|
Formatie na 22 september beslissend |
|
De Duitse verkiezingen worden afgeschilderd als een nek-aan-nekrace
tussen Gerhard Schröder en Edmund Stoiber. Voor de regeringsvorming
is echter meer van belang dan alleen de vraag wie van beide de meeste
stemmen krijgt. Minstens twee vragen zijn ook van eminente betekenis:
met wie willen de liberalen regeren, en wat wordt het verkiezingsresultaat
van de ex-communisten.
Als
de ex-communistische PDS de kiesdrempel niet haalt, dan wordt de formatie
er vermoedelijk een stuk eenvoudiger op. In dat geval komen er slechts
vier partijen in de Bondsdag. Dat betekent dat één combinatie
van een kleine en een grote partij een absolute meerderheid zal hebben.
Die zullen dan vrijwel zeker de regering vormen.
Komt de PDS wel in de Bondsdag, dan is er gerede kans dat de enige
tweepartijencombinatie met een meerderheid die van CDU en SPD is.
De formatie wordt dan lastig. Een 'Grote Coalitie' van CDU en SPD
regeerde Duitsland weliswaar in de jaren 1966-1969, maar geen van
beide partijen wil op herhaling. Ook een driepartijencombinatie, het
enige alternatief, ligt niet voor de hand. Anders dan in België
is samenwerking tussen liberalen en groenen vrijwel uitgesloten. Beide
zijn strikt tegen "rood-groen-gele" coalitie.
Sleutelrol FDP
De sleutel ligt in de handen van de liberalen als na de verkiezingen
blijkt dat zij zowel de CDU als de SPD aan een meerderheid kunnen
helpen. Partijleider Westerwelle heeft in de verkiezingscampagne hardnekkig
geweigerd een voorkeur uit te spreken, ondanks een nadrukkelijke oproep
van Stoiber de kiezers duidelijkheid te geven.
Bondskanselier Schröder wil de rood-groene coalitie voortzetten,
maar de kans lijkt niet groot dat die opnieuw een meerderheid haalt.
'Rood-groen' zou mogelijk een minderheidsregering kunnen vormen met
gedoogsteun van de 'dieprode' PDS. De PDS wil die steun waarschijnlijk
ook wel geven, maar Schröder heeft bij voorbaat elke vorm van
afhankelijkheid van de ex-communisten afgewezen. Wel staat hij, als
tweede keus, open voor een coalitie met de liberalen.
Edmund Stoiber wil alleen met de liberalen regeren, en de kans dat
een 'zwart-gele' combinatie van CDU/CSU en FPD een meerderheid krijgt,
wordt ook hoger ingeschat dan de kans op een rood-groene meerderheid.
Grote
Coalitie
Maar als geen van beide combinaties een meerderheid in de Bondsdag
krijgt, dan is een Grote Coalitie wel degelijk een reële mogelijkheid.
Schröder en Stoiber beweren dat dit vier jaar stilstand zou betekenen.
Maar als de cijfermatige realiteit de sociaal-democraten en de christen-democraten
dwingt tot samenwerking, dan zal het er toch van moeten komen. Inhoudelijk
zijn de tegenstellingen niet zo groot, dat het niet kan. Beide partijen
zijn zover naar het midden opgeschoven, dat ze vermoedelijk dichter
bij elkaar liggen dan bij hun gewenste coalitiepartners.
|
| |