|
Sport
radiocolumns
De
column in audio
Electoraal sexsymbool: Nascar Dad
14 februari 2004
Om precies tien voor elf morgenochtend, plaatselijke tijd, zal vanaf
het gras van het Witte Huis Marine One opstijgen. Dat is de helicopter
van de president. George Bush en zijn vrouw Laura wentelwieken naar een
luchtmachtbasis iets buiten Washington DC, waar Air Force One het echtpaar
naar Florida zal vliegen.
Om een uur in de middag arriveren meneer en mevrouw Bush op Daytona Beach.
Daar wordt rond die tijd het startschot gelost voor de Daytona 500. Dat
is een van de meest befaamde autoraces in de Verenigde Staten, en de absolute
koninginne-rit in de Nascar-competitie.
Dat is, anders dan Formule 1 of de Indy Cars, een wedstrijd tussen zwaar
opgevoerde wegwagens: Fords, Chevys en Dodges, de zogeheten stock cars.
En daar strijden, voor Europa volstrekt onbekende, volkshelden als Dale
Earnhardt jr, Michael Waltrip en Richard Petty om die puur Amerikaanse
eer.
Aantal toeschouwers in Daytona Beach: 500.000. Thuis kijken morgen nog
eens zo’n 75 miljoen Amerikanen naar de Daytona 500. ‘n Geweldig potje
scheuren dus. En het is niet zomaar dat niemand minder dan de Amerikaanse
president juist deze wedstrijd met een bezoek vereert. Het is immers een
verkiezingsjaar.
Ronald Reagan was erbij in 1984, George Bush de Eerste liet zich zien
in ’92 en met het verkiezingsdrama in Florida van vier jaar geleden is
het vanzelfsprekend, een absolute must zelfs, dat deze president Bush
zich morgen als een koning laat toejuichen. Want de mannelijke fans van
de Nascar-sport hebben dit keer zelfs een heus politiek stempel gekregen.
Ging het in 1996 nog expliciet om de Soccer Moms, de huisvrouwen in suburbia
die Bill Clinton aan de macht hielpen, dit jaar zijn de zogeheten Nascar
Dads het electorale sexsymbool. Politieke strategen proberen dit segment
van de bevolking te isoleren en warm te maken voor de verkiezingen.
Wie zijn de Nascar Dads? Lastig te zeggen. Heel breed omschreven, zijn
dit vooral blanke mannen uit de sociale middenklasse, toegewijde arbeiders,
tamelijk conservatief in denken en doen, en sinds afgelopen jaar behoorlijk
nerveus over de zekerheid van hun baan. En dus niet per se gebonden aan
een politieke partij.
Logisch dat zowel Republikeinen als Democraten vechten om de gunst van
deze stemmende sportfan. En hoe ze dat doen? Drie Democratische presidentskandidaten
hebben dit jaar zelfs een Nascar-coureur gesponsord. De namen van Howard
Dean, Bob Graham en John Edwards zijn te lezen op een van die opgevoerde
bolides.
Een politieke campagne als geldschieter voor de profsport. Hmm, hoe zou
dat gaan in Nederland? De VVD, ja makkelijk, steunt een hockeyer. Partij
van de Arbeid een voetbalteam natuurlijk. CDA heel keurig een wielerploeg.
LPF een darter. D66 een zeiler. GroenLinks atletiek. De SGP korfbal op
zaterdag. En de SP? Nee, de SP doet niet aan sport, nah, tafeltennis misschien,
of badminton op de camping.
Over deze duistere sporten maakt de Amerikaanse politicus zich geen zorgen.
Nascar is wat dat betreft ook een stuk simpeler. De man in het zuiden
van Amerika, die het prachtig vindt hoe Amerikaanse auto’s rondje na rondje
na rondje rijden – gemiddelde snelheid, 300 kilometer per uur.
Hij, de Nascar Dad, is een patriot, wordt warm bij het zien van de Amerikaanse
vlag. Hij is een familieman voor wie normen en waarden belangrijk zijn.
Hij houdt van een goed glas, Amerikaans, bier. Hij is voor vrede, maar
staat pal achter de oorlog in Irak.
De Nascar Dad is, zeg maar, een mengeling van iemand die in Nederland
net zo makkelijk zou stemmen op de VVD, LPF, PvdA en CDA. Kortom, deze
sportfan, hoe simpel ook, is een ongrijpbaar fenomeen.
Tim Overdiek
Reageer: Standplaatswash@aol.com
|