Stille gast in een luidruchtig circus
Door Tim Overdiek, 17 januari
Het
lukt net. Vanuit mijn stoel aan het gangpad zie ik het Witte Huis
kleiner en kleiner worden. Het is altijd een machtig gezicht, als
je vanaf Ronald Reagan National Airport opstijgt in noordelijke richting.
De snelle zwenking naar links, en dan vlak onder je die politieke
instituten. Het Capitool, het Supreme Court, de ministeries en natuurlijk
1600 Pennsylvania Avenue.
Weg uit Washington D.C. en op naar Main Street. De zoektocht naar
groeiend ongenoegen rond de dorpspomp is begonnen. Op mijn lange weg
naar dinsdag 2 november is de centrale vraag: Wie of wat kan leiden
tot de val van George W. Bush? Het antwoord heb ik voor mezelf in
stilte al gegeven. Een tweede termijn voor de Republikein is waarschijnlijker.
We vliegen richting ondergaande zon. Washington, Memphis, Des Moines.
De eerste Democratische voorverkiezing in de agrarische staat Iowa.
Terwijl de gezagvoerder ons welkom heet, vermaak ik me met mathematische
gedachtenspinsels. De laatste peilingen van de afgelopen dagen vermenigvuldigd
met de meest recente campagne-donaties. Percentages maal dollars.
Uitkomst: Too close to call.
De research in mijn tas is gewichtig. Maar de cijfers en bedragen
zijn net zo veel- als weinigzeggend. De statistieken bieden een slap
houvast bij politieke kansberekening. Howard Dean heeft geld. Dick
Gephardt heeft vakbondssteun. John Kerry heeft de staat van dienst.
John Kerry heeft de frisse wind. Joe Liebermann heeft het meeste recht.
Wesley Clark heeft de sterren. De rest is vulling.
In de zomer van 2003 ging ik een weddenschap aan met twee collega's.
Mijn voorspelling: Gephardt wint Iowa. Dean zegeviert in New Hampshire.
Kerry pakt de nominatie, maar verliest vervolgens van George Bush.
Een goede onderbouwing had ik niet. Het was eerder mijn 'gut feeling',
intuitief denken op basis van journalistieke voelsprieten. (Rustig
maar, ik zit er vaak naast.)
Het verraderlijke van instinct is dat je niet kijkt naar feiten of
inhoud. Ik probeer mezelf voortdurend voor te houden dat ik in mijn
berichtgeving moet blijven hameren op thema's en beleidsmatigheden.
Maar onbewust val je terug op de buitenkant van campagnes. Hoe gedraagt
de kandidaat zich? Wat is er mis met zijn kleding? Waar o waar is
de echtgenote? Hoe krachtig en oprecht is de 'buzz'?
Ik denk terug aan een hilarische conversatie met mijn Amerikaanse
echtgenote. Met wie had zij wel eens willen gaan stappen? Kerry zou
de (te) ideale schoonzoon zijn. Dean zou met zijn auto over de bloemen
in moeders voortuin rijden en weigeren om zijn excuses aan te bieden.
De grimas van Edwards zou argwaan veroorzaken. Gephardt zou de veel
oudere vriend zijn. Clark te elitair.
Politiek is persoonsgebonden. Niet zijn programma, maar zijn voorkomen
is bepalend. Kun je het je voorstellen dat deze of die kandidaat de
wereld bestuurt vanuit het Oval Office? Versta je zijn lichaamstaal,
begrijp je de oogopslag en is die gebalde vuist of priemende wijsvinger
nou een teken van volkse verontwaardiging of arrogante betweterigheid?
Kortom, is de kandidaat wel genoeg mens?
Daar ga je dus met je voorbereiding. Dikke pillen heb ik inmiddels
verslonden. Biografie"en van kandidaten, historische beschouwingen
over (het paaien van) het electoraat, literaire bloedspuwingen van
boze liberalen en nog kwadere conservatieve geesten. Het zit allemaal
in mijn achterhoofd, theorie waar je in de modder van Iowa niks mee
kunt. Daar geldt de waan van de dag.
Ik maak me geen illusies. Als buitenlandse journalist zul je nooit
of te nimmer kunnen doordringen tot de binnenste cirkel van het campagne-circus.
Hier en daar zal ik mijn microfoon onder de neus van een langs razende
kandidaat kunnen steken en nutteloze quotes registreren. Geen enkel
moment zal ik een kandidaat diep in de ogen kunnen kijken en onthullend
nieuws veroorzaken. Da's niet erg.
De lange reis van Iowa (caucus) naar New Hampshire (primary), van
South Carolina naar Californie, van Boston naar New York (conventies),
en uiteindelijk weer terug naar de trappen van het Capitool voor de
inauguratie in januari 2005 is opwindend. Zien, horen, voelen. Denken
en doen. Luisteren naar en praten met de Amerikaan. Wie het straks
wordt? Het zal mij als correspondent een zorg zijn.
De lastigste klus als toeschouwer in het verkiezingscircus is het
bewaren van professionele kalmte. Niet meegaan in de hype van de peilingen.
Niet struikelen over zichtbare retoriek. Niet handelen volgens ogenschijnlijke
logica. Wel: Goed kijken. Vanaf mijn gangpadstoel kijk ik naar buiten.
Het is donker geworden. Ik leun achterover. De missie is kraakhelder.
Let's roll! (Wie zei dat ook weer?)
Zie
ook: columns van Tim Overdiek bij Radio 1 Journaal |
|
|