Bush:
Commander in Mischief?
Door Tim Overdiek, 15 februari 2004
Kerry versus Bush dreigt een competitie te worden wie het best
kan salueren. Militaire ervaring, leiderschap, medailles, vriendjes
van het front en het ontduiken van de plicht. Laveren in het politieke
mijnenveld.
Arme Scott. Wat had ik van de week een medelijden met hem. Sta je
daar als argeloze spreekbuis van president Bush, schiet de ene na
de andere journalist met scherp. Een vragenvuur over de militaire
historie van zijn baas. En wegduiken kan niet. Scott McClellan moest
de kogels met zijn mond opvangen.
De bron van alle controversie dateert van meer dan dertig jaar geleden,
maar is weer hartstikke actueel nu Bush als zelfbenoemd oorlogspresident
door de Democratische Vietnam-held Kerry wordt belaagd. Het Witte
Huis kan zich niet met woorden verdedigen, en komt dus quasi-openhartig
met het complete dossier.
En dat roept meer vragen op dan dat het definitieve antwoorden verstrekt.
Veel meer vragen zelfs, en veel meer kritiek, suggesties en verontwaardiging.
Het is duidelijk dat Bush tussen medio 1972 en mei '73 zijn snor heeft
gedrukt als reservist, terwijl in de jungle Vietnam zijn minder fortuinlijke
landgenoten bij bosjes stierven.
So what? Toch niet meer dan een teken des tijds? Howard Dean liet
zich afkeuren op basis van een instabiele knie, 'en ging vervolgens
vrolijk ski"en in Colorado', zoals zijn critici fijntjes opmerken.
Bill Clinton ging nooit in militaire dienst. Zijn campagne-strateeg
James Carville had een tijdje de hoogste rang in het Witte Huis: Korporaal.
Zou John Kerry werkelijk een betere president zijn dan George Bush,
puur en alleen omdat hij gedecoreerd van het slagveld in Vietnam is
teruggekeerd terwijl de brassende zoon uit een gegoede familie veilig
in Alabama en Texas zijn dagen telde? Nee, het zegt meer over het
imago dat belangrijker lijkt dan de geleverde prestatie.
George Bush moet worden afgerekend op wat hij de voorbij drie jaar
heeft laten zien als Commander in Chief. Niet op wat hij als twintiger
heeft gedaan om een waarschijnlijke dood in een smerige oorlog te
voorkomen. Die periode is slechts een van de vele aspecten in een
leven dat hem op wonderbaarlijke wijze in het Oval Office heeft gebracht.
De politieke herleving van een verbraste levensperiode is te goedkoop.
We wisten toch al dat-ie vroeger liever alcohol dronk dan boeken las.
We waren al op de hoogte van zijn maatschappelijke mislukkingen, van
zijn behendig gebruikte familie-connecties, van zijn intellectuele
achterstand toen hij door de Republikeinse beweging werd voorgedragen.
'Ik ben een oorlogspresident', sprak George Bush vorige week in een
tv-interview. Die woorden vatten zijn herverkiezings-strategie samen.
Prima. Dat, en dat aspect alleen, moet de kiezer straks gaan wikken
en wegen. Met als alternatief de vraag of John Kerry beter in staat
is om Amerikaanse soldaten naar een mogelijke dood te sturen.
Was het maar zo simpel. De Bush-regering heeft het zichzelf verduveld
lastig gemaakt door zo nadrukkelijk symboliek en rethoriek te gebruiken
in het oppompen van het presidentiele imago. De landing op het vliegdekschip.
Het aansnijden van de kalkoen in Bagdad. De optredens op militaire
bases. En ja, ook de foto's van zijn reservisten-tijd.
George W. Bush worstelt oprecht met zijn verantwoordelijkheden als
Commander in Chief. Telkens als de president opduikt in een militair
kamp of bij militaire families, en praat over de offers die soldaten
en hun aanverwanten moeten maken, wordt hij overmand door emoties.
En dat zijn geen krokodillentranen.
Wie zich beter voordoet dan hij in werkelijkheid is, zal zich moeten
verantwoorden. Dat doet Bush nu, en wellicht vergeefs, door vrijgave
van zijn militaire dossier. John Kerry hoeft slechts zijn medailles
te tonen. Wie op basis daarvan denkt dat Kerry en niet Bush een betere
president zou zijn, wordt verblind door de spreekwoordelijke 'fog
of war'.
Reageer:
Standplaatswash@aol.com
|
|
|