|
De schaduwzijde van een zonnige dag
24 januari 2003
Ik
was erbij, vijf jaar geleden in San Diego. Maar hoe ik ook teruggraaf
in mijn geheugen, van de wedstrijd kan ik me weinig meer herinneren. De
Denver Broncos wonnen, dat weet ik nog wel, maar dat komt vooral omdat
Nederlander Harald Hasselbach in de kampioensploeg speelde.
Nu de 37ste Super Bowl opnieuw in de Zuid-Californische havenstad wordt
gespeeld, produceert het archief in mijn hoofd geen wedstrijdfragmenten
maar louter en vooral zonnige herinneringen. Want wat was het aangenaam
toeven in het immer zomerse San Diego, dat zich een week lang Ground Zero
van het American football mocht noemen. De Super Bowl is voor de organiserende
stad veel en veel meer dan die vier quarters zuivere speeltijd.
Het sportevenement is een soort mini-Olympische Spelen, en wordt ook als
zodanig toegekend door de National Football League. De wedstrijd is deels
aanleiding voor zeven dagen stedelijke promotie, die dubbel en dwars wordt
terugverdiend. De gelukkigen die het spektakel in Qualcomm Stadium lijfelijk
bijwonen, pompen zo'n 250 tot 300 miljoen dollar in de plaatselijke economie.
Elke bezoeker spendeert gemiddeld tweeduizend dollar. En dat ondanks het
feit dat je met een beetje creativiteit een week lang gratis kunt meehossen
tijdens de feesten in de aanloop naar 'the greatest show on Earth'.
En dan presenteert San Diego zich ook voor het oog van de wereld. Zo'n
800 miljoen (potentiële) kijkers in tweehonderd landen kunnen de 'Big
Game' zien, en dus ook ontdekken dat de gaststad best een aardige vakantiebestemming
zou kunnen zijn. Dat zijn de argumenten van gemeentebesturen, die de Super
Bowl om die reden als de heilige graal beschouwen.
Het
is een select gezelschap steden dat telkens in aanmerking komt voor het
best bekeken eendaagse sportevenement. Het klimaat is bepalend. De gemiddelde
temperatuur in januari moet minstens 10 graden Celsius zijn, is de officiële
NFL-regel. Tenzij de stad over een overdekt stadion beschikt, zoals Detroit,
dat in 2006 de Super Bowl organiseert.
'Motor City', zoals Detroit wordt genoemd, is geen prettig vooruitzicht
voor de diehard Super Bowl-fans. Koud, ongezellig, zakelijk - op geen
enkele manier te vergelijken met bijvoorbeeld recordhouder New Orleans,
dat vorig jaar voor de negende maal organisator was, of Miami (acht keer).
Gek is het niet dat San Diego '98 meer zon dan touch down bij me oproept.
Toch is San Diego deze editie anders dan anders. Meer dan ooit staat veiligheid
centraal. Parkeren bij het stadion, zoals vijf jaar geleden zonder problemen
kon, is er nu niet meer bij. Ook de fameuze tailgate parties, waarbij
fans de barbecue uit de kofferbak plukken, is omwille van de alles overtreffende
'security' verboden.
De bewaking telt vierduizend agenten. Dat er nou negentig metaaldetectoren
staan opgesteld, vijftig surveillance-camera's, National Guard-troepen
buiten de stad patrouilleren, een no fly-zone van twaalf kilometer is
ingesteld, gevechtsvliegtuigen zullen langs scheren, is allemaal toe te
schrijven aan die roemruchte datum van 11 september - een donkere schaduw
over die doorgaans zonnige dag.
Een ongekende keerzijde was de bekendmaking woensdag van tientallen arrestaties
in het kader van 'Operation Game Day'. Het gaat om buitenlanders die toegang
hadden tot het sportpark, onder wie taxi- en buschauffeurs, schoonmakers
of restaurantpersoneel uit met name Islamitische landen. De San Diego
Union Tribune houdt het op tachtig aanhoudingen.
De immigratiedienst (INS) wil geen commentaar geven "'uit veiligheidsoverwegingen".
Een Arabische organisatie bestempelde de actie als "etnische zuivering".
Hoe dan ook, in zekere zin past het bij de excessen van het sportieve
spektakel, dat zich graag profileert als door en door Amerikaans. De Super
Bowl is veel meer dan een spelletje om de knikkers.
Tim Overdiek
|