|
Inleiding
Raadsels stapelen zich op
Strijdige verklaringen
Mogelijke getuigen komen om
Geheime opnames
Al zeven jaar wachten Dutroux en drie medeverdachten
op hun proces. Blunders, dwalingen en doofpotaffaires zouden ervoor
hebben gezorgd dat het gerechtelijk onderzoek serieuze vertraging
opliep.
Rudy Hoskens, die als lid van de Bijzondere Opsporings Brigade (BOB)
aan het onderzoek naar Dutroux meewerkte, suggereert dat de regering
een aantal feiten liever wil(de) doodzwijgen.
Als voorbeeld haalt hij het vertrek aan van onderzoeksrechter Jean-Marc
C onnerotte,
de man die Dutroux liet arresteren en die Sabine en Laetitia uit
de kelder redde. Connerotte werd van het onderzoek afgehaald nadat
hij een benefiet-etentje voor vermiste kinderen had bijgewoond.
"Belangenconflict", zegt de regering. Een nieuwe onderzoeksrechter,
Jacques Langlois werd op Belgiës belangrijkste dossier van
de eeuw gezet. Het werd Langlois' eerste gerechtelijk onderzoek.
"Onbegrijpelijk", zegt de vader van de vermoorde Mélissa
Russo.
Naar boven
Raadsels stapelen zich op
Ook Hoskens zelf werd van het onderzoek afgehaald. "We kregen
het bericht dat we niet mochten doorgaan, zonder verdere uitleg.
We werden naar huis gestuurd. Heel vreemd." Waarom de BOB'er
en zijn team moesten opstappen, blijft voor Hoskens een raadsel.
"Misschien kwamen we te dicht bij de waarheid. Misschien dreigde
er teveel aan het licht te komen. Misschien."
Na het ontslag van Connerotte dreigde een revolutie in België.
Het volk werd gesust door de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie,
de Commissie-Dutroux/Nihoul. Maar wat de commissie aan het licht
bracht was een aaneenschakeling van blunders. Zo onthulde ze dat
de politie weliswaar een huiszoeking bij Dutroux had verricht, en
er kinderen had horen schreeuwen, maar de kelder werd niet ontdekt.
De stemmen kwamen van buiten, dachten de onderzoekers.
Voorafgaand
aan de huiszoeking werd een adjudant van de politie (Lesage) meermaals
getipt over Dutroux, die 'zijn kelders verbouwde om er meisjes in
te verbergen'. Onderzoeksrechter Doutrèwe deed niets met
die informatie, volgens Lesage uit onwil. Tegen de zin van Doutrèwe
in vervolgde de rijkswacht het onderzoek.
Naar boven
Strijdige verklaringen
Ook rijzen er vragen over de manier waarop Justitie omgaat met het
bewijsmateriaal in de zaak. Procureur-generaal Anne Thily verklaart
bijvoorbeeld dat onderzoek naar spermasporen (via DNA) bij Julie
en Mélissa niets heeft opgeleverd, omdat "de lichamen
in verregaande staat van ontbinding waren". De DNA-gegevens
hadden mogelijk kunnen aantonen dat de meisjes door verschillende
mannen waren verkracht, ook toen Dutroux in de gevangenis zat. Op
die manier had het bestaan van een netwerk kunnen worden aangetoond.
De ouders van Mélissa betwijfelen of er ooit DNA-onderzoek
is verricht. Andere -normaal gesproken routine- testen zijn helemaal
niet uitgevoerd. Bovendien is het autopsierapport strijdig
met de verklaringen van Thily: daarin staat dat de lichamen van
de meisjes nog weinig beschadigd waren. Ook is het algemeen bekend
dat DNA-monsters nog lang na het overlijden van mensen kunnen worden
geïdentificeerd.
Naar
boven
Mogelijke
getuigen komen om
Potentiële getuigen in de zaak-Dutroux sterven op vreemde wijze.
Een politie-informant met banden in de onderwereld van Charleroi,
José Steppe, vertelt een journalist dat hij explosieve informatie
heeft over Dutroux. Twee dagen voor hun ontmoeting wordt Steppe
dood aangetroffen. Vergiftigd, denken familieleden.
Een tweede mogelijke getuige, Jean Paul Tamino, had contacten in
de prostitutie. Hij werd door de politie van Charleroi gedagvaard.
Dezelfde dag bleek Tamino spoorloos. Later werd zijn voet uit een
kanaal gevist.
Sociaal werkster Gina Pardaens werkte met misbruikte kinderen. Pedofielen
bedreigden haar. Nadat ze dat meldde aan de politie, kwam ze in
een onopgehelderd verkeersongeval om het leven.
François Reyskens vertelde aan een vriend dat hij Mélissa
levend gezien had in Nederland. Voordat hij zijn verhaal aan de
politie kon vertellen werd zijn lichaam onder een trein gevonden.
In totaal zijn zo'n twintig mogelijke getuigen in de zaak-Dutroux
in mysterieuze omstandigheden om het leven gekomen.
Naar
boven
Geheime
opnames
In januari 2002 "jaagt Dutroux de Belgen opnieuw het schaamrood
op de kaken", zo kopt de Volkskrant. Senator Jean-Marie Dedecker
en een journalist van het commerciële televisiestation VTM
maken geheime opnames in de cel van Dutroux. Dedecker krijgt een
'blaam' (berisping). Opnieuw moet België zich de vraag stellen
welke geleding nu weer in haar hemd staat: Justitie, de politiek
of de journalistiek?
De
vele complot- en doofpottheorieën zijn nooit bewezen. "Dat
we nu al vijf jaar wachten op een proces, heeft te maken met het
feit dat de officier van justitie Michel Bourlet en onderzoeksrechter
Jacques Langlois het niet met elkaar kunnen vinden. Men heeft ongelooflijk
veel tijd verknoeid", relativeert Koen Pelleriaux, socioloog
aan de Vrije Universiteit van Brussel.
Volgens Pelleriaux beging Bourlet een blunder door in een interview
te suggereren dat het onderzoek van hogerhand werd tegengewerkt.
"Als men mij laat doen" had Bourlet geantwoord op de vraag
of hij de zaak tot op de bodem zou uitspitten. Daarmee gaf Bourlet
voeding aan wilde speculaties over samenzweringen en doofpotten,
aldus de Brusselse socioloog.
Naar boven
|