De voormalige Tsjetsjeense president Zelimkan Jandarbijev is gedood
bij een aanslag op zijn auto in Doha, de hoofdstad van Qatar. Jandarbijev
(51) stapte in zijn auto na een bezoek aan een moskee. Zijn 13-jarige
zoon, die ook in het voertuig zat, is zwaargewond.
Het ministerie van Binnenlandse Zaken in Qatar heeft de dood van Jandarbijev
en twee van zijn reisgenoten bevestigd. Wie achter de aanslag zit,
is niet bekend.
Ballingschap
Jandarbijev verbleef al ruim drie jaar in ballingschap in Qatar. De
Verenigde Naties verdachten hem van banden met al-Qaeda, de terreurorganisatie
van Osama bin Laden. Interpol was sinds 2001 op zoek naar hem en Moskou
had Qatar om zijn uitlevering gevraagd.
Rusland betichtte de voormalige president van het werven van financiële
steun in de Arabische landen voor de strijd voor een onafhankelijk
Tsjetjenië. Jandarbijev zou ook betrokken zijn geweest bij de
gijzeling van bezoekers van een theater in Moskou in 2002. Die actie
leidde tot de dood van 129 gegijzelden en 41 Tjetsjeense terroristen.
"Niemand in Tsjetsjenië zal de dood van Jandarbijev betreuren",
aldus de Tsjetsjeense president Kadyrov, die zijn voorganger omschreef
als "de ideologische leider van de separatisten" en "een
terrorist".
Dichter
De in 1952 geboren Zelimkan Jandarbijev maakte na een carrière
als schrijver en dichter in 1990 de overstap na de politiek. Hij werd
toen vice-president onder de Tjetsjeeense verzetsleider Doedajev.
Nadat Doedajev in 1996 was omgekomen bij een Russische aanslag, volgde
Jandarbijev hem tijdelijk op als president van het toen de facto autonome
land.
In 1997 stelde Jandarbijev zich kandidaat voor de presidentsverkiezingen.
Hij verloor die van Aslan Maschadov. Jandarbijev vluchtte uit Tsjetsjenië
in 1999, kort nadat Russische militairen de republiek waren binnengevallen.
|