|
Sport
radiocolumns
De
column in audio
Een geweldige Yankees-haat
25 oktober 2003
En nu moet het eruit. Nu meteen, want ik kan het niet langer in me houden.
Al die jaren van opgekropte ergernis, de opeengehoopte frustratie. D'r
uit. Nu. Wij, want ik spreek namens velen in Amerika, wij haten de New
York Yankees.
Haten, echt haten, haten tot op het bot. Die fameuze pinstripes in dat
vermaarde stadion in The Bronx, de roemrijke historie van de plek, met
al die roemruchte honkballers... Het kan ons gestolen worden. De Yankees
zijn voor ons het toonbeeld van arrogantie, van stinkend rijke patsers
die denken dat ze met geld de wereld kunnen regeren. De realiteit is natuurlijk
dat dat laatste waar, en dat haten we zo.
Want de Yankees hebben het meeste geld, en dus de beste spelers, en daarmee
op voorhand een ploeg die als vanzelfsprekend naar de World Series zal
zweven. Niet zo van, goh, we hebben een sterke selectie dit jaar, en daarom
maken we een goeie kans. Nee, de New York Yankees gaan ervanuit dat zij
om de hoofdprijs zullen spelen. Da's geen punt van discussie.
En de Florida Marlins mogen vandaag met een voorsprong van 3-2 naar The
Bronx afreizen, en wie weet wel eens gaan stunten door in het hol van
de leeuw de World Series weg te kapen... Ik heb er geen gerust hart. De
Yankees en de World Series zijn als Nederland en korfbal, als Rintje Ritsma
en pootje over, als Amsterdam en koffie-shops, als Oranje en de leeuw.
Sinds 1923 reikten de Yankees 38 keer tot de World Series, en 26 maal
wonnen ze de wereldtitel. Da's gemiddeld een keer in de drie jaar. Maar
wij; wij haten ze het hele jaar door. Om die reden. Wij haten de Yankees
omdat ze in dat irritant historische stadion, met de illustere naam 'Yankee
Stadium', zo'n speciaal hoekje hebben: Monument Park. Bah.
Achter het linker-verreveld, een openlucht-museumpje met plakkaten, borstbeelden
van die legendarische spelers die na hun dood blijven voortleven en over
het hek lijken mee te genieten naar de successen van hun opvolgers. Ruth,
Mantle, Gehrig, DiMaggio, noem maar op, de bekende grootheden die ons,
miezerige stervelingen, slechts kunnen aanzetten tot 'e'en ding, maar
da's dan ook iets waar wij onovertroffen in zijn: Inderdaad, haat.
Wij haten de Yankees omdat we twee jaar geleden, in een vlaag van verstandsverbijstering,
plotseling heel veel van de Yankees hielden. Het was een maand na 11 september,
en de Yankees deden wat ze altijd deden: Winnen. Tot aan de World Series,
toen de Arizona Diamondbacks -wie kent ze nog?- uiteindelijk net iets
frisser waren en de Yankees versloegen.
Maar wij maakten onszelf tijdens die finales wijs dat we het de Yankees
gunden, dat zij het verdienden om te winnen. Huh. Een mal idee, en nu
weten we natuurlijk hoe dat kwam. Domme emoties. Want we hielden niet
van de Yankees, we hielden van New York, de aangeslagen stad, en elk lichtpuntje
in die donkere dagen toen was meegenomen. En dus was ook het succes van
de Yankees kennelijk iets om te koesteren.
Dom, dom, dom, dom. Gelukkig kwamen we al snel weer helemaal tot bezinnen,
en haten we de Yankees als vanouds. Het maakt niet uit hoe, als die arrogante
patjepee"ers, die overbetaalde vedetten, die 'oh wat zijn we toch geweldig'-acterende
Broadway-knuppels, die, die, die, die Yankees maar op hun bek gaan. Dat,
beste luisteraar, is de verklaring van onze haat.
Wij, in Amerika, in Boston, in Chicago, in Wyoming en in Nevada; Wij haten
de Yankees, simpelweg omdat ze weerzinwekkend geweldig zijn.
Tim Overdiek
Site tips:
Diepere
haat jegens de Yankees
Nog
meer haat
En,
jawel, nog meer haat
Reageer!
|