|
Kernwapens
Al-Qaeda
Regime Change
"Iran doet verwoede pogingen om massavernietigingswapens te verkrijgen
en exporteert terreur, terwijl een kleine, niet democratisch gekozen
groep de hoop van het Iraanse volk op vrijheid onderdrukt. (..)
Staten als deze en hun terroristische bondgenoten vormen een as
van het kwaad, die zich bewapent om de wereldvrede te bedreigen."
- President Bush (State of the Union, 29 januari 2002)
President
Bush liet er enkele maanden na de aanslagen van 11 september 2001
geen misverstand over bestaan. In zijn State of the Union van 29
januari 2001 gunde hij Iran de twijfelachtige eer deel uit te maken
van de As van het Kwaad, de groep landen die volgens Washington
massavernietigingswapens probeert te bemachtigen en de wereldvrede
bedreigen.
Daarmee begon een nieuw hoofdstuk in de relatie tussen de VS en
de Islamitische Republiek. Die is sinds de machtswisseling in 1979
en de gijzeling van de Amerikaanse ambassade altijd gespannen geweest
en de VS handhaaft sinds begin jaren tachtig economische sancties
tegen Iran.
De oorlogszuchtige taal uit Washington deed velen vrezen voor een
herhaling van het Irak-scenario. Sinds dit najaar lijkt de kou echter
weer uit de lucht. Dat heeft ongetwijfeld te maken met de weinig
voorspoedige gang van zaken in Irak, die een preventieve aanval
op Iran niet waarschijnlijk maakt. Maar belangrijker is dat Iran
eind november akkoord ging met de voorwaarden van het internationale
atoomagentschap IAEA, dat daardoor extra inspecties in het land
mag uitvoeren.
In een unaniem aangenomen resolutie van de IAEA werden de nucleaire
activiteiten van Iran weliswaar veroordeeld, maar de kwestie werd
niet doorgeluisd naar de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties,
die sancties tegen Iran had kunnen treffen.
Kernwapens
De verdenking van een kernwapenprogramma was de belangrijkste
reden voor Bush om Iran in te delen bij 'de As'. Toen Teheran in
juli vorig jaar een verdrag sloot met Rusland voor de bouw van twee
kerncentrales in Bushehr, was dat dan ook olie op het vuur voor
de neo-conservatieven in het Witte Huis.
Wat
het Internationaal Atoomagentschap, het IAEA, ook zorgen baarde,
was de bouw van een fabriek voor de verrijking van uranium in Natanz.
Voor een kerncentrale is maar heel weinig verrijkt uranium nodig,
de meeste landen importeren het van de paar opwerkingsfabrieken
die er in de wereld zijn. Iran koopt het nu in Rusland.
Met een eigen fabriek voor de verrijking van uranium zou Iran in
theorie een atoombom kunnen maken. Twintig kilo uranium 235 is daarvoor
genoeg. Verder bouwde Iran in Arak aan een fabriek voor de productie
van zwaar water, dat nauwelijks vreedzame toepassingen kent.
Iran heeft zelf steeds volgehouden dat de nucleaire installaties
alleen voor de elektriciteitsvoorziening zijn bedoeld. Het IAEA
nam daar echter geen genoegen mee en eiste meer inzicht in de nucleaire
aspiraties van het land.
Iran moest daarvoor een extra protocol tekenen, een aanvulling op
het non-proliferatieverdrag dat de verspreiding van kernwapens moet
tegengaan. Het aanvullende protocol geeft het IAEA het recht onaangekondigde
inspecties uit te voeren.
Aanvankelijk
was er in Iran veel verzet tegen het protocol. Het land vreesde
een Iraaks scenario met zeer intensieve inspecties. Het IAEA stelde
echter een ultimatum: Iran moest voor 31 oktober tekenen, anders
ging de zaak naar de VN-Veiligheidsraad die sancties tegen Teheran
kan treffen.
De spanning liep even op, maar op 21 oktober kreeg het atoomagentschap
toch zijn zin. Na bemiddeling door de Britse, Franse en Duitse ministers
van Buitenlandse Zaken zegde de regering in Teheran toe alsnog het
aanvullende protocol te tekenen. Ook beloofde het land voorlopig
met de productie van verrijkt uranium te stoppen.
In ruil zegden de Europese delegaties Iran toegang tot moderne technologieën
op verschillende gebieden toe als alle twijfels over het Iraanse
nucleaire programma zouden zijn weggenomen. Rusland heeft beloofd
Iran te blijven helpen met het kernprogramma van het land.
Enkele weken later maakte het IAEA bekend geen bewijzen te hebben
gevonden voor een kernwapenprogramma, maar dat Teheran zich wel
heeft ingelaten met activiteiten die met atoomwapens worden geassocieerd
zoals de productie van plutonium en verrijkt uranium.
In de uiteindelijke resolutie veroordeelde het IAEA Iran voor zijn
nucleaire programma, maar besloot het de kwestie niet door te spelen
naar de Veiligheidsraad.
Zowel in de VS als in Teheran werd positief gereageerd op het besluit.
De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell was
tevreden met de veroordeling, het Iraanse ministerie van Buitenlandse
Zaken zag in de resolutie het bewijs dat het land niet aan een kernwapenprogramma
werkt.
Terug naar boven
Al-Qaeda
Een tweede grief van de Amerikanen is daarmee niet weggenomen: de
Iraanse steun voor terroristische groeperingen. De republiek wordt
er al heel lang van verdacht banden te onderhouden met anti-Israëlische
organisaties als Hezbollah, Hamas en de Islamitische Jihad.
Na een serie aantijgingen vanuit de VS gaf de regering in Teheran
onlangs ook toe enkele leden van al-Qaeda vast te houden.
Sommige hardliners in de VS menen echter dat zich in het bergachtige,
grotendeels ongecontroleerde zuid-oosten van Iran veel meer leden
van al-Qaeda en de uit Afghanistan verdreven Taliban bevinden. In
sommige gevallen worden die vervolgd, soms worden ze genegeerd en
soms wordt er zelfs mee samengewerkt, stelt de Amerikaanse Iran-kenner
Patrick Clawson, werkzaam voor het Washington Institute for Near
East Policy. Sommige Amerikaanse autoriteiten denken dat de zelfmoordaanslagen
in Saudi-Arabië in mei vanuit Iran zijn voorbereid.
Maar veel anderen, zoals George Perkovich, zijn daar minder
van overtuigd. Perkovich is lid van een andere invloedrijke Amerikaanse
denktank. "Iran heeft de afgelopen jaren intensief geprobeerd de
relatie met Saudi-Arabië te verbeteren. Al-Qaeda is een gezworen
vijand van Iran. En Talibanstrijders hebben Iraanse diplomaten vermoord.
Het idee dat een land met zijn gezworen vijand in zee zou gaan en
een land aan zou vallen waarmee het de relatie wil verbeteren, is
onzinnig. Ik heb er ook geen bewijs voor gezien."
Ook de pro-Iraanse Hezbollah in Libanon houdt zich sinds de oorlog
in Irak opvallend rustig. Mogelijk is de beweging, die sinds 1982
regelmatig aanvallen uitvoerde op het noorden van Israël, extra
voorzichtig onder druk van Iran en Syrië. Die willen geen terroristische
acties waarvoor zij verantwoordelijk gehouden kunnen worden.
In buurland Irak speelt Iran een dubbele rol. Aan de ene kant werkt
het vanuit Teheran opererende sjiitische SCIRI mee met de Amerikanen
in het zuiden van Irak, anderzijds verspreidt het Iraanse propaganda-apparaat
via televisie-uitzendingen in Irak de boodschap dat Amerikanen ongevoelig
zijn voor de islam.
Terug naar boven
Regime
change
De vermoede nucleaire aspiraties van Iran waren tot de ondertekening
van het aanvullende IAEA-protocol het belangrijkste, maar niet het
enige wat de VS dwars zat. De Amerikanen willen nog steeds meer
democratie, meer vrijheid voor het Iraanse volk en een meer pro-westerse
regering.
De neo-conservatieven die het sinds 11 september 2001 grote invloed
hadden op het beleid in het Witte Huis gokken om dat te bereiken
op 'regime change', zoals in Afghanistan en Irak. Liefst zien ze
dat gebeuren van binnenuit door een volksopstand, maar als het moet
sluiten ze gewapenderhand ingrijpen niet uit.
Hoewel veel jonge Iraniërs ontevreden zijn en studenten in juni
en juli massaal de straat opgingen, lijkt het onwaarschijnlijk dat
het huidige regime op korte termijn wordt verdreven.
Maar gewapend ingrijpen door de VS, zoals in Irak, is ook niet erg
waarschijnlijk. De neo-conservatieven lijken wat aan invloed te
verliezen nu de operatie in Irak niet zo soepel loopt als de Amerikanen
hadden gehoopt. Washington kiest in het geval van Iran vooralsnog
voor diplomatie, net als in de nucleaire crisis met Noord-Korea.
Lee Hamilton, een invloedrijk voormalig congreslid voor de Democraten,
maande de regering Bush in dialoog te blijven met de machthebbers
in Teheran over kwesties als de routekaart voor vrede in Israël,
de mensenrechten in Iran en de strijd tegen het internationale terrorisme.
"Dat zou heel omzichtig moeten gebeuren. Waarschijnlijk zullen
er voorwaarden gesteld moeten worden", aldus Hamilton. "Maar
ik denk dat het op de lange termijn wat hoop kan geven op een betere
verstandhouding. We zouden zeker niet alle kaarten op een wisseling
van het regime moeten zetten."
Terug naar boven
|