terug naar column-overzicht terug naar het begin

Sport radiocolumns

klik hier om het geluidsfragment te beluisterenColumn Tim Overdiek

De heiligverklaring van een bedrieger

10 januari 2003

De honkballers Gary Carter en Eddy Murray staan op het punt onsterfelijk te worden. Eerder deze week werd dit tweetal geselecteerd voor opname in het Baseball Hall of Fame, het honkbal-museum in Cooperstown. Dat is het paradijs voor elke fan, waar het sportieve verleden een welhaast heilige status heeft.

Elk jaar kiest een strenge jury enkele oud-spelers, die in het Hall of Fame, de gallerij der beroemdheden, worden vereeuwigd. De zogeheten Induction. Dit jaar dus is het de beurt aan Gary Carter en Eddy Murray. En op hun verdiensten valt niks aan te merken.

Meer dan solide spelers, aan slag of als catcher. Een terechte uitverkiezing, waar wij ons verder niet druk over hoeven te maken. Dat doet Amerika eigenlijk ook niet. Wat de tongen wel doet beroeren, is het feit dat opnieuw, zoals elk jaar, één bijzondere honkballer niet is toegelaten.

Pete Rose.

Aan zijn honkbalkwaliteiten als speler ligt het niet. Integendeel, Pete Rose heeft meer dan welke andere speler ook, recht op een plekkie in de honkbalhemel op aard. Eén simpele statistiek: Vierduizend, tweehonderd zesenvijftig hits.

Elke keer als hij op het eerste, tweede, derde of thuishonk belandde, groeide zijn mythische status. Zijn bijnaam was geen Hercules of Apollo of Zeus. Nee, hij heette Charlie Hustle.

Want hij was vooral de volksjongen die met hard werken, geen gezeik, buffelen, shuffelen, en woest knuffelen een absolute volksheld werd. En het ook verdiende. Totdat hij als coach van de Cincinatti Reds, de club waar die als speler al onsterfelijk was geworden, onvergeeflijk in de fout ging.

Wat bleek? Pete Rose had een gokprobleem. En niet alleen dat? Hij gokte op honkbalwedstrijden, op tegenstanders, en toen dat aan het licht kwam, volgde een alles kapot makend oordeel. Pete Rose, de publiekslieveling, was een ordinaire bedrieger.

Zijn vonnis op 24 augustus 1989: levenslange schorsing. De Hall of Fame werd daarmee onbereikbaar, tot woede van vele fans die in de onschuld van Pete Rose bleven geloven. Want die ontkende.

Gegokt? Nee, meneer. Nooit gedaan, nooit over gedacht, nooit zullen doen. Klopt niet.

Wel, 225 pagina's documenten, zeven delen met overtuigend bewijsmateriaal, getuigenverklaringen, beweren anders. Maar het publiek gelooft Pete Rose op zijn woord. En zelfs als hij illegaal had gegokt, wat dan nog? Je kunt die vierduizend, tweehonderd zesenvijftig hits toch niet negeren.

Sinds zijn doodvonnis is Pete Rose bezig met een campagne voor eerherstel, die bij de honkbalbond wordt genegeerd. Maar da's lastig, als blijkt dat miljoenen Amerikanen de boosdoener van weleer allang hebben vergeven.

Tijdens de afgelopen World Series verscheen Pete Rose op het veld voor een speciale ceremonie. De meest gedenkwaardige honkbalmomenten werden bekend gemaakt, en het verbreken van het record voor de meeste hits, door Pete Rose, was nummer zes.

Rose kreeg het langste en meest luidruchtige applaus, en massaal werd gescandeerd: Hall of Fame, Hall of Fame, Hall of Fame!!! Om die reden was er in december een geheime ontmoeting tussen de bond en de boef. Natuurlijk lekte dat uit.

De levenslange schorsing zou worden kwijtgescholden op één simpele voorwaarde: Pete Rose moest schuld bekennen. That's all. Maar na dertien jaar ontkennen, dertien jaar de handen in onschuld wassen, dertien jaar verkondigen dat hem zoveel onrecht is aangedaan, is dat nou juist wat Pete Rose niet meer kan.

Een doodgewoon: 'Het spijt me.' Het lukt hem niet, waarmee een van de beste Amerikaanse honkballers aller tijden vooral blijft bewijzen dat je nog zo groot kunt zijn als honkballer, als idool, als voorbeeld, maar dat als je mens niks voorstelt.

Tim Overdiek

Sitetips:
De Baseball Hall of Fame in Cooperstown
De meest gedenkwaardige honkbal-momenten
De indrukwekkende Pete Rose-statistieken
De kruistocht van een onvermurwbare Pete Rose-fan


Hoofdpunten pagina
Overzicht buitenlands nieuws