|
Julie,
Mélissa, An, Eefje, Sabine en Laetitia. Zes meisjes, kinderen
nog, die ten prooi vielen aan de verschrikkelijke praktijken van
Marc Dutroux. Ze werden opgesloten in een kleine kooi, waar ze regelmatig
werden verkracht en geestelijk mishandeld. Vier van hen kwamen om,
alleen Sabine en Laetitia wisten het drama te overleven.
Sabine Dardenne en Laetitia Delhez
Sabine (12) en Laetitia (14) zijn - voor zover bekend - de laatste
slachtoffers van Dutroux. Zij konden levend, maar diep getraumatiseerd,
uit de kelder van Dutroux' huis in Marcinelle worden gered. Het
is augustus 1996.
Sabine brengt drie maanden in de kelder door, Laetitia ruim een
week. De bevrijding van Sabine en Laetitia leidt een hele reeks
aanhoudingen in. Het meest opmerkelijk is die van Michel Nihoul,
die gezien zou zijn bij het zwembad in Bertrix, de plaats waar Laetitia
is ontvoerd, één dag voor haar ontvoering.
Ook Annie Bouty en Marleen De Cokere, respectievelijk de voormalige
en de huidige vriendin van Nihoul, moeten de gevangenis in. De drie
zouden in de jaren tachtig deelgenomen hebben aan pikante fuiven
in het Brusselse, maar de bewijslast blijft uit. Niet veel later
is het drietal weer op vrije voeten.
Na
de vrijlating van Sabine en Laetitia trekt het Belgische volk massaal
door de straten van Brussel en uit zijn woede. Dutroux zit weliswaar
in de gevangenis, maar de onderzoeksrechter die daar de opdracht
toe gaf (Connerotte) wordt omwille van een 'belangenverstrengeling'
van de zaak gehaald. Het volk is het vertrouwen in Justitie kwijt.
Maar liefst 300.000 mensen laten hun emoties zien. De 'Witte Mars'
werd de grootste mars uit de Belgische geschiedenis.
|