dan Dutroux zelf: ze mogen het
politiedossier pas eind 2001 voor het eerst inkijken. Ze binden
de strijd aan met het recht, maar "het onderzoek is gesaboteerd.
De waarheid zal nooit aan het licht komen", meent de vader
van Mélissa.
Julie
Lejeune en Mélissa Russo
Julie Lejeune en Mélissa Russo zijn acht jaar oud als ze
op 24 juni 1995 ontvoerd worden. De meisjes worden gevangen gezet
in een geheime kooi in de kelder van Dutroux' huis. Daar worden
ze gedrogeerd en herhaaldelijk verkracht. Uit onderzoek blijkt dat
Mélissa twee weken voor haar dood nog is verkracht. Op dat
moment verbleef Dutroux in de gevangenis wegens autozwendel. Toch
zegt procureur Anne Thily dat er geen sprake is van een netwerk.
"Dutroux heeft in zijn eentje gehandeld", zo klinkt het.
Dat beaamt onderzoeksrechter Langlois. "Dutroux is een geïsoleerde
pervert."
Naar eigen zeggen heeft Dutroux bij zijn arrestatie water en eten
voor Julie en Mélissa achtergelaten. In de kooi waar de meisjes
opgesloten zitten is het donker, er is geen verwarming, geen elektriciteit
en het is winter, dus koud. Toch houdt Dutroux stellig vol dat bij
zijn thuiskomst, vier maanden later, Julie en Mélissa nog
in leven zijn.
Hij zegt hen die dag in bad te hebben gestopt, "maar voor Julie
was het te laat, ze stierf". Daarna probeert hij de sterk verzwakte
Mélissa te redden met mond-op-mondbeademing en wat koekjes.
Ook zou hij haar versterkingsmiddelen hebben ingespoten. Nadien
legt hij het meisje in bed. Als hij wakker wordt, is ze dood.
Veertien maanden na hun verdwijning geeft Dutroux aanwijzingen
waar de meisjes begraven liggen. In de tuin van zijn huis in Sars-la-Buissière
worden de lichamen van Julie en Mélissa opgegraven. In hetzelfde
graf wordt het lichaam van Dutroux' handlanger Bernard Weinstein
ontdekt.
Observatie
Een speciaal team van speurders observeerde Dutroux na de ontvoering
van Julie en Mélissa, mede omdat hij voor zijn arrestatie
al veroordeeld was wegens vijf gevallen van verkrachting en ontvoering.
De rijkswacht verricht kort daarop een huiszoeking in een van Dutroux'
woningen. Omdat er gewerkt wordt onder het voorwendsel van een onderzoek
naar diefstal konden geen speciale middelen worden gebruikt, dus
geen speurhonden, geen infraroodcamera's.
Gedurende korte tijd worden stemmen gehoord van twee jonge meisjes.
Ze lijken uit de kelder te komen. "Taisez-vous" (zwijg),
schreeuwt opperwachtmeester René Michaux tegen de overige
manschappen in het huis. De stemmen houden op. Daaruit besluit Michaux
dat ze afkomstig zijn van kinderen op straat.
De vader van Mélissa, Gino Russo, vraagt zich nog steeds
af waarom de speurders zijn dochter hebben laten sterven. "Het
is allemaal niet te begrijpen. Het onderzoek is volledig gesaboteerd."
Volgens Claude Eerdekens, lid van de Commissie-Dutroux, waren alle
bewijzen er. "De kinderen hadden gered kunnen worden. Dat is
het echte schandaal van deze zaak. De speurders kenden zijn (Dutroux')
antecedenten, wisten uit betrouwbare bron dat hij een geheime kooi
voor kinderen bouwde in zijn kelder."
De ouders van Julie en Mélissa hebben verklaard niet bij
het proces tegen Dutroux aanwezig te zullen zijn. Ze geloven niet
dat de volledige waarheid over de moorden nog naar boven komt. In
een BBC-documentaire zei de moeder van Mélissa, Carine Russo,
in mei 2002 dat de waarheid nooit aan het licht zal komen. "Er
is veel te veel dat achterhaald moet worden."
naar boven
An Marchal en Eefje Lambrecks
Twee tienermeisjes, An Marchal (17) en Eefje Lambrecks (19), worden
eind augustus 1995 vermist. Ze verdwijnen na een hypnoseshow van
magiër Rasti Rostelli, die enige tijd als verdachte wordt aangewezen.
De aangifte van hun verdwijning wordt aanvankelijk door de politie
van Westende niet serieus genomen. "Ze overnachten vast bij
een vriendje." Pas wanneer de vader van An aangifte doet bij
de Rijkswacht van Hasselt, en deze contact opneemt met Westende,
wordt besloten de meisjes als vermist op te geven.
Later blijkt dat beide meisjes zijn meegelokt door Dutroux en Lelièvre.
Waar en hoe dat is gebeurd, blijft een raadsel.
De
vader van An, Paul Marchal, gelooft aanvankelijk niet in het bestaan
van een pedofilie-netwerk. Dat verandert, wanneer hij beelden ziet
van de geheime kooi in de kelder. In september 1996 worden de lijken
gevonden van An en Eefje in een loods in Jumet.
Eind 1997 richt Paul Marchal de Partij voor Nieuwe Politiek (PNPb)
op, die zich inzet voor politieke en justitiële hervormingen.
De partij kan echter geen uitgewerkt programma aanbieden en al snel
rommelt het binnen het bestuur. Marchal wordt dictatoriaal optreden
verweten.
Marchal zette daarvoor, in 1996, al het 'Huis van An' op, een plek
waar kinderen en jongeren 'met problemen' terechtkunnen. In 2002
eist hij een reconstructie van de ontvoering, maar dat verzoek wordt
door het hof van beroep in Luik afgewezen.
Ook Paul Marchal zet vraagtekens bij het onderzoek naar de ontvoeringen.
Hij kreeg in november 2001 inzicht in het politiedossier. "Volgens
Lelièvre (een van de verdachten) zijn An en Eefje ontvoerd
in straat X, volgens Dutroux in straat Y en volgens onderzoeksrechter
Langlois in straat Z. Als ze dat nog niet precies weten, wat weten
ze dan wel?"
In tegenstelling tot de ouders van Julie en Mélissa zal Paul
Marchal tijdens het proces wel in de rechtszaal aanwezig zijn. "Ik
mag er niet mee stoppen. Dit gaat al lang niet meer om mijn dochter
alleen, maar om al die andere mistoestanden die moesten worden aangeklaagd",
zegt Marchal in een interview met de Belgische journalist Dirk Musschoot
(27 mei 2002).
naar boven
Sabine Dardenne en Laetitia Delhez
Sabine (12) en Laetitia (14) zijn - voor zover bekend - de laatste
slachtoffers van Dutroux. Zij konden levend, maar diep getraumatiseerd,
uit de kelder van Dutroux' huis in Marcinelle worden gered. Het
is augustus 1996.
Sabine brengt drie maanden in de kelder door, Laetitia ruim een
week. De bevrijding van Sabine en Laetitia leidt een hele reeks
aanhoudingen in. Het meest opmerkelijk is die van Michel Nihoul,
die gezien zou zijn bij het zwembad in Bertrix, de plaats waar Laetitia
is ontvoerd, één dag voor haar ontvoering.
Ook Annie Bouty en Marleen De Cokere, respectievelijk de voormalige
en de huidige vriendin van Nihoul, moeten de gevangenis in. De drie
zouden in de jaren tachtig deelgenomen hebben aan pikante fuiven
in het Brusselse, maar de bewijslast blijft uit. Niet veel later
is het drietal weer op vrije voeten.
Na
de vrijlating van Sabine en Laetitia trekt het Belgische volk massaal
door de straten van Brussel en uit zijn woede. Dutroux zit weliswaar
in de gevangenis, maar de onderzoeksrechter die daar de opdracht
toe gaf (Connerotte) wordt omwille van een 'belangenverstrengeling'
van de zaak gehaald. Het volk is het vertrouwen in Justitie kwijt.
Maar liefst 300.000 mensen laten hun emoties zien. De 'Witte Mars'
werd de grootste mars uit de Belgische geschiedenis.
naar boven
|