|
Julie,
Mélissa, An, Eefje, Sabine en Laetitia. Zes meisjes, kinderen
nog, die ten prooi vielen aan de verschrikkelijke praktijken van
Marc Dutroux. Ze werden opgesloten in een kleine kooi, waar ze regelmatig
werden verkracht en geestelijk mishandeld. Vier van hen kwamen om,
alleen Sabine en Laetitia wisten het drama te overleven.
Julie Lejeune en Mélissa Russo
Julie Lejeune en Mélissa Russo zijn acht jaar oud als ze
op 24 juni 1995 ontvoerd worden. De meisjes worden gevangen gezet
in een geheime kooi in de kelder van Dutroux' huis. Daar worden
ze gedrogeerd en herhaaldelijk verkracht. Uit onderzoek blijkt dat
Mélissa twee weken voor haar dood nog is verkracht. Op dat
moment verbleef Dutroux in de gevangenis wegens autozwendel. Toch
zegt procureur Anne Thily dat er geen sprake is van een netwerk.
"Dutroux heeft in zijn eentje gehandeld", zo klinkt het.
Dat beaamt onderzoeksrechter Langlois. "Dutroux is een geïsoleerde
pervert."
Naar
eigen zeggen heeft Dutroux bij zijn arrestatie water en eten voor
Julie en Mélissa achtergelaten. In de kooi waar de meisjes
opgesloten zitten is het donker, er is geen verwarming, geen elektriciteit
en het is winter, dus koud. Toch houdt Dutroux stellig vol dat bij
zijn thuiskomst, vier maanden later, Julie en Mélissa nog
in leven zijn.
Hij zegt hen die dag in bad te hebben gestopt, "maar voor Julie
was het te laat, ze stierf". Daarna probeert hij de sterk verzwakte
Mélissa te redden met mond-op-mondbeademing en wat koekjes.
Ook zou hij haar versterkingsmiddelen hebben ingespoten. Nadien
legt hij het meisje in bed. Als hij wakker wordt, is ze dood.
Veertien maanden na hun verdwijning geeft Dutroux aanwijzingen
waar de meisjes begraven liggen. In de tuin van zijn huis in Sars-la-Buissière
worden de lichamen van Julie en Mélissa opgegraven. In hetzelfde
graf wordt het lichaam van Dutroux' handlanger Bernard Weinstein
ontdekt.
Observatie
Een speciaal team van speurders observeerde Dutroux na de ontvoering
van Julie en Mélissa, mede omdat hij voor zijn arrestatie
al veroordeeld was wegens vijf gevallen van verkrachting en ontvoering.
De rijkswacht verricht kort daarop een huiszoeking in een van Dutroux'
woningen. Omdat er gewerkt wordt onder het voorwendsel van een onderzoek
naar diefstal konden geen speciale middelen worden gebruikt, dus
geen speurhonden, geen infraroodcamera's.
Gedurende
korte tijd worden stemmen gehoord van twee jonge meisjes. Ze lijken
uit de kelder te komen. "Taisez-vous" (zwijg), schreeuwt
opperwachtmeester René Michaux tegen de overige manschappen
in het huis. De stemmen houden op. Daaruit besluit Michaux dat ze
afkomstig zijn van kinderen op straat.
De vader van Mélissa, Gino Russo, vraagt zich nog steeds
af waarom de speurders zijn dochter hebben laten sterven. "Het
is allemaal niet te begrijpen. Het onderzoek is volledig gesaboteerd."
Volgens Claude Eerdekens, lid van de Commissie-Dutroux, waren alle
bewijzen er. "De kinderen hadden gered kunnen worden. Dat is
het echte schandaal van deze zaak. De speurders kenden zijn (Dutroux')
antecedenten, wisten uit betrouwbare bron dat hij een geheime kooi
voor kinderen bouwde in zijn kelder."
|