De historie van het Noord-Ierse conflict 24-11-2003
 

Oranjemannen: protestanten die trouw zijn aan de Britse vlag Protestanten versus katholieken, de unionisten versus republikeinen en geweld versus vrede: de Noord-Ierse samenleving is er één van diepgewortelde tegenstellingen. Eind november 2003 gingen de Noord-Ieren voor de tweede keer na ondertekening van het historische Goede-Vrijdagakkoord naar de stembus. Hieronder een beknopte beschrijving van de complexe Noord-Ierse geschiedenis.

1169 - 1800: kolonisatie Ierland
1800 - 1949: opsplitsing noord en zuid
1949 - 1994: verwijdering en toenadering
1994 - 1999: zelfbestuur Noord-Ierland
1999 - 2003: vallen en opstaan

1169 - 1800: kolonisatie Ierland
De wortel van het conflict tussen de voorstanders van één verenigd Ierland (republikeinen) en de Noord-Ieren die per se bij Groot-Brittannië willen blijven (unionisten) is terug te brengen tot 1169, wanneer de Britten voet op Ierse bodem zetten en het land proberen te koloniseren. In de eeuwen erna vergroot Engeland zijn invloed op het buureiland, wat hand in hand gaat met de vervolging van Ierse katholieken.

Met de Oranjemarsen herdenken 'Orangisten' de zegetocht in Ierland van Koning Willem III van OranjeIn 1690 verslaat de Nederlandse stadhouder Willem III, getrouwd met de Engelse kroonprinses Mary, de katholieke Jacobus II in de Slag aan de Boyne. Sinds die overwinning wordt het overwegend katholieke Ierland gedomineerd door protestanten.

Katholieken wordt het leven zuur gemaakt, met wetten die hen uitsluiten van publieke functies en hun recht op onderwijs beperken. Hoewel die wetten in de loop der tijd hun scherpe kantjes verliezen, blijft de haat tussen katholieken en protestanten bestaan. Met de Act of Union van 1800 wordt Ierland officieel onderdeel van het Verenigd Koninkrijk.
Terug naar boven

1800 - 1949: opsplitsing noord en zuid
In de volgende eeuw ontstaan diverse partijen die zich hard maken voor een onafhankelijk Ierland. Tijdens de Eerste Wereldoorlog, in 1916, bestormen Ierse nationalisten in de paasweek belangrijke publieke gebouwen in het centrum van Dublin en roepen de Ierse Republiek uit; de Paasopstand. Dit mislukt en de meeste leiders worden geëxecuteerd.

Oranjemars in PortadownDe actie brengt wel een hoop sympathie teweeg voor de zojuist opgerichte Ierse republikeinse partij Sinn Fein. Die populariteit krijgt zijn weerslag in de uitslag van de verkiezingen van 1918: Sinn Fein wint 73 zetels tegenover 31 zetels voor de unionisten.

Londen is niet zonder meer bereid de overheersing van Ierland op te geven en er volgt een bloedige onafhankelijkheidsoorlog, die eindigt in de opsplitsing tussen het noordelijk en zuidelijk deel in 1920. In december 1921 ondertekenen Sinn Fein en Groot-Brittannië het Brits-Iers verdrag, waarin de onafhankelijkheid van de Irish Free State wordt beklonken, ook wel de Ierse Republiek. Noord-Ierland, bestaande uit zes graafschappen in het noorden waar de bevolking overwegend protestants is, blijft op uitdrukkelijk verzoek van de bevolking onderdeel van het Verenigd Koninkrijk.

Ierse Republikeinen kunnen de opsplitsing echter niet verkroppen en besluiten indien nodig met geweld te strijden voor één onafhankelijk Ierland. Het Iers Republikeins Leger, de IRA, start gewelddadige acties tegen het verdrag van 1921. In 1936 wordt de IRA illegaal verklaard, maar het leger gaat ondergronds door met zijn acties.
Terug naar boven

1949 - 1994: verwijdering en toenadering
Na de oprichting van de Ierse Republiek in 1949 volgt een periode van relatieve rust. Dit verandert in 1968 wanneer de Noord-Ierse katholieken een grote demonstratie organiseren tegen discriminatie op het gebied van politieke en burgerrechten, huisvesting en werkgelegenheid. De overwegend protestantse politie slaat de actie met harde hand neer, wat in het verkeerde keelgat schiet bij de katholieken.

Het is het startschot voor dertig jaar van problemen, die in Noord-Ierland de Troubles wordt genoemd. Paramilitaire organisaties bestrijden elkaar met geweld. Het Britse leger, dat de situatie moet beheersen, wordt het mikpunt van republikeinse aanslagen. In deze periode komen 3600 mensen om het leven.

In 1972 komt het tot een bloedbad in het Noord-Ierse Londonderry. Britse soldaten openen het vuur op katholieke demonstranten, veertien mensen worden gedood. Deze dag, die de geschiedenis ingaat als Bloody Sunday, is voor Groot-Brittannië reden haar greep op Noord-Ierland verder te verstevigen. Meer Britse soldaten betekent nog meer republikeins geweld.

Na jaren van bloedige IRA-aanslagen, waarbij ook Engeland niet wordt gespaard, en sektarisch geweld tussen republikeinen en unionisten, zoekt Londen begin jaren negentig meer toenadering tot de Noord-Ierse republikeinen. Dit resulteert in de Downing Street Declaration van 1993, waarin Sinn Fein (de politieke tak van de IRA) en de radicale unionisten worden uitgenodigd mee te praten over de toekomst van Noord-Ierland, mits beide partijen afzien van geweld.

De goodwill ten opzichte van Sinn Fein komt in 1994 tot een hoogtepunt als de VS een visum verleent aan Sinn Fein-leider Gerry Adams. In antwoord daarop belooft de IRA al zijn wapens neer te leggen. Voor het eerst in 22 jaar spreken Sinn Fein en Groot-Brittannië weer met elkaar.
Terug naar boven

1994 - 1999: zelfbestuur Noord-Ierland
De IRA tekent in 1994 een staakt-het-vuren. Dat wordt kort onderbroken, maar vanaf 1995 is het relatief rustig in Noord-Ierland - met uitzondering van de bloedige aanslag in Omagh in augustus 1998. Diplomatiek overleg komt op gang en de hoofdrolspelers in het Noord-Ierse conflict bereiken een akkoord dat een einde moet maken aan het geweld en zelfbestuur regelt.

In 1998 wordt dit vredesakkoord van Goede Vrijdag getekend. Noord-Ierland blijft onderdeel van het Verenigd Koninkrijk, maar zal niet meer direct vanuit Londen worden bestuurd. Ook worden er afspraken gemaakt over ontwapening van paramilitaire groepen en het vrijlaten van gevangenen. Het Britse leger zal zich terugtrekken uit Noord-Ierland en er worden aanbevelingen gedaan voor hervorming van het voornamelijk protestantse Noord-Ierse politiekorps.

Op 25 juni 1998 gaat Noord-Ierland naar de stembus en vanaf 1 december 1999 wordt Noord-Ierland bestuurd door een zelfstandige regering onder leiding van de protestantse David Trimble (UUP). Voor het eerst heeft ook Sinn Fein in Noord-Ierland politieke macht.
Terug naar boven

1999 - 2003: vallen en opstaan
Maar al gauw blijkt dat het wantrouwen tussen de verschillende politieke partijen nog altijd groot is. De ontwapening van de IRA is daarvan het middelpunt. De republikeinse paramilitairen geven maar weinig inzicht in het wapenarsenaal, waardoor de ontwapening oncontroleerbaar wordt. De moeizame hervorming van het politiecorps en de langzame terugtocht van het Britse leger geven de republikeinen het gevoel dat zij actief moeten blijven om de katholieke burgers te beschermen. Uitoefening van het akkoord van Goede Vrijdag blijkt een proces van vallen en opstaan.

In februari 2000, na twee maanden zelfbestuur, neemt Londen de macht weer over. De unionisten zien nauwelijks vorderingen in het ontwapeningsproces van de republikeinen. De IRA zegt toe de wapens op te slaan op geheime locaties, zodat er inspecties kunnen plaatsvinden. Eind mei 2000 krijgt het parlement zijn bevoegdheden terug.

De ontwapeningskwestie verlamt het parlement opnieuw in 2001. Trimble legt zijn ambt neer, omdat hij weigert langer samen te werken met een partij (Sinn Fein), die haar gewapende achterban niet onder controle heeft. Zijn taken worden waargenomen door partijgenoot Reg Empy. Om de zaak te redden schort Londen voor een periode van 24 uur het zelfbestuur op. Nadat een deel van het Britse leger heeft beloofd zich terug te trekken uit Noord-Ierland, levert de IRA een deel van de wapens in. In november keert Trimble terug als premier van Noord-Ierland.

Maar de vrede blijkt opnieuw van korte duur. Londen schort het zelfbestuur van Noord-Ierland voor de derde keer op in oktober 2002, nadat bij huiszoekingen in de kantoren van Sinn Fein regeringsdocumenten zijn gevonden. De unionisten beweren dat de geheime documenten door een spion zullen worden doorgegeven aan de IRA.

In oktober 2003 hopen Londen en Dublin de partijen weer nader tot elkaar te brengen met een nieuw verdrag over ontwapening. Dit akkoord, waarin het herstel van het zelfbestuur wordt geregeld, en verkiezingen moeten het vastgelopen vredesproces nieuw leven inblazen. Het komt echter niet tot ondertekening van de overeenkomst. Het wantrouwen onder de unionisten over de ontwapening van de IRA blijft te groot. De geplande verkiezingen gaan wel door. Op 26 november 2003 ging Noord-Ierland voor de tweede na ondertekening van het Goede-Vrijdagakkoord naar de stembus.

Ian Paisley leider van de radicale unionistische partij DUPDe bevolking koos voor een harde lijn. De twee meest radicale partijen kwamen als winnaar uit de bus. De unionistische partij DUP onder leiding van Ian Paisley klom met tien zetels naar een totaal van dertig en wordt daarmee de grootste partij in het Noord-Ierse parlement. De politieke tak van de IRA, de nationalistische Sinn Fein onder leiding van Gerry Adams, won zes zetels en mag nu met 24 vertegenwoordigers plaatsnemen in Stormont.

De DUP heeft altijd geweigerd om samen te werken met de nationalisten en wil een aantal afspraken in het Goede-Vrijdagakkoord wijzigen. Sinn Fein wil vasthouden aan het akkoord. Londen en Dublin zullen alles op alles zetten om de hoofdlijnen overeind te houden, maar de afspraken zullen onder druk van de DUP waarschijnlijk wel ter discussie worden gesteld. Zeker is dat de uitslag van de verkiezingen weinig hoop biedt voor het doorbreken van de impasse waarin het Noord-Ierse zelfbestuur sinds de oprichting verkeert.
Terug naar boven


Hoofdpunten pagina
Overzicht buitenlands nieuws

De historie van het Noord-Ierse conflict

Noord-Ierland van A t/m Z