|
'Dokter geef me een spuit want ik wil goud' |
|
In de ondoorzichtige wereld van de doping staat één
ding vast: fraudeurs zullen altijd blijven bestaan. Hoe uitgebreid
de IOC-lijst ook is, hoe geraffineerd de dopingcontroles ook mogen
zijn; altijd duikt er wel weer een onbekend prestatieverhogend middeltje
op, waarmee eremetaal kan worden geoogst. Weliswaar voor korte duur,
want de IOC-lijst wordt jaarlijks aangepast, maar de bedrieger is
de wet altijd voor.
Dopinglijsten
Omdat de strijd toch niet gewonnen kan worden, zijn er zelfs mensen
die er uit praktisch oogpunt voor pleiten doping toe te staan. Dat
zou eerlijker zijn omdat dan iedereen dezelfde kansen zou hebben.
De discussie over het nut en de wenselijkheid van de dopinglijsten
heeft ook een medisch-ethische kant. Moeten we toestaan dat mensen
willens en wetens hun leven in de waagschaal stellen in hun streven
naar eeuwige roem?
In
1995 nam de verzamelde medische stand in Nederland een richtlijn aan
waarin werd afgesproken dat artsen zich niet inlaten met doping. Michel
Karsten, huisarts te Haarlem en in die hoedanigheid al dertig jaar
in de weer met sporters en medicamenten, lapt deze 'oekaze' als één
van de weinigen aan zijn laars.
Zwarte circuit
"Als een atleet bij mij komt om een verboden middel, raad ik
hem dat in eerste instantie af. Ik wijs hem op de schadelijke werking.
Maar als hij volhoudt en mij wordt duidelijk dat hij er goed over
heeft nagedacht en er niet van af te brengen is, dan schrijf ik dat
middel voor. Ik weet precies wat hij moet nemen, hoe hij het moet
gebruiken en in welke hoeveelheid. Als arts heb ik daar meer verstand
van dan een instructeur op een sportschool. Wijs ik hem de deur, dan
weet ik zeker dat hij zich in het zwarte circuit begeeft en dat is
veel gevaarlijker."
"Mensen vergeten wel eens dat een arts de hele dag spullen voorschrijft
die schadelijk zijn maar toch de kwaliteit van het leven verbeteren.
Iemand die al drie keer gezakt is voor zijn rijexamen, krijgt als
hij voor de vierde keer op moet, van mij ook bètablokkers om
zijn zenuwen in bedwang te houden. Of wat dacht je van slaappillen.
Die zijn echt niet goed voor je, maar hele nachten wakker liggen,
is nog slechter."
Dopinggebruik
wordt volgens Karsten pas echt gevaarlijk als incapabele mensen zich
ermee gaan bemoeien. "Neem Willy Voet, de soigneur van de Festina-wielerploeg
die bij de Tour in 1998 betrapt werd met een auto vol met doping.
Die had hele dozen met corticosteroïden en groeihormonen die
aan de renners verstrekt werden. Nou, dat is slecht spul, waar je
echt niet harder van gaat fietsen. Daar heb je als sporter dus helemaal
niets aan."
Motieven
Karsten kan zich tot op zekere hoogte wel vinden in de motieven van
de 'gebruiker': "Je doet aan topsport, maar wordt altijd maar
vierde. Je weet dat die drie boven jou wel slikken. Dan kan je twee
dingen doen: of ermee stoppen of zelf ook gaan gebruiken. Als ze een
bewuste keuze maken voor het tweede stuur ik ze niet weg, maar probeer
ze verantwoordelijk terzijde te staan. Dat hij fraudeert is zijn pakkie
aan. Het gaat mij niet om de sport, maar om de gezondheid van de sporter.
Die is in zo'n geval bij mij in betere handen".
Rens
van Kleij is het hardgrondig oneens met Karstens onorthodoxe benaderingswijze
van de dopingproblematiek, al was het maar uit hoofde van zijn functie.
Van Kleij is directeur van het NeCeDo, het Nederlands Centrum voor
Dopingvraagstukken. Zijn uitgangspunt is dat doping oneerlijk is en
ongezond en derhalve bestreden moet worden.
Hoewel hij zegt overtuigd te zijn van Karstens goede bedoelingen,
wijst hij zijn handelwijze nadrukkelijk van de hand. "Die richtlijn
voor artsen van zes jaar geleden is een goede zaak. De redenering
van Karsten dat hij gebruikers helpt om erger te voorkomen en ze uit
het zwarte circuit te houden, snijdt geen hout", stelt Van Kleij.
"Wie zegt mij dat een sporter die door Karsten geholpen wordt
het daarbij houdt? Er is geen enkele garantie dat hij naast de hem
voorgeschreven middelen niet ook nog pillen of ampullen van elders
betrekt."
"Daarnaast gaat het bij doping om hoeveelheden waar mijns inziens
geen enkele arts zich achter kan scharen. Die mag niet doelbewust
meewerken aan het ongezond maken van mensen."
Ook de opvatting van Karsten dat de gebruiker toch wel blijft 'shoppen'
tot hij zijn spullen te pakken heeft, deelt Van Kleij niet. "Bij
de begeleiding van de gebruikende sporter hebben wij hier heel goede
ervaringen. Het NeCeDo doet aan gezondheidsonderzoeken waarbij de
atleet er op wordt gewezen wat de doping met zijn lichaam doet. We
confronteren hem met de kwalijke gevolgen. En wat blijkt: op basis
van die informatie besluiten velen hun dopinggebruik drastisch terug
te brengen." |
|
|