Hoofdpunten van het rapport-Donner 08-03-2002
 

De bevindingen van de commissie-Donner werden in het voorjaar van 2001 met toenemende spanning tegemoet gezien. De installatie van de commissie verliep betrekkelijk geruisloos, maar in de weken voor de publicatie van 'Donner' voerden de media de spanning hoog op. Het leek alsof Donner het verlossende woord moest spreken in de ineens weer als uiterst acuut ervaren problematiek.

DonnerOp 30 mei 2001 is het dan zover. Net als Buurmeijer acht jaar eerder, adviseert Donner de WAO te beperken tot volledig arbeidsongeschikten. Als snel duidelijk is dat de werknemer volledig arbeidsongeschikt is geworden en herstel niet meer te verwachten is, dan moet hij ook snel kunnen doorstromen naar de WAO. De keuring zou dan al na drie maanden kunnen volgen. Afgekeurde werknemers hoeven niet herkeurd te worden.

De WAO-uitkering zou moeten worden verhoogd en het extra inkomensverlies waarmee WAO'ers nu na verloop van tijd worden geconfronteerd, zou moeten vervallen. Er is voor deze mensen immers geen financiële prikkel meer nodig om ze weer aan het werk te krijgen.

Reïntegratie
Bij gedeeltelijk arbeidsongeschikten moeten volgens Donner alle inspanningen worden gericht op reïntegratie in het arbeidsproces. Om dat te bereiken stelt Donner een groot aantal verplichtingen voor, voor zowel de zieke werknemer als zijn werkgever. "Stilzitten geeft geen rechten meer", zo stelde het rapport streng.

De werkgever moet contact onderhouden met de zieke werknemer, behandeling en training regelen, actief zoeken naar ander werk of aanpassing van taken, en zorgen voor deskundige ondersteuning. Die verplichtingen moeten van Donner bovendien niet gelden voor een jaar (de huidige ziekteperiode), maar voor twee jaar. Als de werkgever in gebreke blijft, moet hij ook na die twee jaar het loon doorbetalen.

Ook de werknemer mag van Donner niet passief blijven. Hij moet actief meewerken bij het zoeken naar een oplossing. Hij moet de werkgever de nodige informatie geven over zijn verzuim en werken aan een effectieve behandeling van zijn klachten. Een redelijk aanbod voor een andere functie mag hij niet weigeren, ook niet als hij er minder door gaat verdienen. Een inkomen van minder dan 70 procent van het oorspronkelijke salaris, mag de zieke werknemer wel weigeren. Wanneer de werknemer bij een andere werkgever een baan aanvaardt met een loon dat lager ligt dan 70 procent, moet de oude werkgever een aantal jaren een deel van het verschil bijbetalen. Als de werknemer niet meewerkt, kan hij worden ontslagen en verspeelt hij het recht op een WW-uitkering.

Speciale bijstandsuitkering
Donner stelt voor na twee jaar de ziekteperiode te beëindigen. Wanneer dan ondanks alle inspanningen van beide partijen nog geen geschikt werk is gevonden, kan ontslag volgen. De zieke werknemer krijgt dan een speciale bijstandsuitkering, waarbij hij opgespaarde gelden en rechten niet hoeft 'op te eten'. Donner merkt hierbij op dat de betrokkenen in de meeste gevallen niet slechter af zouden zijn dan onder de huidige regeling.

Donner stelt verder voor de nieuwe regeling niet te laten gelden voor de 'oude gevallen'. De huidige gedeeltelijk arbeidsongeschikten moeten hun rechten houden. Verder meent Donner dat de Pemba-heffing moet verdwijnen. Deze strafheffing voor werkgevers die personeel in de WAO laten belanden, is immers een sanctie achteraf, terwijl het hele beleid gericht moet zijn op preventie. Wel zouden werkgevers die het goed doen, kunnen worden beloond met een lagere WAO-premie.

Wanneer al deze maatregelen worden uitgevoerd, zou volgens Donner het aantal WAO'ers geleidelijk dalen tot 600.000. Als er niets verandert, zou het aantal WAO'ers op korte termijn stijgen tot boven het miljoen. Haast is dus geboden.



Inhoud dossier WAO


Nieuwsoverzicht

De huidige WAO-regeling

De hoofdrolspelers rond het WAO-vraagstuk

Hoofdpunten van het rapport-Donner

Hoofdpunten van
het SER-advies


Het oordeel van het CPB

Chronologie
Ontstaansgeschiedenis
Het bami-akkoord
Voortdurende onrust


Site tips