|
De
natuurlijke vijand van de spuitende en slikkende sporter is de dopingcontroleur.
Naar aanleiding van enkele dopingschandalen in de wielersport besloten
nationale en internationale sportbonden midden jaren zestig serieus
werk te maken van de controles.
Het Internationaal Olympisch Comité stelde een dopinglijst
samen van middelen die tijdens de Spelen verboden zijn. De meeste
bonden wilden het wiel niet opnieuw uitvinden en besloten de IOC-lijst
in hun reglementen over te nemen. Enkele bonden, zoals de internationale
wielerunie (UCI), hanteren nog eigen lijsten.
WADA
De World Anti-Doping Agency, onderdeel van het IOC, coördineert
de strijd tegen de doping en is verantwoordelijk voor de samenstelling
van de dopinglijst. Dr. Harm Kuipers, de voormalige schaatswereldkampioen,
heeft zitting in de WADA-commissie die over de lijst gaat. In oktober
2003 presenteerde de commissie een nieuwe opgeschoonde lijst waarop
alleen stoffen staan vermeld die zowel schadelijk als prestatiebevorderend
zijn.
Wordt
een atleet bij een controle positief bevonden dan volgt een schorsing
door de nationale bond. In de regel neemt de internationale bond
die straf over. Het komt wel eens voor dat een atleet in een later
stadium door de nationale bond alsnog wordt vrijgesproken, maar
de internationale bond de straf handhaaft. In Nederland overkwam
dat de discuswerper Erik de Bruin en de sprinter Troy Douglas. Zij
bleven uitgesloten van internationale wedstrijden.
Sancties
De stafmaat voor een overtreding ligt niet vast, maar de meeste
bonden hanteren de richtlijn van het IOC. Die bepaalt dat op het
gebruik van 'zware' stoffen (anabolen e.d.) een schorsing voor twee
jaar staat en op het gebruik van 'lichte' stoffen (zoals efedrine)
een schorsing voor drie maanden. Op een tweede overtreding met zware
stoffen volgt een levenslange schorsing. Alleen in België,
Frankrijk en Italië kan een fraudeur ook strafrechtelijk worden
vervolgd.
Als de beroepsmogelijkheden binnen de nationale bonden uitgeput
zijn, kan een geschorste sporter zijn onschuld nog bepleiten voor
The Court of Arbitration of Sports in Lausanne. Dat geldt alleen
voor 'veroordeelden' uit landen die de arbitrage van dat hof erkennen.
De uitspraak is bindend.
Dopingtest
De
dopingcontroles verschillen van land tot land en van bond tot bond.
In Nederland worden deze verricht door DoCoNed, de Stichting Doping
Controle Nederland. Sporters kunnen binnen en buiten wedstrijdverband
en ook onaangekondigd aan een dopingtest onderworpen worden. DoCoNed
voert de controles uit in opdracht van de bonden.
In het buitenland hebben anti-dopingorganisaties doorgaans een breder
mandaat waardoor zij ook zelf kunnen bepalen waar en wanneer zij
in actie komen. Het NeCeDo, het Nederlands Centrum voor Dopingvraagstukken,
stelt per sport vast hoeveel controles er jaarlijks minimaal moeten
worden uitgevoerd.
De sporter krijgt op de dag van de controle te horen dat hij is
aangewezen. Weigert hij medewerking dan volgt automatisch een sanctie.
Bij een dopingtest neemt de controleur een urinemonster dat in aanwezigheid
van de sporter over twee flesjes wordt verdeeld. Bij het urineren
is de dopingofficial aanwezig. Deze mag de sporter vragen zich te
ontkleden. Dit om fraude tegen te gaan, zoals gele-truidrager Michel
Pollentier die in 1978 pleegde. De Belg had onder zijn kleren een
condoom met 'schone' urine die hij via een slangetje in het potje
wilde laten lopen. Hij werd echter betrapt en moest zijn trui inleveren.
Laboratoria
De flesjes worden verzegeld en naar één van de 23
door het IOC geaccrediteerde laboratoria in de wereld gestuurd.
Nederland heeft geen laboratorium met een IOC-keurmerk. Monsters
uit Nederland worden onderzocht in Keulen, Gent of Los Angeles.
De urinemonsters blijven in het bezit van de laboratoria die ze
gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek. Aan de hand van hun bevindingen
wordt de dopinglijst aangepast.
Bij dopingcontroles wordt bijna uitsluitend gebruik gemaakt van
urine. Slechts bij hoge uitzondering 'tappen' controleurs ook bloed
af. Tests met urine zijn makkelijker, betrouwbaarder en ethischer,
omdat in tegenstelling tot bij een bloedafname het lichaam niet
hoeft te worden binnengedrongen.
|