Controle in Nederland
 
Hoewel niemand met zekerheid kan zeggen wat de gevolgen van het eten van besmet rundvlees voor mensen zijn, wordt in Nederland met allerlei maatregelen geprobeerd te voorkomen dat BSE-vlees in de voedselketen terecht komt. Hieronder vindt u een overzicht aan Nederlandse maatregelen om de BSE-koe zo veel mogelijk tegen te gaan.


Verplichte BSE-testen

Sinds 2 januari zijn BSE-testen verplicht bij de slacht van alle runderen ouder dan dertig maanden. Het niet nodig is zeer jonge runderen te onderzoeken omdat BSE een incubatietijd van zo'n 4,5 jaar heeft, waardoor de ziekte bij zeer jonge dieren vrijwel niet tot ontwikkeling kan komen.

Het Instituut voor Dierhouderij en Diergezondheid ID-Lelystad onderzoekt hersenweefsel van de koeien. Het gebruikt voor het testen van runderen een Zwitsers procédé, dat normaliter binnen 24 uur uitsluitsel geeft. Elke test kost rond de 100 gulden en is zo goed als 100 procent betrouwbaar, aldus ID-Lelystad.

De BSE-testen worden namelijk uitgevoerd op runderen die nog niet tot vlees zijn verwerkt. Ook worden risicovolle organen als hersenen, ruggemerg en darmen niet meer gebruikt. ID-Lelystad verwacht dat de invoering van de test nog dit jaar zal leiden tot het aantonen van tientallen BSE-gevallen in Nederland.

Controle tot 2001
Tot 2 januari 2001 controleerde de Gezondheidsdienst voor Dieren steekproefsgewijs geslachte koeien, maar de EU verplichtte haar lidstaten het aantal inspecties te verhogen. Vóór 1990 werd er helemaal niet gecontroleerd op BSE en tussen 1990 en 1997 nam de dienst jaarlijks niet meer dan tien monsters van hersenen, de plek waar de ziekte is vast te stellen. Na 1997 ging het aantal jaarlijkse monsters omhoog naar 500 en later zo'n 1.200 genomen.

Veevoer
Sinds 1994 mag diermeel van zoogdieren niet meer verwerkt worden in het veevoer dat herkauwers, zoals koeien, geiten en schapen, eten. Dit verbod geldt dus niet voor veevoer dat aan kippen en varkens wordt gegeven. Wetenschappers vermoeden dat er alleen een verband bestaat tussen BSE en het eten van dierlijke resten door runderen. Boeren moeten kunnen aantonen dat ze goedgekeurd veevoer gebruiken. Voedsel geďmporteerd uit het buitenland moet gecertificeerd zijn.
klik hier om het geluidsfragment te beluisteren"We weten dat schapen ook gevoelig zijn voor BSE"

Meldplicht
Veehouders en dierenartsen zijn verplicht elk vermoeden van een BSE-besmetting te melden bij de Rijksdienst voor de keuring van Vee en Vlees. De overheid is verplicht een BSE-geval door te geven aan Brussel. Bij de vondst van een BSE-koe worden de stalgenoten op de boerderij geslacht en onderzocht op BSE. Ook worden alle verwanten van de koe opgespoord en onderzocht. De herkomst van het gebruikte veevoer wordt achterhaald om te bekijken of de koeien besmet veevoer hebben gegeten.

Kadavers

Nederland heeft een Destructiewet waarin staat dat het vernietigen van kadavers van runderen aan de hoogste eisen moet voldoen. In Nederland is het al sinds 1997 verboden om BSE-gevoelige-organen, zoals hersenen, ruggenmerg en ogen van runderen te verwerken in de vleesindustrie. Deze worden bij het slachtproces verwijderd en vervolgens verbrand.

BSE-koeien moeten in zijn geheel, als zogeheten Specifiek Hoog Risico Materiaal (SRM) verbrand worden. Het restmateriaal wordt niet gebruikt voor veevoer omdat bij verhitting de eiwitten die BSE overdragen niet worden vernietigd.

Inhoud dossier bse

Nieuwsoverzicht
2002
februari
januari

2001
december
oktober
september
augustus
juli
juni
mei
april
maart
februari
januari
archief 2000

Bse gevallen in Nederland

Controle in Nederland

Bse in Europa

Europese maatregelen

De ziekte van Creutzfeld-Jacob

Site tips