|
Sport
radiocolumns
De
column in audio
Een blamage met een staartje
8 november 2003
Amerika en honkbal, da's bakker en brood, dat is koe en melk, boom en
blaadje. Amerika is niet alleen de verwekker van honkbal, Amerika IS honkbal.
Wel, niet langer. De bakker is dood, de koe geslacht, de boom geveld,
het onvoorstelbare is gebeurd, afgelopen nacht.
Het was je reinste bijbelse veldslag, op een honkbalveldje in Panama-Stad.
David tegen Goliath. Mexico tegen de Verenigde Staten, de kwartfinale
van het Olympisch kwalificatie-toernooi honkbal. De twee finalisten mogen
volgend jaar naar Athene, en op die historische plek zou Team USA de gouden
medaille van Sydney gaan verdedigen.
De honkbalgoden besloten anders, ondanks alle wetten der logica. Want
die hadden bepaald dat Amerika op z'n dooie gemak zou gaan winnen van
Mexico. Per slot van rekening had Amerika de eerste drie groepswedstrijden
lummelend gewonnen, met in totaal 21 runs voor en nul tegen.
Mexico had alle drie groepswedstrijden verloren, maar mocht toch naar
de kwartfinales omdat de nationale ploeg van de Bahama's niet was komen
opdagen. Kortom, Mexico was klaar voor een pak slaag. Het liep een stukkie
anders. Mexico won, met 2-1, vooral dank zij ster-pitcher Rigo Beltran,
een voormalig werper van de New York Mets - maar dat terzijde.
Schok, ontzetting, verdriet, ongeloof, verzin het, en dergelijke emoties
denderden door de Amerikaanse kleedkamer. Niet naar de Olympische Spelen.
Alsof de Winterspelen van Salt Lake City vorig jaar zonder Gerard van
Velde en Jochem Uytdehaage hadden plaatsgevonden. Ondenkbaar dus.
En toch is het waar, en de consequenties voor het Olympisch honkbal zouden
wel eens verder kunnen reiken dan de blamerende afwezigheid van Amerika
in Athene. Het IOC namelijk staat op het punt om honkbal als Olympische
sport te schrappen, juist en vooral omdat Amerika pertinent weigert de
beste spelers beschikbaar te stellen.
Die spelen in Major League Baseball, de sterkste profcompetitie ter wereld.
Maar die is in augustus en september in volle gang als elders in de wereld
de Olympische vlam wordt ontstoken. Dus moet Team USA het traditiegetrouw
doen met Minor League-spelers, met veteranen uit deze zogenaamde eerste
divisie en met jonge beloftes.
Het is namelijk anders dan met basketbal. De NBA is dan klaar, en dus
is het eenvoudig om elke vier jaar een Dream Team te sturen. En hetzelfde
doen als de NHL, de ijshockey-league die de competitie tijdelijk stil
legt, dat is nou weer onbespreekbaar in de honkbalwereld. Want dat kost
geld, voor spelers die hun statistieken zien dalen en voor clubs die hun
beste spelers niet willen afstaan.
Honkbal was in 1984 en '88 een Olympische demonstratiesport. Sinds '92,
in Barcelona, is het een medaille-onderdeel, en de resultaten voor Amerika
waren wisselend - vooral als gevolg van die zwakke selectie. In Barcelona
geen medaille, in Atlanta brons, maar in Sydney was de grote stunt. Amerika
versloeg Cuba en pakte de gouden medaille.
Eveneens terzijde, ook Nederland versloeg in Sydney Cuba, waarmee een
eind kwam aan een ongeslagen Olympische reeks van 21 communistische overwinningen.
Nederland is volgend jaar wel in Athene, en Amerika dus niet. In Sydney
sprak de Amerikaanse bondscoach Tommy Lasorda: 'Dit is zoals het hoort.
Honkbal is onze sport. Honkbal is Amerika's sport. Wij mogen niet toestaan
dat iemand ons verslaat.'
Amerikaanse bobo's wrongen zich afgelopen nacht in alle bochten door er
bijvoorbeeld op te wijzen dat de nederlaag in ieder geval aantoonde dat
het veel zei over de kwalitatieve internationalisering van de honkbalsport.
Ammehoela, de Amerikaanse uitglijder was een totale blamage.
Maar ergens, zeker voor de talloze Davids in alle uithoeken van de wereld,
toch ook een beetje heimelijke genoegdoening. Een sadistische bevrediging,
omdat er niks fijner is dan een grote bek te snoeren, omdat er niks mooier
is dan de arrogantie van de macht af te straffen, omdat er niks toepasselijker
is dan de bakker van het honkbal een koekje van eigen deeg te geven.
Tim Overdiek
Reageer!
|