|
De
bevindingen van de commissie-Donner werden in het voorjaar van 2001
met toenemende spanning tegemoet gezien. De installatie van de commissie
verliep betrekkelijk geruisloos, maar in de weken voor de publicatie
van 'Donner' voerden de media de spanning hoog op. Het leek alsof
Donner het verlossende woord moest spreken in de ineens weer als
uiterst acuut ervaren problematiek.
Op
30 mei 2001 is het dan zover. Net als Buurmeijer acht jaar eerder,
adviseert Donner de WAO te beperken tot volledig arbeidsongeschikten.
Als snel duidelijk is dat de werknemer volledig arbeidsongeschikt
is geworden en herstel niet meer te verwachten is, dan moet hij
ook snel kunnen doorstromen naar de WAO. De keuring zou dan al na
drie maanden kunnen volgen. Afgekeurde werknemers hoeven niet herkeurd
te worden.
De WAO-uitkering zou moeten worden verhoogd en het extra inkomensverlies
waarmee WAO'ers nu na verloop van tijd worden geconfronteerd, zou
moeten vervallen. Er is voor deze mensen immers geen financiële
prikkel meer nodig om ze weer aan het werk te krijgen.
Reïntegratie
Bij gedeeltelijk arbeidsongeschikten moeten volgens Donner alle
inspanningen worden gericht op reïntegratie in het arbeidsproces.
Om dat te bereiken stelt Donner een groot aantal verplichtingen
voor, voor zowel de zieke werknemer als zijn werkgever. "Stilzitten
geeft geen rechten meer", zo stelde het rapport streng.
De werkgever moet contact onderhouden met de zieke werknemer, behandeling
en training regelen, actief zoeken naar ander werk of aanpassing
van taken, en zorgen voor deskundige ondersteuning. Die verplichtingen
moeten van Donner bovendien niet gelden voor een jaar (de huidige
ziekteperiode), maar voor twee jaar. Als de werkgever in gebreke
blijft, moet hij ook na die twee jaar het loon doorbetalen.
Ook de werknemer mag van Donner niet passief blijven. Hij moet actief
meewerken bij het zoeken naar een oplossing. Hij moet de werkgever
de nodige informatie geven over zijn verzuim en werken aan een effectieve
behandeling van zijn klachten. Een redelijk aanbod voor een andere
functie mag hij niet weigeren, ook niet als hij er minder door gaat
verdienen. Een inkomen van minder dan 70 procent van het oorspronkelijke
salaris, mag de zieke werknemer wel weigeren. Wanneer de werknemer
bij een andere werkgever een baan aanvaardt met een loon dat lager
ligt dan 70 procent, moet de oude werkgever een aantal jaren een
deel van het verschil bijbetalen. Als de werknemer niet meewerkt,
kan hij worden ontslagen en verspeelt hij het recht op een WW-uitkering.
Speciale bijstandsuitkering
Donner stelt voor na twee jaar de ziekteperiode te beëindigen.
Wanneer dan ondanks alle inspanningen van beide partijen nog geen
geschikt werk is gevonden, kan ontslag volgen. De zieke werknemer
krijgt dan een speciale bijstandsuitkering, waarbij hij opgespaarde
gelden en rechten niet hoeft 'op te eten'. Donner merkt hierbij
op dat de betrokkenen in de meeste gevallen niet slechter af zouden
zijn dan onder de huidige regeling.
Donner stelt verder voor de nieuwe regeling niet te laten gelden
voor de 'oude gevallen'. De huidige gedeeltelijk arbeidsongeschikten
moeten hun rechten houden. Verder meent Donner dat de Pemba-heffing
moet verdwijnen. Deze strafheffing voor werkgevers die personeel
in de WAO laten belanden, is immers een sanctie achteraf, terwijl
het hele beleid gericht moet zijn op preventie. Wel zouden werkgevers
die het goed doen, kunnen worden beloond met een lagere WAO-premie.
Wanneer al deze maatregelen worden uitgevoerd, zou volgens Donner
het aantal WAO'ers geleidelijk dalen tot 600.000. Als er niets verandert,
zou het aantal WAO'ers op korte termijn stijgen tot boven het miljoen.
Haast is dus geboden.
|