|
Sport
radiocolumns
Column
in audio
Heimwee naar een mals lapje walrus
6 december 2003
Hij
is Canadees, hij speelt ijshockey, maar hij is niet de nieuwe Wayne Gretzky.
Hij is ook niet de opvolger van Mario Lemieux. Hij is ook niet vies van
een lekkere knokpartij, en dat is zijn charme: Jordin Tootoo.
Jordin Tootoo heeft inmiddels een aardige reputatie opgebouwd als vechter
op het ijs. Zijn ijshockey-stijl doet denken aan die goeie ouwe tijd,
de jaren zestig, toen ‘fore-checking' – oftewel iemand een geweldige beuk
verkopen, stukken belangrijker of in ieder geval vele malen aantrekkelijker
was dan een fraaie diepte-pass.
Tootoo heeft zich letterlijk de National Hockey League ingevochten. En
dat is een hele prestatie als je je bedenkt waar hij is geboren en opgegroeid.
Op een luttele driehonderd kilometer van de noordelijke poolcirkel. Yep,
het bijna koudste puntje van de wereld, een onvervalste eskimo dus.
Om precies te zijn, een afstammeling van de Inuit-stam, de oorspronkelijke
bewoners in die noordelijke uithoek van Canada. En daarmee is Jordin Tootoo
momenteel een van de meest exotische aanwinsten in de Noordamerikaanse
ijshockey-competitie, die behoorlijk internationaal is met spelers uit
zo'n 24 landen.
Maar Tootoo slaat alles. Want als hij bijvoorbeeld spreekt over het diepe,
diepe zuiden, dan heeft-ie het niet over donker Afrika, of over het zonovergoten
Caribisch gebied. Nee, dan bedoelt-ie Canadese steden als Winnipeg en
Edmonton, waar het in oktober al aardig winters kan spoken.
Tootoo begon erg laat met ijshockey. Kon-ie niks aan doen, want in zijn
geboorte-dorpje, Rankin Inlet, waren geen ijshockeyteams. Bovendien had
Tootoo zijn handen vol aan een andere hobby: Jagen. Op zijn twaalfde doodde
hij zijn eerste wolf.
Zijn moeder stuurde hem geregeld diepvries-etenspakketjes toen Jordin
in westelijk Canada ging spelen. Geen chocolade-koekjes, of ander soort
snoep, maar lekkere lappen zeehonden-vlees, of walvis-biefstuk. Rauwe
vis is zijn lievelingseten, en Tootoo komt in Nashville, waar hij speelt
voor de Predators, in de plaatselijke Sushi-bar maar amper aan zijn trekken.
Hij is er wel een grote bezienswaardigheid. Als eerste eskimo in de National
Hockey League is Jordin Tootoo iemand die het rauwe karakter van zijn
volksaard vertaalt op het ijs. Meppend, duwend, en met zijn niets- en
niemand ontziende instelling haalt-ie al op voorhand het bloed onder de
nagels van de tegenstanders vandaan.
Het publiek natuurlijk vindt het prachtig, en verzint elke week een nieuwe
bijnaam voor het brute geweld van ‘up north'. De Tasmaanse duivel, is
er zo een. Of wolf, eland, trein, tank, truck, kluis, torpedo, brandkraan,
kanonskogel, bowling-bal. Haha, inderdaad, niet allemaal even origineel,
maar wel veelzeggend over het spektakel dat Jordin Tootoo met zijn vuisten
laat zien, en laat horen.
Ploeggenoten noemen hem Toots, maar het liefst luistert-ie naar zijn eskimo-naam:
Kudluk, wat donder betekent. Zijn geroffel op het vijandelijk hoofd brengt
hem meer dan eens op het strafbankje, en scoren – dat doet-ie eigenlijk
niet eens zo veel. Maar dat doen andere, beter betaalde vedetten wel.
Als rookie, als debutant in de profleague, heeft de twintigjarige eskimo
zich onsterfelijk gemaakt onder zijn tweeduizend oud-dorpsgenoten. Jordin
Tootoo is de belichaming van de hoop, die onder hen vaak ontbreekt. Weggemoffeld
in de vrieskou van de ijshel, is het dorpje Rankin Inlet zo'n typische
plek, waar je wordt geboren, waar je je langste tijd blijft en waar je
je bij je dood afvraagt waar die tijd is gebleven.
Uitzichtloos dus. En Tootoo is nu de uitzondering, en als geen ander weet
hij hoe trots zijn familie, vrienden en buurtgenoten op hem zijn. Iedereen
ook kent zijn oudere broer, Terence. Die werd het slachtoffer van die
hopeloze uitzichtloosheid, raakte aan de drank, werd depressief en maakte
een eind aan zijn leven.
Bij zijn debuut in de NHL zei Jordin dat zijn broer Terence ‘bij elke
actie op het ijs' in gedachten bij hem was. En wellicht verklaart die
instelling zijn succes. De eerste klap is niet alleen een daalder waard,
maar komt dus ook nog eens een keer dubbel zo hard aan, als een donder
die door dendert tot aan de poolcirkel en als een echo terugkeert in de
ijshockey-stick van Jordin Tootoo - Eskimo, en boodschapper van hoop.
Tim
Overdiek
Sitetips
Team Tootoo
Zijn NHL-werkgever
De
geschiedenis van Nunavut en de Inuit
Reageer!
|