|
Sport
radiocolumns De
Amerikaanse sportfan zou in slaap vallen bij het Studio Sport Journaal.
Spectaculaire actie op het veld behoeft even enthousiaste reactie van
de presentator.
Amerikanen zijn volkomen mesjogge van cijfertjes. Je kunt het zo gek
niet bedenken of het wordt in getallen uitgedrukt. Ook al zijn die getallen
volstrekt zinloos van betekenis. Neem bijvoorbeeld de fascinerende details
van deze column. 523 Woorden, de 72ste bijdrage al weer op zaterdagmiddag,
vandaag in de 6.046ste uitzending van Langs de Lijn.
Whatever.
Maar het wordt voor de Amerikaan pas interessant als een mijlpaal
is bereikt. En een van de toonaangevende sportuitzendingen in Amerika
is zover. SportsCenter, zeg maar het Studio Sport Journaal van de zender
ESPN, is morgen toe aan uitzending nummertje 25.000.
SportsCenter is veel en veel en veeeel meer dan het Studio Sport Journaal.
SportsCenter is het visuele paradijs voor elke Amerikaanse sportfan.
Om zes uur en om elf uur 's avonds, en eindeloos herhaald in de nachtelijke
uren. Een mythisch programma. Negen van de tien mannelijke sportfans
kun je 's morgens om vier uur wakker schudden, heel zachtjes het heilige
codewoord 'SportsCenter' in het slaperige smoelwerk fluisteren, en in
negen van de tien gevallen hoor je het volgend verdwaasd gemurmel:
De thema-muziek van SportsCenter.
Het is een magistraal programma, onovertroffen, hoewel het vaak is
geprobeerd. En ook elke keer faliekant is mislukt. SportsCenter staat
als een huis, al sinds die eerste uitzending op 7 oktober 1979. Drie
elementen: uitslagen, nieuws en hoogtepunten. Heel simpel, verplichte
kost voor elke sportfan.
Maar wat het zo extra bijzonder maakt, is de verbale aankleding. De
presentatoren zijn stuk voor stuk begiftigd met een rappe tong, met
creatief taalgebruik en zouden net zo makkelijk naast je op de bank,
of in het café kunnen zitten. Want dat is het geheim van een succesvolle
sportshow.
(Inderdaad, show, echte journalistiek is het natuurlijk niet, sport
in Amerika is op de eerste plaats entertainment.)
Lekker lullen over sport. En dus zeg je niet na een homerun: 'Dames
en heren, een homerun in de derde inning.' Nee, in SportsCenter kruip
je dan in de huid van de bal, en zeg je zoiets als: 'Leuk om je te zien.
Maar ik moet er vandoor. Gotta Go.'
Of als er iemand gaat scoren: 'Over het derde honk, op weg naar huis,
wat een charmant gezicht, die goed geklede man.'
Of bij balverlies: 'Duwen, duwen, duwen, duwen die bal. Geweldig duwen.'
Totale onzin natuurlijk. Maar… wel lachen. Want die presentatoren,
steevast mannen van in de dertig, zijn eigenlijk niet meer dan grote
kinderen. Jochies die al sinds hun elfde voor de spiegel oefenen voor
het moment dat ze voor een echte camera mogen plaatsnemen. Het enige
verschil met hun puberjaren? Een zwaardere stem, en een fikse dosis
sarcasme, want vooral zichzelf nemen ze niet serieus. En dat is de manier
om gezag af te dwingen bij de kijker.
Zo Amerikaans, en toch. Als ik laat op de avond inschakel, om even
te ontsnappen uit de dagelijkse realiteit van politiek, economie en
ander belangwekkend gebazel, dan krijg ik zowaar heimwee naar een Nederlandse
sportjournalist, die zo feilloos met SportsCenter zou kunnen meehuppelen.
Mart Smeets zeker, denk je. Nee. Jack van Gelder, neeee. Jan Cottaar,
Han Hollander. Ook niet. Nee, SportsCenter doet me verlangen naar Hugo
Walker. 'Komt dat schoooooooot!!!!'
Tim Overdiek
Sitetips: De jubileum-site van de 25.000ste SportsCenter Sportzender ESPN De Hugo Walker fan-page
|
|||
|
|
|||