|
Denen vinden verdachte granaten in Irak
|
10-01-2004
|
Verslag
NOS-Journaal over vondst granaten
Reacties
in Irak op krijgsgevangenenstatus Saddam
Deense militairen hebben in Zuid-Irak
36 mortiergranaten gevonden, die mogelijk een chemische lading hebben.
Het zou gaan om een dodelijk gifgas dat grote blaren veroorzaakt op
de huid en in de longen en luchtwegen. De wapens hebben ten minste
tien jaar onder de grond gelegen.
Het
Deense leger meldt dat de mortiergranaten, die in de buurt van Basra
zijn gevonden, nader worden onderzocht. Voorlopig onderzoek zou echter
uitwijzen dat ze gifgassen bevatten die verwant zijn aan mosterdgas.
De definitieve uitslag wordt over twee dagen verwacht.
De Amerikanen hebben de vondst bevestigd. Zij gaan ervan uit dat de
mortiergranaten overblijfselen zijn van de oorlog tegen Iran (1980-1988).
Het is bekend dat de Iraakse ex-dictator Saddam Hussein dit soort
wapens destijds inzette.
Het zou voor het eerst zijn dat er daadwerkelijk chemische wapens
worden gevonden in Irak sinds de aanval van de Amerikanen en Britten.
Voornaamste argument voor die aanval was de aanwezigheid van chemische
en biologische wapens.
Rode Kruis
Het Rode Kruis wil Saddam Hussein zo snel mogelijk opzoeken, nu het
Amerikaanse ministerie van Defensie hem de status van krijgsgevangene
heeft gegeven. Volgens de Derde Conventie van Genève hebben krijgsgevangenen
recht op een bezoek van het Rode Kruis.
Het Rode Kruis vindt het "juridisch aanvaardbaar" dat Saddam
de status heeft gekregen, omdat hij opperbevelhebber was van de Iraakse
strijdkrachten.
De organisatie wijst erop dat hij nu ook moet worden behandeld volgens
de regels van de Derde Conventie. Dat betekent onder meer dat hij
niet mag worden bedreigd, beledigd of mishandeld.
Verder moet hij boodschappen kunnen ontvangen van zijn familie, en
bezoek van het Rode Kruis. De internationale hulporganisatie hoopt
de ex-dictator binnen enkele weken te kunnen ontmoeten.
De Iraakse Regeringsraad is het absoluut oneens met het besluit om
Saddam de krijgsgevangenenstatus te geven, omdat de Irakezen hem daardoor
niet meer zouden kunnen berechten wegens misdaden tegen de menselijkheid.
In de zuidoostelijke stad Amara zijn zeker vijf betogers doodgeschoten.
Een menigte die beloofde banen kwam opeisen, bekogelde het kantoor
van het regionale bestuur met stenen. Daarop openden de Iraakse politie
en Britse militairen het vuur.
|
|
|