|
De 'bende-Dutroux' (theorie van M. Bourlet) |
|
Van
de veertien mensen die aan het begin van het onderzoek naar Dutroux
(augustus 1996) verdacht werden, zijn er zeven jaar later nog vier
over: Marc Dutroux zelf, zijn vrouw Michelle Martin, Michel Lelièvre
en Michel Nihoul. Volgens procureur Bourlet, die
vanaf het begin met de Dutroux-zaak belast is,
vormen zij samen één bende.
Enerzijds ontvoerde de bende meisjes, anderzijds hield ze zich bezig
met drugs-, auto- en mensenhandel. Het lijkt erop dat Dutroux het
brein achter de ontvoeringen was en dat Nihoul aan het hoofd stond
van de overige activiteiten.
Twee takken
Volgens
procureur Bourlet kunnen de twee 'bedrijfstakken' van de bende niet
los van elkaar worden gezien. Nihoul zou bijvoorbeeld een dag na de
geslaagde ontvoering van Laetitia Delhez een grote hoeveelheid XTC-pillen
aan medeverdachte Lelièvre hebben geleverd. Dat zou een beloning
kunnen zijn geweest voor het geleverde werk.
Gerard Pinon, een handelaar uit Charleroi, zou Dutroux geholpen hebben
bij de moord op zijn handlanger Bernard Weinstein. Ook zou hij geassisteerd
hebben bij het begraven van An en Eefje. Hij is niet doorverwezen
naar het hof van assisen.
Michel
Lelièvre was actief in het circuit van autozwendelaars. Hij
zou Dutroux geassisteerd hebben bij de ontvoeringen van An, Eefje,
Sabine en Laetitia.
Gijzeling en moord
Michelle Martin was op de hoogte van de ontvoering van de zes meisjes.
Zij wordt beschuldigd van actieve medeplichtigheid aan de gijzeling
van Julie en Mélissa met dodelijke afloop, en passieve medeplichtigheid
aan de gijzeling van An en Eefje en Sabine en Laetitia. |
|
|