De discussie over de WAO zou de indruk
kunnen wekken dat de regeling sinds de invoering in 1967 nooit is
veranderd. Dat is beslist niet het geval. De WAO is al lang niet meer
de luxueuze regeling van dertig jaar geleden. Wie anno 2002 arbeidsongeschikt
wordt, moet rekening houden met een aanzienlijke inkomensachteruitgang.
Hoe ziet de huidige WAO-regeling eruit?
Een
werknemer die ziek wordt, wordt in principe na acht maanden gekeurd
voor de WAO. In principe, want door de 'wachttijden' bij de keuringen
wordt dit lang niet altijd gehaald. Wie voor minstens 15 procent arbeidsongeschikt
wordt verklaard, heeft een jaar na de ziekmelding recht op een WAO-uitkering.
Na dat jaar volgt een herkeuring, en vervolgens na elke vijf jaar.
Keuringsarts
Alleen wie echt niet meer kan werken, krijgt een volledige uitkering.
De keuringsarts bepaalt wat voor werk de zieke werknemer nog kan doen.
Daarbij wordt niet gekeken naar het vroegere beroep of het opleidingsniveau.
De zieke werknemer heeft recht op een uitkering als het verschil tussen
het laatst verdiende loon en het loon dat theoretisch nog verdiend
kan worden met de handicap, minstens 15 procent is.
De
hoogte van de uitkering is afhankelijk van de mate van arbeidsongeschiktheid
en het laatst verdiende loon. Wie tussen de 80 en 100 procent arbeidsongeschikt
is, heeft recht op 70 procent van het laatst verdiende loon. Wie 50
procent arbeidsongeschikt is, krijgt 35 procent van het laatst verdiende
loon. En wie voor 20 procent arbeidsongeschikt is verklaard, krijgt
14 procent van het laatst verdiende loon. Voor het overige valt de
gedeeltelijk arbeidsongeschikte onder andere sociale zekerheidswetten,
zoals de WW en de bijstand.
Loondervingsuitkering en vervolguitkering
De boven beschreven 'loondervingsuitkering' is voor de meeste WAO'ers
tijdelijk, want de WAO bestaat uit twee fasen. Alleen wie ouder is
dan 58 jaar als hij in de WAO belandt, houdt tot zijn pensioen recht
op een loondervingsuitkering. De anderen krijgen na kortere of langere
tijd een vervolguitkering. De duur van de loondervingsuitkering hangt
af van de leeftijd op het moment dat de eerste WAO-uitkering toegekend
wordt. Wie dan 58 jaar is, heeft er zes jaar recht op. WAO'ers van
32 jaar of jonger krijgen helemaal geen loondervingsuitkering. De
rest zit er tussenin.
De
hoogte van de vervolguitkering is ook afhankelijk van de leeftijd.
De WAO'er krijgt het minimloon plus een aanvulling. Voor elk jaar
dat hij ouder was dan 15 jaar toen de uitkering werd toegekend, ontvangt
hij twee procent van het verschil tussen het vroegere loon en het
minimumloon.
Bij dit alles moet bedacht worden dat het gaat om wettelijke minima.
Veel bedrijven hebben hun werknemers bijverzekerd, waardoor (een deel
van) het 'WAO-gat' - het verschil ten opzichte van ruimere WAO-regeling
die tot 1994 gold - is gedicht. |
|
|