|
De taak van de enquêtecommissie |
|
De enquêtecommissie bouwnijverheid heeft onderzocht of de bouwwereld
in Nederland inderdaad structureel concurrentiewetten negeert en haar
opdrachtgevers keer op keer oplicht. Ook moest de commissie uitzoeken
wat er klopt van de aantijgingen dat een flink aantal ambtenaren corrupt
is. Daarvoor onderzocht de commissie onregelmatigheden bij de aanbesteding
van grote infrastructurele bouwwerken. Het eindrapport van de commissie
wordt in december verwacht.
Commissievoorzitter
Marijke Vos wilde de structuur en wijze van werken binnen de bouwwereld
blootleggen, maar richtte zich niet op individuele gevallen.
Ze wilde niemand aan de schandpaal nagelen, maar ervoor zorgen dat
de bouwwereld zich voortaan aan de regels houdt. Daarbij achtte ze
het onvermijdelijk dat de aanbevelingen van de commissie tot nieuwe
wetgeving leiden.
"Al is het een illusie om te denken dat daarmee het probleem
kan worden opgelost. De kern is juist dat bestaande regels worden
ontdoken. Integer handelen moet niet alleen worden afgesproken, het
moet ook worden uitgevoerd. Daarom kijkt de commissie in detail naar
de manier waarop de regels die bestaan worden nageleefd", aldus
Vos in de Volkskrant.
Zwaar middel
De parlementaire enquête is één van de zwaarste middelen
van het parlement. De commissie van Kamerleden, die de enquête uitvoert,
kan getuigen dwingen te verschijnen, hen onder ede verhoren en eventueel
zelfs onwillige personen gijzelen. De verhoren zijn in principe openbaar.
Maar de getuigenverklaringen kunnen door justitie niet worden gebruikt
voor een strafrechtelijk onderzoek. Op dit moment zijn ook het Openbaar
Ministerie en de Nederlandse Mededingingsautoriteit NMa bezig met
een eigen onderzoek naar de bouwfraude.
De mogelijkheid om in Nederland een parlementaire enquête te
houden bestaat al sinds de Grondwet van 1848. Het eerste onderzoek
werd in 1852 gestart en ging over accijns op zout. Sinds 1887 mag
ook de Eerste Kamer een enquête instellen. In 1977 is de Enquêtewet
aangepast en sindsdien heet deze Wet op de parlementaire enquête.
Sindsdien mogen ook zittende bewindslieden worden gehoord.
Eerdere enquêtes die zijn ingesteld zijn:
1852-1853: accijns op zout
1855-1856: landwinning en vaarwater Zwolsche Diep
1858-1859: toestand Maas en Zuid-Willemsvaart
1861-1862: over de zeemacht
1873-1874: koopvaardijvloot
1876-1877: longziekte onder rundvee
1880-1881: exploitatie Nederlandsche Spoorwegen
1886-1887: toestand fabrieken en werkplaatsen
1947-1948: regeringsbeleid in Tweede Wereldoorlog
1982-1983: Rijn-Schelde-Verolme
1986-1988: bouwsubsidies
1987-1988: fraudebestendig paspoort
1992-1993: uitvoering sociale verzekeringswetten
1994-1996: opsporingsmethoden justitie en politie
1998-1999: Bijlmerramp
De parlementaire enquête naar de bouwnijverheid was de zestiende in
de geschiedenis. De enquête rond de val van de moslimenclave
Srebrenica in oktober en november 2002 was nummer zeventien.
|
|
|