|
Sport
radiocolumns
Column
in audio
Wie kent deze ware kampioen?
23 augustus 2003
Hij is al 56 jaar dood, maar ik heb hem pas kort geleden leren kennen.
En met mij miljoenen Amerikanen. Het is een ware kampioen uit lang vervlogen
tijden. Eind jaren dertig, om precies te zijn.
En
nou dacht ik mijn klassiekers een beetje te kennen, maar van deze sportieve
held had ik nog nooit gehoord. De jaren dertig; dan denk je toch eerst
meteen aan Jesse Owens, de Olympisch kampioen hardlopen, die in 1936 vier
gouden medailles won in het Berlijn van Adolf Hitler.
Maar de zwarte atleet zou ondanks dat succes een tamelijk anoniem leven
leiden, eenmaal weer terug in Amerika. Goed, een andere topper uit die
tijd was natuurlijk Lou Gehrig, de legendarische honkballer van de New
York Yankees. En denk je aan honkbal, dan kun je nog wel een paar van
zulke grootheden opnoemen.
Babe Ruth, Ted Williams, Joe DiMaggio, van die sporters die in het radio-tijdperk
van voor de Tweede Wereldoorlog onmetelijk populair werden. Nee, mijn
nieuwbakken held was geen slagman, geen pitcher of quarterback. Rennen
kon-ie wel, als geen ander, zoals sinds begin deze maand te zien valt
in een prachtige speelfilm over zijn leven.
Hij kwam vanuit het niets, in 1936. Dat hij niet eerder was ontdekt als
potentieel kampioen, was helemaal zijn eigen schuld. Hij was liever lui
dan moe, en fysiek zag hij er trouwens ook niet uit. Hij was eigenlijk
veel te klein in vergelijking met zijn concurrenten.
Zijn benen waren krom, kort, met van die knokige knieën die hem in
niets op een ware rassprinter deden lijken. Dat hij toch tot de absolute
top doordrong, was te danken aan zijn begeleiding, die hem geloof in eigen
kunnen terugbracht. Goed management op de eerste plaats, een goeie trainer
en coach die hem op het juiste moment in de wedstrijd lieten toeslaan.
1938 Was
zijn beste jaar, waarin hij met alles en iedereen koelbloedig afrekende.
Hij bereikte een heroïsche status, niet in het minst te danken aan
het feit dat Amerika, net als de rest van de wereld, vol was getroffen
door de Grote Depressie, en dus snakte naar helden.
In het donkere Amerika van die miserabele jaren dertig was hij een dankbaar
lichtpuntje, een soort verlosser die de dagelijkse ellende even deed vergeten.
Stadions puilden letterlijk uit, soms met meer dan zeventigduizend toeschouwers
die alleen maar hem wilden zien.
Een van zijn topduels werd op de radio beluisterd door naar schatting
veertig miljoen Amerikanen. En als hij per trein van oost naar west reisde,
of andersom, dan kwamen onderweg grote massa's mensen naar het station
om een glimp van hem op te vangen. Om hem zelf in de ogen te kunnen kijken.
Want hij was me toch media-geniek. Zijn lijf, zijn hoofd, zijn benen waren
elke week wel te zien op de grote billboards van Times Square, elke scheet
was nieuws en terug te lezen in kranten en bladen.
Goed, lang genoeg geheimzinnig gedaan.
Wie was deze kampioen? Wie werd in 1938 vaker met naam genoemd in de krant
dan president Franklin Delano Roosevelt, Adolf Hitler of Benito Mussolini?
Zijn naam: Seabiscuit. Juist, Seabiscuit, een paard. Een renpaard. En
een heel bijzonder renpaard.
Dus vergeet Michael Jordan, vergeet Mohammed Ali, Carl Lewis, Joe Montana,
Wayne Gretzky, Jim Thorpe, of andere Amerikaanse helden van vlees en bloed.
Geef mij maar die rappe viervoeter, Seabiscuit, een kampioen tegen beter
weten in, de koning onder de little guys, iemand die niet zeurde maar
iemand die presteerde.
Tim Overdiek
Sitetips:
Bekijk fragmenten
uit de speelfilm Seabiscuit
Laura Hillenbrand
schreef het boek Seabiscuit
Originele
radio-verslagen van Seabiscuits races
Reageer!
|