|
Column
Tim Overdiek
Wij zijn de beste. Wij zijn Amerika
25 januari 2003
Waar gaat het werkelijk om tijdens de Super Bowl? Om de wedstrijd, om
de tradtionele party, om de spraakmakende commercials? Ja, dat ook. Maar
de Greatest Show on Earth is ook en vooral het blootleggen van de Amerikaanse
ziel.
Het was onmogelijk om er NIET van onder de indruk te raken. Vijf jaar
geleden in San Diego, op dezelfde plek waar morgennacht opnieuw de Super
Bowl wordt gehouden. Het spektakel stond op ‘t punt van beginnen, maar
de aftrap liet nog even op zich wachten.
Want na het zingen van het volkslied keken meer dan zeventigduizend mensen
in het stadion reikhalzend naar boven, naar de hemel waar een klein zwart
stipje groter en groter werd, en met een oorverdovend geraas over vloog.
Het was een Stealth Bomber van de Amerikaanse luchtmacht, je weet wel,
die voor de radar onzichtbare bommenwerper in de vorm van een boemerang.
Het gejuich leek niet te willen stoppen toen die imposante zwarte moordenaar
allang weer achter de horizon was verdwenen.
Op dat moment voelde ik waar het tijdens de Super Bowl werkelijk om gaat
in Amerika.
Natuurlijk, je hebt de wedstrijd, ook niet onbelangrijk, je hebt de Super
Bowl-parties in tientallen miljoenen huiskamers, je hebt de kostbare reclamespotjes
waar nog dagen over gepraat wordt, je hebt met andere woorden het gevoel
dat er een belangrijk sportevenement plaatsvindt.
Maar de essentie van die jaarlijkse zondagavond in januari ligt toch ook
vooral verscholen in die aparte saamhorigheid op de tribunes. Het gevoel
van patriottisme, of het nou clichématig wordt aangewakkerd door die overvliegende
bommenwerper, het veelvuldig vlaggenvertoon of, zoals in 1991, het volkslied
gezongen door Whitney Houston.
Haar uitvoering is een van de meest memorabele versies van de Star Spangled
Banner, uitgevoerd in het volgepakte stadion van Tampa, Florida. De Golfoorlog
was op dat moment elf dagen onderweg. De Super Bowl verwerd een aardige
graadmeter voor het patriottische gevoel in het land, en de wedstrijd
stond geheel in het teken van de bevrijders van Koeweit.
Aan de vooravond van een mogelijke Golfoorlog Deel 2, de invasie van Irak,
wint de Super Bowl opnieuw automatisch aan vaderlandsliefde. Je zag het
vorig jaar ook al zo duidelijk, toen het Amerikaans leger in Afghanistan
de tragedie van 11 september aan het vergelden was.
Tussen de wedstrijdfragmenten door zag je op televisie het ministerie
van Defensie plechtig verklaren dat de Super Bowl toch vooral een patriottisch
privilege was. Zag je een jongetje in camouflagekleding de Liberty Bell
luiden. Zag je spelers de Declaration of Independence voorlezen. Zag je
de Amerikaanse vlag overal, altijd, zelfs geschilderd op het veld.
En zag je met slimme satellietschakelingen onze dappere jongens en meisjes
in een tent in een woestijn naar de Super Bowl kijken. Want de Super Bowl
is pas echt super wanneer je als Amerikaan in je luie zitstoel beseft
dat duizenden kilometers verderop soldaten meekijken hoe de gladiatoren
van de NFL dat door en door Amerikaanse spelletje spelen.
En dat zal morgennacht niet anders zijn. Het veld in San Diego, zwaar
bewaakt door dat machtige Amerikaanse leger, is Ground Zero voor een land
dat afstevent op een oorlog. De vredesbeweging zul je op Super Bowl Sunday
niet aantreffen.
Want de Greatest Show on Earth symboliseert alles waar Amerika naar eigen
zeggen goed in is. Kapitalisme in het kwadraat, jingoïsme van het zuiverste
soort. Een pompeuze hartslag, een arrogante trots die maar een ding zegt:
Wij zijn de beste, want wij zijn Amerika.
Tim Overdiek
Sitetips:
De officiële
Super Bowl-site
Luister
naar Whitney Houston's Star Spangled Banner
Meer
over de Golfoorlog-Super Bowl
Het
betoog van een zieke Super Bowl-fan
|