|

Beltway
Politics
Overwinning Bush in 2004 nog lang niet zeker
31 december 2003
"Ik denk nog niet aan de verkiezingen",
sprak president Bush eind december. Zijn campagne-strategen doen dat wel,
en die kijken verlekkerd toe hoe Democraten vooral elkaar het leven zuur
maken. Pas in maart hoeft Bush zelf de strijdbijl op te graven.
Het is een misvatting om te veronderstellen dat George Bush naar een eenvoudige
herverkiezing banjert. Het land is even verdeeld als in november 2000,
toen uiteindelijk het Supreme Court besloot dat niet Al Gore maar de jonge,
onervaren Bush had gewonnen in de staat Florida, en die daarmee het Witte
Huis had veroverd.
Politieke polarisatie is na de oorlog andermaal aangewakkerd, en dat Bush
kwetsbaar is, blijkt in diverse peilingen. Een kleine minderheid (46 procent)
vindt niet dat de Republikein een tweede termijn verdient. Net zo veel
mensen vinden dat wel, en de resterende acht procent weet het simpelweg
nog niet.
Er is dus heel wat werk aan de winkel voor de man die op 11 september
2001 zijn politieke missie plots kraakhelder voor ogen zag. Dood en verderf
in New York, in Washington en in een veld in Pennsylvania gaven hem een
naar eigen zeggen 'goddelijke' opdracht: Zorg voor de veiligheid van Amerika.
Valkuil
Daarin ligt tevens de valkuil verborgen die hij op dinsdag 2 november
2004 hoopt te omzeilen. De oorlog in Afghanistan was gerechtvaardigd.
Maar de oorlog in Irak was in de ogen van steeds meer Amerikanen niet
rechtmatig, want massavernietiginswapens werden nimmer gevonden. De arrestatie
van Saddam is niet de ultieme vergoelijking.
Want wat als er tot diep in de zomer met morbide regelmaat Amerikaanse
militairen blijven sterven in Irak? Wat als het bevrijde land zich tegen
de Verenigde Staten gaat keren en chaos in Bagdad ook in Washington voelbaar
gaat worden? Dan heeft Bush het politieke probleem dat Democratische concurrenten
tot nu toe vergeefs aanzwengelen.
In het peloton met negen Democratische kandidaten is de oorlog in Irak
een dankbaar maar lastig thema. Want wat blijkt? Het is eenvoudig en voor
de hand liggend om Bush op zijn Irak-beleid aan te spreken, maar in de
praktijk bestoken de wannabe-presidents vooral elkaar waar het de afkeer
van de oorlog betreft. En da's niet constructief.
Maar logisch is het wel. Koploper Howard Dean roept te pas en te onpas
hoe zijn voornaamste belagers John Kerry, Joe Lieberman en Dick Gephardt
zich voor de oorlog hadden uitgesproken. Het gewraakte trio weerlegt die
kritiek door erop te wijzen dat Dean geen realistisch alternatief heeft.
Bush leunt intussen rustig achterover.
Oorlogsverklaringen
De oorlogsverklaringen in het Democratisch kamp zijn noodzakelijk om je
te onderscheiden nu de voorverkiezingen zo dichtbij zijn. In Iowa (19
januari) en in New Hampshire (27 januari) worden de eerste prijzen verdeeld.
Het is de verwachting dat Dean hier eenvoudig gaat winnen. Begin februari
wordt duidelijk wie hem kan volgen.
Weer een maand later, begin maart, is definitief bekend wie het als Democraat
mag opnemen tegen George Bush. Beiden ontvangen komende zomer op de partij-conventies
de officiele nominatie voordat de lange eindsprint naar november wordt
ingezet. Een aantal scenario's ligt voor de hand, die in het voordeel
lijken uit te pakken voor Bush.
Als de economie zich verder herstelt, hoeft Bush zich weinig zorgen te
maken. Als dat gebeurt in combinatie met een vreedzamer omwenteling in
Irak, dan hoeft hij slechts te waken voor domme uitglijders. Maar sputtert
de economie, en verliest Amerika de greep in Bagdad, dan komt de herverkiezing
in acuut gevaar.
Favoriet
In dat geval is alles afhankelijk van de opponent. Howard Dean mag dan
misschien de voorlopige favoriet zijn onder Democraten, als hij in peilingen
wordt geplaatst tegenover Bush, dan komt de voormalig gouverneur van de
liberale staat Vermont er uiterst bekaaid vanaf. Bush ontvangt dan 65
procent, en Dean maar 35 procent van de stemmen.
Kansloos dus als Democratische kandidaat, probeert concurrent en senator
John Kerry derhalve. Allemaal leuk en aardig, die Dean, maar hij is niet
degene die Bush uit het Witte Huis kan wippen. Kerry denkt dat wel te
kunnen, en is op basis van zijn politieke ervaring en statuur wellicht
het best gekwalificeerd. Maar populair is-ie niet.
Het maakt deze verkiezingen fascinerend zolang de eerste stemmen nog niet
zijn geteld. De cruciale vragen in de komende vragen: Wie geniet het vertrouwen
van de man in de straat? Wie krijgt de volmacht van de partij? Wie is
in staat het meeste geld te werven? En wie geldt als het meest effectieve
alternatief van de Republikein Bush?
Voorlopig is er nog niemand die alle vier vragen met een volmondig 'ik'
kan beantwoorden. Howard Dean begon een jaar geleden met een kansloos
geachte sprint uit de achterhoede, en ligt nu mijlenver voorop? Maar houdt
hij het ook vol? Wordt hij ingehaald door de rijkelijk laat begonnen generaal
Wesley Clarke?
Ik houd het op George Bush. Die stikt van het geld, beziet nu kalm het
Democratisch slagveld en kan straks -Italiaans verdedigend- een tandje
bijzetten. In onzekere tijden, met 11 september nog vers in het geheugen,
prefereert de kiezer uiteindelijk toch de behoudendheid en is er geen
waarlijk gegronde reden om Bush de laan uit te sturen.
Tim Overdiek
Reageer:
Standplaatswash@aol.com
|