|
Spaanse en Japanse doden bij aanval in
Irak |
29-11-2003
|
Verslag
NOS-Journaal
Zeker
zeven leden van een team van acht Spaanse veiligheidsagenten zijn
gedood bij een raketaanval in de buurt van Bagdad. Een achtste agent
raakte gewond bij de aanslag. Dat meldt het ministerie van Defensie
van Spanje.
Bij een aanslag in de omgeving van Tikrit zijn twee Japanners, mogelijk
diplomaten, om het leven gekomen. Japan overweegt troepen te sturen
en noemde de situatie in het zuiden van Irak na een inspectie ''redelijk
stabiel''. Het Japanse volk is sceptisch vanwege de aanhoudende aanslagen
op de coalitietroepen.
Het Spaanse team was op de terugweg van Hillah, waar ze een mogelijke
aanval op de coalitietroepen onderzochten. Even ten zuiden van Bagdad
reed hun konvooi in een hinderlaag. Drie Spaanse helikopters namen
na de aanslag poolshoogte en zagen dat de voertuigen van het team
in brand stonden.
Een verslaggever van Sky News zag na de aanval een aantal veiligheidsagenten
dood op straat liggen. Enkele Irakezen vierden feest bij de lichamen
van de Spanjaarden. ''We hoorden van de lokale bevolking dat een halfuur
daarvoor een aanval op drie voertuigen was gepleegd. De inzittenden
werden uit hun voertuigen gesleept'', aldus de verslaggever.
Bondgenoot
Spanje is samen met Groot-Brittannië de belangrijkste bondgenoot van
de VS in de aanval op Irak. Bij eerdere aanslagen kwamen twee Spanjaarden
om. Zo'n twee weken geleden kwamen achttien Italianen om bij een zware
explosie bij het hoofdkwartier van de Italiaanse strijdkrachten in
de Zuid-Iraakse stad Nasriye.
Eerder vandaag liet een Amerikaanse legerwoordvoerder weten dat het
aantal dagelijkse aanvallen op Amerikaanse troepen de laatste twee
weken met dertig procent was afgenomen.
Ondanks deze afname is november met de dood van tenminste 72 Amerikaanse
soldaten de bloedigste maand voor de Amerikanen sinds het begin van
de oorlog in maart. |
|
|