Het Duitse kiesstelsel
 
Het Duitse kiesstelsel verschilt wezenlijk van het Nederlandse. De Duitsers brengen bij de verkiezingen twee stemmen uit. Met de eerste stem (Erststimme) kiest een kiezer een kandidaat uit zijn district. Met de tweede stem (Zweitstimme) wordt op een landelijke partijlijst gestemd. Er zijn 598 zetels in de Bondsdag te verdelen.

De BondsdagDe Bondsrepubliek is opgedeeld in 328 kiesdistricten. Iedere Duitser die mag stemmen brengt met de Erststimme een stem uit op een kandidaat uit zijn district. De kandidaat die de meeste stemmen krijgt binnen een district, wordt direct gekozen in de Bondsdag.

Met de Zweitstimme wordt op een partijlijst gestemd. Deze stemmen gelden voor de Bondsdag en worden evenredig verdeeld. Dat houdt in dat als een partij 25 procent van de stemmen krijgt, die partij ook 25 procent van de zetels in de bondsdag mag innemen.

Voor de Bondsdag geldt een kiesdrempel van 5 procent. Die is bij de stichting van de Bondsrepubliek (1949) ingevoerd om te voorkomen dat Duitsland net als tijdens de Weimarrepubliek (1919-1933) onregeerbaar zou worden. Toen was mede door de veelheid aan partijen geen stabiele meerderheid te vormen. Bovendien moest de kiesdrempel voorkomen dat extreem-rechts en de communisten in het parlement zouden terugkeren.

De ex-communisten van de PDS dreigen nu door de kiesdrempel uit de Bondsdag te verdwijnen. Toch bestaat ook als zij de kiesdrempel niet halen de kans dat zij toch weer een bondsdagfractie zullen hebben. Als drie kandidaten van een partij direct worden gekozen, geldt voor die partij namelijk de kiesdrempel niet langer. Gezien de populariteit van de PDS in het oosten van Duitsland, is voor de partij dit scenario niet uitgesloten.

Site tips