|
Sport
radiocolumns
Column
Tim Overdiek
Niet de plek, en niet het moment
8 maart 2003
Je
hebt ze in alle soorten en maten. Je hebt natuurlijk op de eerste plaats
Amerikanen tegen de oorlog in Irak. Je hebt studenten tegen de oorlog,
mannen, vrouwen, homo's, hetero's, Democraten, Republikeinen. Je hebt
acteurs, loodgieters, taxi-chauffeurs en je hebt bakkers en melkboeren
tegen de oorlog in Irak.
Je
hebt huisvrouwen tegen de oorlog, huisvaders, huisdieren, huissleutels,
maar waar zijn in Amerika de
sporters tegen de oorlog. Ze zijn er
niet. Of je moet heel goed zoeken.
Dan vind je bijvoorbeeld ene Tony Smith, een basketbalster aan een piepkleine
universiteit in Manhattanville, een dorpje in de staat New York.
Al het hele seizoen wendt Tony Smith haar gezicht af van de Amerikaanse
vlag als het volkslied wordt gespeeld. Het is een bewuste actie. Want
de Stars & Stripes, zo zegt ze over 's lands banier, vertegenwoordigt
de afslachting van miljoenen en miljoenen onschuldige en armlastige burgers
binnen en buiten de Verenigde Staten van Amerika.
Een echte activiste dus, die Tony Smith, waarvan er in Amerika miljoenen
en miljoenen een ongestoord bestaan leiden. Maar in de sportwereld is
dat heel anders, en wordt haar stellingname niet bepaald op prijs gesteld.
Met de acute dreiging van een oorlog in Irak ligt zij op het veld onder
vuur.
Elke keer als zij de bal krijgt, stijgt er een afkeurend gejoel op van
de tribunes. Elke keer als zij de vlag de rug toekeert, zwaaien mensen
met een eigen vlag in haar richting. Raar eigenlijk, want er is niks mis
met Tony Smith. Zij maakt gebruik van het recht dat haar land zo groot
maakt, het recht op vrije meningsuiting.
Maar in de sportwereld gelden kennelijk andere opvattingen, want, zo zeggen
critici massaal, het sportveld is op dit moment niet de plek om tegen
een eventuele oorlog te zijn. Op dit moment niet de plek... Waar een groot
land onthutsend klein in kan zijn. Elke plek hoort op elk moment ruimte
te bieden aan voor- en tegenstanders.
Even had Tony Smith een medestandster. Deidra Chatman, ook een basketbalster
aan een Amerikaanse universiteit, in Virginia, was het met haar eens,
en deed hetzelfde. Maar binnen 24 uur kwam ze terug op haar beslissing,
zwaar onder druk gezet door de schoolleiding en haar directe omgeving
die haar lieten kiezen: ben je een patriot of een landsverrader?
Niet dat laatste natuurlijk, dus dan maar liever je kop houden. Je moet
sterk in je schoenen staan om die enorme druk te kunnen weerstaan. Iemand
als Mohammed Ali was zo sterk, en niet alleen fysiek natuurlijk. Net bekeerd
tot Islam, weigerde hij in de jaren zestig militaire dienst met kans op
uitzending naar Vietnam.
Principieel tegenstander van geweld, was de zwaargewicht-bokser, maar
jarenlang zou hij mentale mishandelingen van afkeurend Amerika moeten
incasseren. Anderen kozen ook willens en wetens voor die publieke afkeuring.
John Carlos en Tommie Smith in 1968. Op het Olympisch podium in Mexico
hieven zij hun vuist tegen de rassenstrijd thuis in Amerika.
Het was 't symbolisch gebaar van de Black Power. Carlos en Smith werden
onmiddellijk uit het Amerikaans Olympisch team gezet. Principes, recht
op vrije meningsuiting, een simpel vredesprotest, het zijn regelrechte
oorlogsmisdaden in de ogen van die zogenaamde patriotten.
En dat maakt de stellingname van die jonge basketbalster, die studente,
die activiste, luisterend naar de door en door Amerikaanse naam Tony Smith
zo bijzonder. Want hoe je het ook wendt of keert, of je nou voor of tegen
die oorlog bent, Tony Smith heeft grondwettelijk recht op dat plekkie
onder de zon, dat Francis Scott Key in 1814 zo poëtisch omschreef
als het land van de vrijen, the land of the free, en het huis van de dapperen,
the home of the brave.
Tim Overdiek
Sitetips
De
tekst van het Amerikaans volkslied
De
commotie rondom Tony Smith
John Carlos houdt
de vuist uit '68 springlevend
|