|
Inleiding
Vaststellingen
Consensus
Regeringscrisis
Vage baan
Tweede rapport
Gevolgen commissie
Als antwoord op de Witte Mars besluit het Belgische
parlement op 17 oktober 1996 een eigen onderzoek in te stellen naar
de affaire-Dutroux. De commissie moet nagaan hoe politie en justitie
te werk zijn gegaan "in de zaak Dutroux-Nihoul en consorten".
De commissie, die in totaal zestien leden telde uit alle politieke
partijen, werd geleid door de Vlaamse liberaal Marc Verwilghen.
De leden: Gerolf
Annemans (Vlaams Blok), Vincent
Decroly (Ecolo), Patrick
Dewael (VLD), Claude
Eerdekens (PS), Jacqueline
Herzet (PRL), Renaat
Landuyt (SP), Olivier
Maingain (PRL-FDF), Patrick
Moriau (PS), Serge
Moureaux (PS), Tony
Van Parys (CVP), Trees
Pieters (CVP), Nathalie
De T'Serclaus (PSC), Dany
Vandenbossche (SP), Jo
Vandeurzen (CVP), Marc
Verwilghen (VLD) en de niet-stemgerechtigde Geert
Bourgeois (VU).
De
commissie publiceert op basis van uitgebreid onderzoek en openbare
verhoren twee rapporten. De onderzoeken schetsen een onthutsend
beeld van de Belgische politie, justitie en de rechterlijke macht.
Het Dutroux-onderzoek blijkt een aaneenschakeling van blunders en
dwalingen. Oorzaak, behalve het gestuntel van enkele individuen:
de inefficiënte structuur van het strafrechtsysteem, dat de
vele politie- en justitiediensten in het land ertoe aanmoedigt om
elkaar tegen te werken.
Naar boven
Vaststellingen
Het eerste rapport, dat in het voorjaar van 1997 door het parlement
wordt goedgekeurd, is vooral een feitenoverzicht. Het geeft een
samenvatting van de tekortkomingen van politie, justitie en de rechterlijke
macht.
De commissie stelt onder meer vast dat de gerechtelijke politie
van Brussel slecht heeft gefunctioneerd. Veel informatie is niet
in processen-verbaal opgenomen. Een aantal sporen, die mogelijk
tot een doorbraak in de zaak hadden kunnen leiden, is niet of onvoldoende
nagetrokken.
Ook stelt de commissie vast dat de communicatie tussen de verschillende
politiediensten (gemeentelijke politie, gerechtelijke politie en
rijkswacht) en de rechterlijke macht stroef verliep. Daarnaast zijn
er aanwijzingen dat een aantal verdachten bescherming heeft genoten
van hogerhand, al hebben de onderzoekers daar geen harde bewijzen
voor weten te vinden.
Naar boven
Consensus
De concept-versie van het rapport wordt op aandrang van een aantal
commissieleden aangepast. Elke partij had wel een aantal mensen
van wie ze de naam liever niet in het eindverslag zag komen. Verwilghen
was ontgoocheld over die wending en vertelde op televisie dat het
'partijpolitieke monster' de kop had opgestoken. Hij voegde eraan
toe dat hij op het punt stond om de handdoek in de ring te gooien.
Dat
dreigement was voldoende, want geen enkele partij wilde de oorzaak
zijn van de mislukking van de commissie. Er vormde zich een consensus
rond het eindverslag: sommige conclusies en aanbevelingen werden
vertaald in een soort 'Wetstratees' (de Wetstraat in Brussel is
dé politieke straat van België), waardoor verschillende
interpretaties mogelijk bleven.
Naar boven
Regeringscrisis
Het uiteindelijke rapport noemt maar één politicus
met naam en toenaam. Het gaat om ex-justitieminister Wathelet, de
man die Marc Dutroux in 1992 vervroegd uit de gevangenis had ontslagen.
Het
lot wil dat de regering al kort na de publicatie van het rapport
moet beslissen over een voorstel tot verlenging van zijn mandaat
als Europees rechter.
De PSC, de partij van Wathelet, ligt dwars en speelt alles of niets.
Als de coalitiepartijen de verlenging van Wathelets mandaat niet
slikken, dreigen de Waalse christen-democraten met een regeringscrisis.
Vooral aan Franstalige kant volgen de socialisten al een tijdje
met argusogen het charme-offensief van de Waalse liberalen (PRL)
naar de christen-democraten, en zij vrezen een coalitiewissel zonder
verkiezingen.
CVP en SP slikken de pil, Wathelet blijft overeind, premier Dehaene
mag het regeringsstandpunt gaan uitleggen aan parlement en bevolking.
Na de conclusies van het eerste rapport blijft Wathelet dus buiten
schot, wat leidt tot veel onbegrip en woede bij de bevolking.
Naar boven
Vage baan
Ook commissaris-generaal van de gerechtelijke politie De Vroom krijgt
er in het rapport van de parlementaire commissie van langs. Hem
wordt verweten dat hij geen enkele controle heeft over de organisatie
van zijn dienst. Minister De Clerck van Justitie vraagt een doorlichting
van de gerechtelijke politie. Ook die is vernietigend voor het beleid
van De Vroom. Na een gesprek met De Clerck gaat De Vroom akkoord
met overplaatsing. Hij krijgt een vage baan met behoud van graad
en loon op de centrale diensten van Justitie.
Na overleg met zijn advocaten kant De Vroom zich echter tegen overplaatsing
en start een spoedprocedure bij de Raad van State. Hij haalt zijn
gelijk. De Raad oordeelt dat de De Clerck onzorgvuldig heeft gehandeld.
De Vroom zit al gauw weer op zijn stoel. Wathelet en De Vroom zijn
de meest in het oog springende voorbeelden van mensen die geweigerd
hebben individuele verantwoordelijkheid te dragen voor fouten uit
het verleden.
Naar boven
Tweede
rapport
Het tweede rapport, dat op 16 februari 1998 verschijnt, wil een
verklaring geven voor de 'disfunctioneringen'. Ook worden er aanbevelingen
gedaan voor de toekomst.
Termen als 'normvervaging', 'corruptief gedrag' en 'indirecte bescherming'
zijn schering en inslag. Het rapport stelt onder meer dat de Rijkswacht
te veel op eigen houtje heeft gehandeld en dat de politie zich geregeld
inliet met onderzoek zonder dat de rechter daar toestemming voor
had gegeven.
In het tweede rapport is, in tegenstelling tot het eerste, ook uitgebreid
aandacht voor autozwendel. Volgens de commissie heeft de onderwereld
in Charleroi zelfs drie politiediensten en delen van het gerecht
in zijn greep. Dat verdachten mogelijk van hogerhand bescherming
genoten, is niet door de parlementaire onderzoekscommissie bewezen.
In tegenstelling tot het eerste rapport wordt bij het tweede rapport
geen unanimiteit bereikt. Het wordt met vier onthoudingen goedgekeurd.
Na het tweede rapport smeekt voorzitter Verwilghen bijna om een
geste, een signaal uit de politieke wereld dat het hun menens is,
dat het klimaat van straffeloosheid een halt wordt toegeroepen.
Maar de commissievoorzitter krijgt het verwijt dat hij uit zijn
rol valt en praat als oppositieleider. Geert Bourgeois van de Volksunie
(VU) trekt uit de affaire-Wathelet zijn conclusies en stapt op eigen
initiatief uit de commissie. Zijn vertrek is een noodkreet, maar
hij kondigt het aan op een persconferentie van zijn partij. Ook
de VU wil dus een deel van het 'witte' gevoel politiek verzilveren.
Naar boven
Gevolgen commissie
De Commissie-Dutroux-Nihoul doet ook een aantal aanbevelingen om
de politiediensten te hervormen. Zowel de politie als de rechterlijke
macht wordt onder toezicht geplaatst van twee onafhankelijke instanties,
waaronder de Anticorruptiedienst. Dit moet voorkomen dat de diensten
in de toekomst weer in de fout gaan. Het college van Procureurs-Generaal,
de top van het Openbare Ministerie, krijgt bovendien meer bevoegdheden
om het strafrechtelijk beleid aan te sturen.
Ook neemt het parlement begin maart 1998 een wetsvoorstel aan dat
de slachtoffers meer rechten moet geven. Zo mogen ze onder meer
dossiers inkijken en het initiatief nemen voor aanvullende onderzoeken.
Ook wil Justitie meer gaan doen met de opvang van slachtoffers.
Van de beloofde maatregelen zijn echter nog steeds niet alle gerealiseerd.
Naar boven
|