|
Veel
eerder dan aanvankelijk de bedoeling was, dragen de Amerikanen volgend
jaar juni de macht in Irak over aan de Iraakse bevolking. Dat betekent
overigens niet dat de Amerikanen ook hun troepen terughalen uit
Irak. "We trekken ons niet terug voordat het karwei is geklaard.
Punt!", aldus een vastberaden president Bush.
Bush
doelde daarmee op de voortdurende onveiligheid in Irak, die de wederopbouw
van het land ernstig bemoeilijkt. Half november viel in het land
het vierhonderdste Amerikaanse slachtoffer sinds het begin van de
oorlog, op 20 maart. De Amerikanen zijn nu dagelijks gemiddeld zo'n
30 tot 35 keer het doelwit van aanslagen en aanvallen.
Wie er achter het geweld zit, is onduidelijk. De Amerikanen houden
het op voormalige leden van het regime en buitenlandse terroristen,
die misbruik maken van de anarchie en het machtsvacuüm in het
land. Het geweld richt zich niet alleen op de Amerikanen, maar ook
op hun bondgenoten.
Zo kwamen 12 november negentien Italianen om het leven bij een aanslag
op hun hoofdkwartier in Nasriye, in het tot dan toe rustige zuiden
van Irak. Niet ver daarvandaan zijn ook de Nederlandse militairen
gelegerd. Ook hulporganisaties als het Rode Kruis en de Verenigde
Naties en gematigde religieuze leiders zijn niet meer veilig. Triest
dieptepunt was de aanslag op 19 augustus op het VN-hoofdkwartier
in Bagdad, waarbij VN-gezant Vieiro de Mello om het leven kwam.
Spagaat
Het geweld dwingt de Amerikanen in een lastige spagaat: enerzijds
moeten ze met harde vuist optreden tegen hun ongrijpbare vijanden,
anderzijds moeten ze het land zo snel mogelijk opbouwen. Al was
het maar om te bewijzen dat democratie en kapitalisme in het Midden-Oosten
wel degelijk levensvatbaar zijn, en dus, met terugwerkende kracht,
de oorlog tegen Saddam Hussein legitiem.
Na
spoedberaad begin november met Paul Bremer, de Amerikaanse 'proconsul'
in Irak, wist president Bush het zeker. Het roer in Irak moest om.
De nieuwe leus was 'Irakificering': het zo snel mogelijk overdragen
van de politieke verantwoordelijkheid over Irak aan de Irakezen.
Aanvankelijk zou dit pas gebeuren na een nieuwe grondwet en na verkiezingen.
Maar de verdeeldheid in de in juli door de VS benoemde Voorlopige
Regeringsraad, die die grondwet moest opstellen, maakte dat een
onhaalbare optie. De leden van die raad verdoen hun tijd liever
met eindeloos gesoebat over competenties.
De oplossing die nu gekozen is, keert de volgorde om. Eerst komt
er een soevereine Iraakse regering, en pas daarna een grondwet en
verkiezingen. De overgangsregering gaat, als alles goed gaat, op
30 juni aan de slag. Ze zal worden samengesteld na consultaties
met stamoudsten, religieuze leiders en andere belangrijke figuren
en werken op basis van een tijdelijke grondwet, die wordt geschreven
door de Amerikanen.
Uitgangspunt van die basiswet zijn "Amerikaanse waarden",
zoals vrijheid van meningsuiting en vereniging en onafhankelijke
rechtsspraak. De nieuwe interimregering moet in de loop van de 2005
een definitieve grondwet opstellen. Pas daarna, maar uiterlijk eind
2005, worden er verkiezingen gehouden.
Verkiezingen
De machtsoverdracht betekent niet dat Amerika volgend jaar
ook al zijn militairen terugtrekt. Wel komt er volgens Bremer een
eind aan de Amerikaanse 'bezetting'. Die zal worden omgezet in,
wat hij noemt, "een geïnviteerde presentie". Ook
Bush heeft herhaaldelijk gezegd dat de VS zolang in Irak blijft
als nodig is.
Waarnemers in de VS hebben zo hun twijfels over dat Amerikaanse
commitment. Zij denken dat Bush, met het oog op de presidentsverkiezingen,
eind volgend jaar, op zoek is naar een exit-strategie. Nu
Amerika nog niet volledig is weggezakt in het Iraakse moeras, kan
hij zich nog met goed fatsoen terugtrekken.
De Amerikanen proberen dan ook in allerijl om Iraakse militairen
en politie-agenten op te leiden die het toezicht op de veiligheid
van hen moeten overnemen. Ook doet Washington nog altijd pogingen
om andere landen te bewegen militairen naar Irak te sturen.
Een aantal landen, waaronder Nederland, heeft dat ook gedaan, maar
de toenemende onveiligheid in Irak maakt andere landen, waaronder
Japan, huiverig. Duitsland en Frankrijk, felle tegenstanders van
de oorlog in Irak, hebben laten weten dat van hen niets hoeft te
worden verwacht, zolang de Amerikanen het laatste woord hebben in
Irak. Het VN-mandaat voor de internationale troepenmacht in Irak,
en de versnelde machtsoverdracht, zullen hen waarschijnlijk niet
vermurwen.
Bush zelf ontkent dat hij op het punt staat om Irak om electorale
redenen te laten vallen. Een exit-strategie doet ook geen
recht aan de ambitie van de neo-conservatieven in Washington om
van Irak een baken te maken van democratie en liberalisme in het
Midden-Oosten.
|